Nieuwe waterwoekeraar

Een tuinliefhebber denkt een leuk waterplantje te hebben gekocht. Binnen enkele maanden is zijn vijver één groene deken van bladeren. Teleurgesteld gooit hij de woekeraar in de sloot. Spoedig is ook de sloot door de waterplant gekoloniseerd. Daarna volgen de naburige sloten, de vijvers en de kanalen.

Zoiets dreigt te gebeuren met Hydrocotyle ranunculoides. In 1994 werd deze plant voor het eerst gesignaleerd in de Utrechtse wijk Rijnsweerd. Dit jaar was de hele sloot dichtgegroeid en konden meerkoeten in de uitgestrekte bladerdeken hun nest maken. Afgelopen herfst kwamen er bij het Rijksherbarium in Leiden regelmatig meldingen binnen dat de plant ook in Gouda woekert, in De Bilt, Heemstede, Amstelveen en Zeist.

W.J. Baas van de Universiteit Utrecht en W.J. Holverda van het Rijksherbarium, beschrijven de nieuwkomer in Gorteria (jan. '96). Aanvankelijk vormt de plant vlezige, meterslange vertakte stengels die hangen aan drijvende blaadjes van zo'n tien centimeter. Als het water eenmaal is dichtgegroeid verheffen de bladeren zich als parapluutjes tot dertig centimeter boven het wateroppervlak. De plant kan bloemen vormen, maar in Nederland blijft hij vegetatief.

Omdat H. ranunculoides alleen zonder bloemen werd gevonden, was het aanvankelijk niet duidelijk of hij behoorde tot de schermbloemigen of tot de ranonkelachtigen. Uiteindelijk kwamen de auteurs achter de herkomst. De plant komt van nature voor in Zuid-Amerika. Begin jaren negentig voerden kwekerijen hem in als vijverplant. Tuinderijen verkopen hem nu soms onder de (verkeerde) naam H. natans (Drijvende waternavel). In België werd de plant in 1991 geïntroduceerd als waterzuiveraar.

Volgens de auteurs kan het met de Grote waternavel, zoals ze voorstellen hem te noemen, flink uit de hand lopen. De Nederlandse wateren zijn erg voedselrijk. Het water is warm en er zijn regelmatig zachte winters. In Engeland en Australië, waar de Grote waternavel ook is verkocht als vijverplant, gedraagt hij zich eveneens als een onkruid. In het Canning River Regional Park in West-Australië werd besloten tot uitroeiing met hulp van alle middelen. In de tropen vormt hij geen probleem. Het water is daar armer aan voedingsstoffen en hij heeft meer concurrenten.

In de Utrecht heeft men de woekeraar afgelopen jaar vier keer met wortel en al kapot gesneden en het materiaal uit het water gezuiverd. Maar klein stengelrestje kan al genoeg zijn.

Volgens het bezorgde Rijksherbarium zijn de laatste jaren uit kwekerijen meer exotische waterplanten ontsnapt: Zwaardrus, Grote vlotvaren, Waterhyacint en Watersla. 'In razend snel tempo' verspreidt zich ook een nieuw Dwergkroos.

Het is moeilijk te voorspellen hoe de plagen verlopen. Rond 1820 voerden Engelse botanici de Brede waterpest in. Enthousiast deden ook Nederlandse biologen experimenten, want dit plantje zou wel eens als mest kunnen dienen. Tegen 1870 verstopte de plant in heel Europa watergangen. Spoedig na de explosie volgde echter een achteruitgang. Inmiddels is de Brede waterpest een zeldzame plant die ieder graag ziet.

De Grote waternavel wordt opgenomen in de nieuwe Heukels (22ste druk), die voorjaar 1996 verschijnt.