'Samenleving wil wel zíen dat gestraften zwaar werk verzetten'

De rechter legt steeds vaker taakstraffen op. Tussen 1990 en 1994 verdubbelde het aantal werkstraffen, tot 12.000.

UTRECHT, 14 DEC. Snoeien, puin ruimen, schilderen, een dak teren. Marcel (23) heeft nu op fort De Bilt in Utrecht meer dan honderd uur werkstraf achter de rug en eigenlijk valt het hem best mee. “Er is een relaxte werksfeer, dus het bevalt me uitstekend. Als je niet wil zitten, is dit een goede kans.”

Sinds enkele weken is een ploeg van zes tot acht 'taakgestraften' bezig met een opknapbeurt voor fort De Bilt. Het gaat om een project van de reclassering, de gemeente Utrecht en de Utrechtse Fortenstichting.

Op de forten van de Nieuwe Hollandse Waterlinie ligt werk genoeg. Veel van de 68 verdedigingswerken tussen IJsselmeer en Biesbosch, die Holland moesten beschermen tegen vijandige aanvallen, zijn zwaar verwaarloosd sinds ze hun betekenis voor defensie verloren hebben. De Fortenstichting, die is opgericht door de provincie en de gemeente Utrecht, streeft naar het behoud van de linie, maar heeft geen geld. Bijna de helft van de verdedigingswerken ligt in de provincie Utrecht.

Voor de reclassering is het werk op de forten een uitkomst. Steeds vaker legt de rechter een werkstraf op; met instemming van de verdachte, anders zou het dwangarbeid zijn. Veroordeelden kunnen voor maximaal 240 uur maatschappelijk nuttig onbetaald werk verrichten voor niet-commerciële instellingen, zoals ziekenhuizen, bejaardenhuizen, dierentuinen en milieu-organisaties. Arbeid adelt en vergt geen kostbare cellen. Dit inzicht zorgde voor een verdubbeling van het aantal werkstraffen tussen 1990 en 1994, tot 12.000, en de verwachting is dat het er in 1998 25.000 zijn. Werkstraf in plaats van de cel bespaart de maatschappij nu ongeveer honderd miljoen gulden per jaar.

Meer werkstraffen veronderstellen meer straffen en meer werk. Vorige week tekenden het openbaar ministerie en Reclassering Nederland een convenant waarin is afgesproken dat bij delicten waarop celstraffen van zes maanden of minder staan, voortaan in beginsel werkstraffen zullen worden gevorderd.

Een dag later tekende de reclassering een overeenkomst met de gemeente Utrecht waardoor op jaarbasis enkele tientallen gestraften op forten van de waterlinie aan de slag kunnen. De reclassering levert de 'werkmeesters' voor het toezicht en de gemeente zorgt voor de materialen.

Groepsprojecten zijn aantrekkelijk, omdat ze minder begeleiding vergen. Met het oog op de groei van het aantal werkstraffen zijn er contacten met Staatsbosbeheer, landschapsbeheerders en energiemaatschappijen om projecten op touw te zetten. “De overeenkomst met de gemeente Utrecht is een doorbraak”, zegt G. Ploeg, beleidsmedewerker van Reclassering Nederland. “Tot nu toe konden we slechts incidenteel taakgestraften bij gemeenten plaatsen.”

Het gaat vooral om fysieke arbeid, want de samenleving wil zién dat de gestrafte werk verzet. Maar er zijn grenzen, vindt Ploeg. “Een bijstandsmoeder die fraude heeft gepleegd, zet je niet met een bijl in het bos”, zegt hij.

Een taakstraf op fort De Bilt oogt idyllisch. Het werk is afwisselend en het groene bolwerk tussen de autowegen lijkt een oase. Is dit nog wel straf? “Natuurlijk is dit een straf”, zegt Marcel. “Je krijgt er geen geld voor; je werkt voor je vrijheid. In de gevangenis zitten is toch geen werk? Je hebt andere mensen iets aangedaan en nu kun je iets terugdoen. Het is allemaal wel slijmerig gezegd, maar het is wel zo.”

John (25) heeft vakantie opgenomen om zijn werkstraf van 150 uur 'uit te zitten'. Voor hem was het geen punt van discussie om hier aan de slag te gaan. “Ik heb een vaste baan en als je moet gaan zitten, ben je 'm kwijt. Als je in de gevangenis zit, word je er nooit beter van.”

Honderd uur werken hebben van Marcel al een ander mens gemaakt. “Ik ben niet meer crimineel; dat weet ik heel zeker. Ik ben nu met een huisje bezig voor later. Aan de hand van wat ik hier heb geleerd, kan ik het zelf opknappen. Dat scheelt me weer een bouwvakker.”

    • Bert Determeijer