Ongerustheid onder personeel Fokker

ROTTERDAM, 14 DEC. Het personeel van vliegtuigfabriek Fokker maakt zich ongerust nu de onderhandelingen tussen moederconcern Dasa en de Nederlandse overheid over een reddingsoperatie voor het noodlijdende bedrijf langer duren dan was verwacht en gehoopt. Ook Fokker zelf signaleert door de onzekerheid toenemende aarzelingen bij toeleveranciers en klanten.

In een brief aan minister Wijers van economische zaken en bestuursvoorzitter M. Bischoff van Dasa schrijft de centrale ondernemingsraad van Fokker dat ze steeds bezorgder is over het uitblijven van maatregelen die de vliegtuigbouwer er bovenop moeten helpen. Fokker heeft zijn grootaandeelhouders naar verluidt een bijdrage van 2,3 miljard gulden gevraagd.

De ondernemingsraad dringt er bij Wijers en Bischoff op aan om nog voor het einde van dit jaar duidelijkheid te verschaffen over de hoognodige extra financiering. Tot die tijd staat Dasa garant voor de financiering van Fokker. Na de jaarwisseling loopt de huidige garantie af en dreigt zonder nieuwe maatregelen voor Fokker een acuut faillissement.

De overheid en Dasa onderhandelen al geruime tijd over een nieuwe steunoperatie. Het was de bedoeling hierover nog voor of tijdens de buitengewone aandeelhoudersvergadering op 29 november iets te kunnen melden. Het overleg duurt echter voort. De partijen hebben bovendien niet aangegeven wanneer een vergelijk in het verschiet ligt. De ondernemingsraad ziet in de vertraging een signaal dat de onderhandelingen tussen Dasa en de overheid moeizaam en stroperig verlopen.

Woordvoerders van Fokker en Dasa tonen zich optimistisch dat de gesprekken nog voor het eind van het jaar tot een oplossing voor het bedrijf leiden. “De onderhandelingen verlopen constructief”, zeggen zij. Wat er gebeurt als er vóór die datum geen akkoord is, wil de Dasa-woordvoerder niet zeggen. “Er is nog tijd, we zullen op dat moment daarover beslissingen nemen.”

Het uitblijven van een akkoord heeft nu al tot allerlei ongewenste nevenefffecten geleid, meent de OR. Zo dreigt de motivatie van de werknemers naar het nulpunt af te zakken. “Ze hebben tot nu toe alles gedaan om de zaak draaiende te houden”, schrijft de raad. “Maar de limiet is bereikt.”

Bovendien raakt de onderneming verzwakt, doordat andere bedrijven talentvolle Fokker-medewerkers aantrekken. De afgelopen maanden hebben ongeveer tweehonderd hoog gekwalificeerde werknemers de wijk genomen en een baan elders aanvaard. Ook gaan toeleveranciers steeds moeilijker doen, omdat ze bang zijn dat Fokker niet zal kunnen betalen. Dat heeft nu al een negatief effect op het werk bij Fokker, met name bij de eindmontage, aldus de OR. De aarzelingen van de toeleveranciers brengen het tijdig afleveren van toestellen in gevaar, zo geeft ook een woordvoerder van het bedrijf toe. Hierdoor kan Fokker met allerlei extra kosten worden opgezadeld.

Ook potentiële afnemers hebben zowel volgens de ondernemingsraad als het bedrijf zelf steeds meer reserves om orders bij Fokker te plaatsen. “Het is vooral moeilijk om nieuwe klanten te overtuigen om vliegtuigen te bestellen. We dreigen daardoor orders te missen”, zegt de Fokker-woordvoerder. Concurrenten van Fokker laten volgens hem niet na de onzekerheid onder de aandacht te brengen bij luchtvaartmaatschappijen.

Goed nieuws voor Fokker kwam gisteren van het reclamebureau Publicis FCB, dat vorige maand in opdracht van de vliegtuigbouwer een paginagrote advertentie in enkele dagbladen plaatste om het publiek te winnen voor steunverlening aan Fokker. Het bureau liet weten dat driekwart van de Nederlandse bevolking vindt dat de vliegtuigbouw voor ons land behouden moet blijven. Deze mening is gebaseerd op een steekproef onder 750 mensen.

Iets minder enthousiast wordt gereageerd op de vraag of de overheid iets moet bijdragen om de vliegtuigbouw overeind te houden. Toch antwoordt ruim zes van de tien (63,3 procent) positief op deze vraag. Het percentage tegenstemmers bedraagt 26,9, de rest heeft daarover geen mening. Opmerkelijk is dat eveneens zes van de tien ondervraagden de stelling onderschrijft dat het Duitse Dasa zijn noodlijdende dochterbedrijf moet redden. Verder meent een van de drie ondervraagden dat Fokker in de problemen is gekomen door slecht management, 62,9 procent wijt de problemen aan externe factoren.