Kopstukken uit regeringspartij Taiwan

HONGKONG/TAIPEI, 14 DEC. De Chinese Nationalistische partij Kwomintang op Taiwan heeft gisteren in de nasleep van de recente parlementsverkiezingen twee invloedrijke kopstukken uit de partij gestoten. Het zijn de vice-voorzitters Lin Yang-kang (68), voormalig hoofd van de rechterlijke macht, en ex-premier Hau Pei-tsun (76). Beiden waren lid van het 31 leden tellend Centraal Permanent Comité, het 'politburo' van de partij. Honderden aanhangers van de twee geroyeerde vice-voorzitters belegerden gisteren het hoofdkwartier van de Kwomintang en leverden een veldslag met paraplu's met aanhangers van president Lee Teng-hui. De twee hebben het royement verworpen. De verwachting is dat het conflict tot een exodus van aanhangers van de twee leiders uit de partij zal leiden en de Kwomintang (KMT) verder zal verzwakken.

De uitstotingen vormen het hoogtepunt van een langdurig conflict waarin persoonlijke ambities en de politiek van Taiwan inzake hereniging met het communistische vasteland centraal staan. De onmiddellijke aanleiding was een open brief die de twee vorige week aan de twee miljoen partijleden hadden geschreven, waarin zij president Lee Teng-hui voor “landverrader” uitmaakten omdat hij de ideologie van hereniging met China, een geloofsartikel van de partij, de rug zou hebben toegekeerd. President Lee heeft dit ontkend en met een aanklacht wegens smaad gedreigd.

Tijdens de verkiezingscampagne in november hebben Lin en Hau campagne gevoerd voor kandidaten van de Nieuwe Partij (NP), een eerdere afscheiding van de Kwomintang. Dat was een ernstige schending van de partijdiscipline en een van de factoren van het grote zetelverlies van de Kwomintang. In brede kringen binnen de partij leidde dit tot de eis om harde maatregelen tegen de twee te nemen. De 'misstappen' van Lin Yang-kang waren al in augustus begonnen, toen hij zich zonder toestemming van de Kwomintang tot onafhankelijk tegenkandidaat van Lee Teng-hui voor de presidentsverkiezingen van volgend jaar maart uitriep. Enkele maanden later, tijdens de parlementaire verkiezingscampagne in november, sloot Hau Pei-tsun zich bij Lin aan als kandidaat voor het vice-presidentschap. Politieke waarnemers achten het uitgesloten dat de twee Lee Teng-hui in maart kunnen verslaan, maar zij kunnen hem wellicht wel tot een 'minderheids-president' reduceren, die verregaande compromissen met de Nieuwe Partij moet sluiten.

Lin en Hau hebben zeer verschillende politieke achtergronden en het enige wat zij gemeen hebben is wellicht de diepe persoonlijke animositeit tegen president Lee Teng-hui. Lin is een autochtone Taiwanees, die nooit heeft kunnen aanvaarden dat wijlen president Chiang Ching-kuo (de zoon van Chiang Kai-shek) in 1984 een andere Taiwanees, Lee Teng-hui, als vice-president koos. Lee was daarmee voorbestemd Chiang na diens dood in 1988 op te volgen. Hau Pei-tsun is een gewezen top-generaal, een vastelander en de meest invloedrijke figuur onder de oude garde van de vastelanders binnen de Kwomintang.

Nadat de Taiwanees Lee Teng-hui in 1990 door een door hoogbejaarde vastelanders gedomineerd kiescollege, de Nationale Assemblée, als president werd gekozen, was zijn machtsbasis nog zeer smal en benoemde hij de machtige vastelands-generaal Hau Pei-tsun tot premier. In de daaropvolgende jaren heeft Lee stap voor stap het vastelands-regime ontmanteld en vervangen door een overwegend democratisch gekozen Taiwanees regime. De Kwomintang spleet daarop in 1991 in twee vleugels, de Taiwanese hoofdstroom onder leiding van Lee zelf en de vastelands-onderstroom onder leiding van generaal Hau.

