In visserij-sector dreigen 1.100 banen te verdwijnen

DEN HAAG, 14 DEC. Het Produktschap Vis stelt dat de Nederlandse visserij-sector meer dan 1.100 arbeidsplaatsen dreigt te verliezen als gevolg van de uitkomst van de onderhandelingen tussen Noorwegen en de Europese Unie over de vangstquota voor volgend jaar. Het gaat daarbij vooral om de toegestane hoeveelheden schol, haring en makreel.

Ter bescherming van de visstand moeten de hoeveelheden te vangen vis omlaag. De afspraken tussen Noorwegen en de Unie zijn uitgangspunt voor het vaststellen van de quota die volgend jaar voor de lidstaten gaan gelden. De Europese ministers van visserij komen volgende week bijeen om de quota definitief vast te stellen.

Het produktschap voorziet dat de Nederlandse vissers te maken krijgen met quota die aanzienlijk lager liggen dan dit jaar. Bij wijze van schot voor de boeg laat de vissector alvast aan minister Van Aartsen (visserij) weten dat er in dat geval een vorm van financiële overbrugging moet komen ter compensatie van het tijdelijk of wellicht definitief stilleggen van Nederlandse schepen. Het dreigende verlies aan arbeidsplaatsen doet zich volgens het produktschap voor in de aanvoer, handel en de visverwerkende industrie.

De Nederlandse visserij wil ook dat er meer geld komt voor de sanering van de Nederlandse kottervloot. Van Aartsen maakte dinsdag bekend dat hij hiervoor een bedrag van 12 miljoen gulden uittrekt. Voor de sanering bestaat ruime belangstelling. Die wordt volgens het produktschap alleen maar groter als de quota inderdaad laag uitvallen. Dat vereist meer saneringsmiddelen.

De Europese Unie is met Noorwegen overeengekomen de vangstquota voor haring, schol en makreel de komende twee jaar scherp te verlagen, omdat de visstand in de Noordzee voor een groot aantal soorten zorgwekkend laag is, zo is gisteren in Brussel bekend gemaakt. Het akkoord tussen de EU en Noorwegen raakt vooral Britse, Nederlandse en Deense vissers.

Het is voor het eerst dat de Unie en Noorwegen samen tot een strategie hebben besloten , die er in moet voorzien dat de visstand in de Noordzee weer op een gezond peil komt. Daarbij wordt volgens Brussel rekening gehouden met de economische belangen van de visserij in de lidstaten. “Het is het begin van een meer coherente poging om de visstand zich te laten herstellen”, zo zei een woordvoerder van de Unie gisteren. Hij wees er op dat de onderhandelingen 'extreem moeilijk' waren verlopen.