Oude knarren houden vol

Rob de Jong (57) is het de afgelopen drieëntwintig jaar allemaal geweest: bovenmeester, hoofd, schoolleider en tenslotte directeur. Hij houdt van het onderwijs en het runnen van de school ging hem altijd goed af. Tot een paar jaar geleden. Toen werd het hem ineens teveel, het werk drukte als een loden last op zijn schouders. 'De kleine dingen kostte me al zoveel energie dat ik de grote problemen die dagelijks op me afkwamen niet meer aankon', vertelt hij in zijn voormalige directeurskamer van De Tamboerijn, een basisschool met 385 leerlingen en 32 leerkrachten in Amsterdam Zuidoost.

Maar stoppen wilde De Jong per se niet en na lang nadenken nam hij een voor het onderwijs bijzonder besluit: hij werd weer meester. Nu staat hij twee dagen in de week voor groep zeven. Twee andere dagen besteedt hij aan organisatorische klussen en aan zijn grote liefde, het muziekonderwijs. De vijfde dag maakt hij - voor de helft op eigen kosten - gebruik van de BAPO, de regeling Bevordering Arbeidsparticipatie Ouderen. 'Het gaat fantastisch', glundert De Jong, 'voor het eerst sinds tijden ga ik weer met plezier naar school.'

Naast hem zitten de huidige directeur van De Tamboerijn, Rier Hoogstad (51) en adjunct-directrice Paula Keizers (50). Samen met nog een leerkracht van 51 jaar behoren zij tot het groepje vijftigplussers op deze basisschool. Ook Hoogstad heeft op zijn vijftigste nog een bijzondere zwiep aan zijn carrière gegeven. Tot vorig jaar was hij hoofd van de afdeling onderwijs van Stadsdeel Zuidoost. Hij beheerde een begroting van 65 miljoen, had zestien scholen onder zijn hoede. Toen hij weer eens terugkwam op de school waar hij zelf meer dan twintig jaar schoolhoofd was geweest, kreeg hij heimwee naar die overzichtelijke wereld met een gezellig team en kinderen die je op het schoolplein enthousiast begroeten.

Net zo goed als Hoogstad van anderen verlangt dat ze keuzes maken in situaties van onbehagen, zo deed hij dat zelf ook. Na jarenlang als invloedrijk ambtenaar aan gene zijde van de streep te hebben geopereerd, besloot hij terug te keren naar de basis. Hij volgde Rob de Jong op als directeur van De Tamboerijn. 'Of het nu aan m'n leeftijd ligt of aan het feit dat ik zoveel ervaring heb', zegt Hoogstad, 'maar ik ben niet meer zo uit op prestige en macht. Ik heb bewust een stapje terug gedaan en daar voel ik me erg happy bij.'

Leraren in het basisonderwijs die hun pensioen halen vormen een uitzondering. Hoogstad, De Jong en Keizers komen met moeite op het voorbeeld van een Amsterdamse leerkracht die jaren terug met 65 jaar het onderwijs verliet. De oude knarren verdwenen tot voor kort geruisloos in de WAO of maakten gebruik van DOP, VUT, TVS of al die andere afkortingen die hun de mogelijkheid boden om voortijdig de schooldeur achter zich dicht te slaan.

'Het voortbestaan van deze regelingen staat echter onder grote maatschappelijke en financiële druk. Op korte termijn zullen ze, mede door een groeiend aantal ouderen, steeds moeilijker betaalbaar worden', zo valt te lezen in de onlangs uitgekomen brochure Van klacht naar kracht, die in opdracht van het ministerie van Onderwijs is samengesteld door het Onderzoeksinstituut IVA in Tilburg. 'De kans is reëel dat ouderen steeds langer gaan participeren in het arbeidsproces', zo wordt geconcludeerd en dat vraagt volgens de samenstellers van de brochure om een 'leeftijdsbewust personeelsbeleid'.

Daarmee begin je niet als leerkrachten tegen hun pensioen lopen en alle fut er uit is. Leeftijdsbewust personeelsbeleid geldt voor jong en oud. Wie een prettige en uitdagende werkomgeving weet te creëren doet vanzelf aan seniorenbeleid, zo luidt de stelling van de brochure. Paula Keizers aarzelt even of ze het daarmee eens is, want een plezierige werkomgeving is natuurlijk overal goed voor. 'Toch vind ik dat er voor senioren méér moet gebeuren', zegt ze ten slotte. 'Ik heb zoveel oudere leraren van de ene op de andere dag de school zien verlaten. Ze werden eerst ziek en vervolgens afgekeurd. Dat is zo ongelofelijk triest, dat moet je mensen besparen.'

Bijvoorbeeld, vindt Keizers, door beter gebruik te maken van de deskundigheid die oudere leraren in de loop der jaren hebben opgebouwd. Zelf heeft ze het altijd leuk gevonden op school, 'maar', zo voegt ze er aan toe, 'langzamerhand wordt het moeilijker en zwaarder.' De helft van haar werktijd besteedt de adjunct-directrice aan interne begeleiding van de jongste leerlingen in het kader van Weer Samen Naar School, het project dat kinderen met veel leer- en gedragsproblemen binnen het gewone onderwijs moet houden. Daarnaast is ze een dag in de week vrijgesteld voor vakbondsactiviteiten bij de ABOP. Keizers: 'Als de sfeer op school zo goed blijft als hij nu is, en er niet teveel nieuwe dingen van mij gevraagd worden, dan red ik het nog wel tien jaar. Maar dan moeten ze mij vooral aanspreken op mijn deskundigheid en ervaring.'

Rob de Jong onderstreept die mening: 'Oudere leerkrachten moeten een soepeler takenpakket kunnen krijgen. Zet ze in op gebieden waar ze goed in zijn en plezier aan beleven. Daar hebben zowel het onderwijs als de leerkracht zelf baat bij.' Een grote school heeft meer mogelijkheden om variëteit in de taken van leerkrachten aan te brengen. Zeker als er, zoals op De Tamboerijn, ook nog veel kinderen op zitten die vanwege hun achtergrond zwaarder wegen en daardoor meer geld in het laatje brengen.

'Grotere scholen zijn voor oudere leraren een betere plek', beaamt Hoogstad, 'ze bieden meer mogelijkheden om taken te vervullen naast het lesgeven.' Maar de creativiteit moet ook een beetje uit de mensen zelf komen, vindt de directeur. 'Leerkrachten hebben een eigen verantwoordelijkheid, ze moeten zelf keuzes maken. Dat heeft mijn voorganger toch ook gedaan?' De Jong wil het besluit om z'n directeursfunctie op te geven en weer gewoon voor de klas te gaan staan, beslist niet als een panacee voor alle kwalen presenteren. 'Ik weet niet of ik het anderen kan aanraden', zegt hij. 'Je moet er tegen kunnen om van de ene dag op de andere je status kwijt te raken. Ik was hier meer dan twintig jaar het middelpunt van het bedrijf. Ineens was ik een van de velen. Dat was moeilijk in het begin.'