Politie van slag

“DE TIJD DAT je bij de politie kunt teleshoppen om je gestolen fiets terug te krijgen is nabij”, voorspelde het hoofd automatisering bij een gemeentelijk politiekorps een jaar of wat geleden. Dit soort valse voorspiegelingen valt nog af te schrijven op het conto van de “hype” die de elektronische snelweg nu eenmaal oproept. Minder begrijpelijk is dat de reguliere uitwisseling van computergegevens bij de politie ernstig te wensen overlaat, zoals de Algemene Rekenkamer vaststelt in een rapport.

De strubbelingen met de politie-automatisering zijn vooral zo ernstig omdat de politie overwegend een informatieverwerkend bedrijf is. Het Rekenkamer-rapport kraakt overigens ook nog enkele andere harde noten. De boekhouding is niet op orde en er ontbreekt ook van alles aan het personeelsbeleid. Kortom, de vijfentwintig nieuwe regionale korpsen functioneren niet naar behoren. De Rekenkamer had vorig jaar al kritiek. Eerder had de commissie-Van Dijk het kabinet al gewaarschuwd dat het inzicht in de financiën van de politie onvoldoende is en dat de kosten onbeheersbaar dreigen te worden.

DE KORPSBEHEERDERS vinden het beeld van de Rekenkamer te ééndimensionaal, het mist volgens hen diepte. Het signaal van de Rekenkamer dient echter serieus te worden genomen. Het is een symptoom van een meer algemene malaise bij de politie, zo valt af te leiden uit een vandaag verschenen rapport van de Stichting Maatschappij en Politie met de titel Toekomst gezocht. Zorgwekkend is vooral het beeld dat het politiekader zelf van de werkomgeving heeft: als organisatie is de politie “roerloos”, zij mist de aansluiting. De politie is van slag.

Dit negatieve zelfbeeld heeft vreemde kanten. Veel politiemensen aan de basis tonen een open oog voor de sociale problemen en hart voor de zaak. Er worden allerlei praktische pogingen ondernomen niet alleen maar achter de feiten aan te lopen. Een zeker Calimero-effect is aanwezig. Men schildert zichzelf graag af als Klein Duimpje tegenover de reus. Toch maakt de rapportage van de Stichting Maatschappij en Politie duidelijk dat de malaise niet valt af te doen met de opmerking dat dit soort klachten er na zo'n grote reorganisatie gewoon bijhoort, zoals de politieministers Dijkstal en Sorgdrager doen in hun reactie op het Rekenkamer-rapport.

HET IS NIET ACCEPTABEL dat een deel van het technisch kunnen door de reorganisatie sterk achterop is geraakt en dat gespecialiseerde kennis is weggereorganiseerd. De stichting legt vooral de vinger op de manier waarop de politie de laatste jaren “bedrijfsleventje is gaan spelen”. De politie is in de ban geraakt van een jargon dat dreigt los te groeien van de verwachtingen van de samenleving. Als burgers het over de politie hebben dan gaat het over recht en onrecht en niet om een cynisch kosten-batenplaatje in de trant van “als wij zoveel duizend processen-verbaal opmaken dan verdienen we onszelf terug”.

De Rekenkamer laat trouwens zien dat de politie al moeite heeft met de authentieke bedrijfsmatige kanten van haar werk, zoals de budgettering. Op de centen letten is onontbeerlijk, maar voorop blijft staan dat politiewerk zijn eigen eisen stelt. De oplossing voor de huidige malaise is zeker niet de teugels dan maar centraal aan te halen, zoals in sommige politieke reacties op het Rekenkamer-rapport valt te beluisteren. De afstand tot de burger dient zo klein mogelijk te blijven.

HET PROBLEEM MET het nieuwe politiebestel is veeleer dat de korpsen de vorm hebben gekregen van zelfstandige beheersorganisaties die tussen provincie en gemeente in staan. Deze twee klassieke bestuurslagen zijn zelf ook nog eens in beweging. Minister Dijkstal worstelt met stadsprovincies, kaderwet- en samenwerkingsgebieden en grootscheepse gemeentelijke annexaties. Waar het naartoe moet is onduidelijker dan ooit. Dat is een extra bron van onrust voor de politie.