Kiezen tussen Ambon en een flatje in Amsterdam

Voorstelling: Ik proclameer door theatergroep Delta. Tekst en regie: Pieter Vrijman; compositie: Charlie Nanlohy; zang/muziek: Galaxy-band; spel: Anis de Jong, Judith Brokking, Nel Lekatompessy. Gezien: 7/12 Theater aan het Spui Den Haag. Tournee t/m 29/12.

Op 25 april 1950 werd op Ambon de Republik Maluku Selatan uitgeroepen: De Republiek der Zuid-Molukken. De Molukse archipel, die sinds 1946 als deelstaat Oost-Indonesië behoorde tot de Verenigde Staten van Indonesië, accepteerde vier jaar later de ondergeschikte positie niet langer en wenste voortaan als soevereine staat, los van de Republiek, erkend te worden.

Het uitroepen van de RMS - door de Indonesische regering onwettig verklaard - betekende voor de Zuid-Molukken het begin van een chaotische periode, maar ook de proclamatie zelf leidde tot de nodige beroering op Ambon. Over de toedracht van die gebeurtenissen in april 1950 heeft regisseur en tekstschrijver Pieter Vrijman samen met de Molukse theatergroep Delta ter gelegenheid van het Festival Indië/ Indonesië de muziektheatervoorstelling Ik proclameer gemaakt.

Een poging tot reconstructie van de geschiedenis door de vier invloedrijke mannen die indertijd nauw betrokken waren bij de onafhankelijkheidsverklaring - proclamator en president van de RMS, Manuhutu, premier Wairisal en de ministers Manusama en Soumokil - wordt in de voorstelling in gang gezet door een Molukse en een Nederlandse vrouw. Ze kijken terug op een periode die van belang is geweest voor hun leven zonder dat ze er zelf invloed op hebben gehad.

Aanvankelijk is het vooral de Nederlandse (Judith Brokking) die, nieuwsgierig gemaakt door het op Ambon geschreven dagboek van haar moeder, gaat graven in het verleden. De Molukse (Nel Lekatompessy), in Nederland getrouwd met een Molukse ex-KNIL-militair, probeert zich juist van het verleden te ontdoen. Nu haar man is gestorven wil ze niet langer deelnemen aan 'het leven op Ambon dat hier wordt voortgezet', maar Nederland 'ontdekken' en 'een flatje in Amsterdam' betrekken. Wanneer de Nederlandse echter na wat hocus-pocus de vier dode politieke leiders van weleer tot leven weet te wekken, luistert de Molukse met allengs meer interesse naar hun verhalen over 'toen'.

De vier mannen, allen gespeeld door Anis de Jong, geven om beurten hun visie op de verwikkelingen in 1950. Hun verhalen zijn subjectief gekleurd en wijken op verschillende punten onderling sterk af, daarmee suggererend dat historische waarheid niet bestaat. Bij de Molukse bewerkstelligen ze desondanks iets als een nationaal bewustzijn en uiteindelijk ziet ze de consequenties van haar Molukse identiteit onder ogen: ze besluit haar ideaal van een flatje in Amsterdam op te geven en naar haar vaderland terug te keren. De strijdlustige stemming waarin Ik proclameer eindigt, wordt tijdens de voorstelling in de hand gewerkt door de muziek van de in het zwart geklede leden van de Galaxy-band die rond het podium staan opgesteld. In hun liederen en gescandeerde teksten klinken nationale trots en zelfbewustzijn door. Maar de aanstekelijke zang en welgemeende intenties verhullen niet dat de voorstelling een slap aftreksel is van de werkelijke gebeurtenissen, hetgeen niet in de laatste plaats te wijten is aan het machteloze, naïeve spel. De conclusie lijkt dan ook gerechtvaardigd dat de turbulente geschiedenis van de Zuid-Molukken, hoe interessant ook, opwindender is voor historici dan voor theatermakers.