Kamer vreest voor koopkracht bij uitstel afschaffing Ziektewet

DEN HAAG, 14 DEC. De Tweede Kamer vreest dat de koopkracht van werknemers te lijden zal hebben nu de voorgenomen afschaffing van de Ziektewet niet al per 1 januari kan worden doorgevoerd. De Kamer heeft staatssecretaris Linschoten (sociale zaken) gevraagd daar het liefst al volgende week duidelijkheid over te verschaffen.

De Eerste Kamer heeft geweigerd nog dit jaar de afschaffing van de Ziektewet en de voor werkgevers verplichte doorbetaling van zieke werknemers te behandelen. Daardoor kunnen deze wetswijzigingen niet al per 1 januari ingaan, zoals het kabinet en de Tweede Kamer hadden gewild. Dit betekent ook dat de premies die werkgevers en werknemers voor de Ziektewet betalen, langer doorlopen. De meeste werknemers betalen een premie van één procent. Hier staat overigens tegenover dat particuliere verzekeringen die bedrijven tegen het risico van ziekte kunnen afsluiten, later zullen ingaan.

De Tweede Kamer wil nu weten of het 'koopkrachtplaatje' dat het kabinet op de derde dinsdag presenteerde, nog wel klopt. Daarbij gaat het ook om de overhevelingstoeslag, de vergoeding die werkgevers aan werknemers betalen als compensatie voor de sociale premies.

De berekening van de Ziektewetpremies wordt nog gecompliceerd doordat de ziekengeldkassen van de bedrijfsverenigingen - waaruit nu het loon van zieke werknemers wordt doorbetaald - onvoldoende reserves hebben om verplichtingen na te komen die na afschaffing van de wet nog doorlopen. Het gaat hierbij om de doorbetaling van werknemers die op dat moment al ziek waren. Het coördinerende orgaan van de bedrijfsverenigingen, het Tica, vreest dat daarvoor een premieverhoging nodig is.