In het kader van de nieuwe democratische vrijheden liet Lee alle politieke gevangenen vrij, verwelkomde hij ballingen die uit de Verenigde Staten terugkwamen en tolereerde hij agitatie voor Taiwanese onafhankelijkheid. Dat leidde tot een enorme bloei van de Democratisch Progressieve Partij, die 'onafhankelijkheid' in haar manifest vastlegde. China waarschuwde toen al - december 1991 - “dat zij die met vuur spelen in de vlammen zullen omkomen”. Premier Hau was een vurige voorstander van hereniging met het vasteland, zij het niet met de communisten, maar Hau werd in 1993, toen Lee zichzelf sterk genoeg achtte, ontslagen en vervangen door de Taiwanees Lien Chan.

Daarmee spitsten de tegenstellingen in de KMT tussen vastelanders en Taiwanezen zich nog verder toe en op het partijcongres in augustus 1993, het eerste sinds 1988, kwam het tot een openlijke scheuring. Jonge vastelanders van de tweede generatie richtten de Nieuwe Partij op. Zij beschuldigden president Lee ervan dat hij de KMT had laten verworden tot een partij die handelde in macht en stemmen, er dictatoriale methoden op nahield en koersloos afdreef naar onafhankelijkheid. De Nieuwe Partij was tegen dit alles, maar kon het rad der historie niet langer tegenhouden.

Op het Kwomintang-congres van augustus 1993 werd het historische doel van herovering van het vasteland formeel opgegeven en dit luidde de meest kritieke fase in de hervorming van de oude staatsinrichting in, namelijk het dilemma een geheel nieuwe grondwet voor een 'Republiek Taiwan' op te stellen of de oude Nationalistisch-Chinese grondwet radicaal te herzien. Dat laatste gebeurde en Lee Teng-hui's beleid heeft in de afgelopen vier jaar geprobeerd Taiwan door middel van democratie te consolideren als de facto onafhankelijke staat en democratie te gebruiken om alternatieve erkenning in met name het Westen te krijgen als compensatie voor het gebrek aan officiele diplomatieke erkenning.

Sluitstuk van dit beleid moeten de eerste rechtstreekse presidentsverkiezingen in maart worden. Maar China heeft met oefeningen met raketten in de buurt van Taiwan en andere militaire oefeningen Lee's campagne voor internationale erkenning geblokkeerd en zint nu op militaire intimidatie en andere middelen om Lee's herverkiezing als president te verstoren of zo mogelijk te verhinderen. De Chinese vice-premier en minister van buitenlandse zaken, Qian Qichen, zei begin november dat de “zogenaamde democratische presidentsverkiezingen in Taiwan een farce zijn omdat alleen soevereine staten presidentsverkiezingen kunnen houden”. Taiwan is daarentegen de jure een provincie van China en “daarom is een presidentsverkiezing een separatistische daad die tot twee China's leidt”.

Het is vooralsnog moeilijk in te schatten hoezeer het royement en de verwachte exodus de Kwomintang en president Lee zullen schaden. Lins aanhangers zijn voornamelijk conservatieve oudere Taiwanezen in het ambtenarenapparaat. Hau is de voorman van de vastelands-militairen van hogere en middelbare leeftijd. Jongere militairen zijn voornamelijk Taiwanezen. Hau beweert dat de Nieuwe Partij de ware voortzetting van de Kwomintang-tradities is, maar de Franse politicoloog Jean Pierre Cabastin, die onderzoek naar het stemgedrag van NP-leden heeft gedaan, heeft vastgesteld dat slechts 55 procent van de NP-stemmers vastelanders zijn en 45 procent Taiwanezen.

Jaw Shaw-kong, de jonge partijleider, wil van de NP een brede moderne democratische midden-partij maken, zowel voor vastelanders als Taiwanezen. Hau Pei-tsun is een bejaarde generaal, patriottisch en autoritair, maar zeker niet democratisch. In elk modern land zou een generaal van zijn leeftijd (76) met pensioen zijn, maar Taiwan is in vele opzichten nog net als China. Bejaarden moeten tot hun laatste adem op zijn minst invloedrijk adviseur achter de schermen blijven. President Lee heeft Hau afgedankt en mede uit wrok probeert hij een comeback te maken als tegenstander en naar velen vrezen met de onzichtbare hand van China achter zich.

    • Willem van Kemenade