In New York is uw gulden een dollar waard

Laserline, Creative point Inc., 4045 Clipper court, Fremont, CA 94538

'New York, New York', zoals Sinatra het zong leken daar niet alleen de gebouwen, maar ook de bomen tot in de hemel te groeien. Dus ging ik maar eens kijken in The Big Apple, waar naar verluidt alles te koop is, inclusief Apples. En inderdaad, dat was zo. Maar verrassend was het allemaal niet. Wat hier op computergebied scoort, doet het daar ook. Dezelfde machines in dezelfde configuraties, dezelfde software in dezelfde versies. Wat het serieuze aanbod betreft maakt het niet zoveel uit of je nu op 5th Avenue of op de Leidsestraat inkopen doet, of voor mijn part op de Brink van Ons Dorp. Nederland is behoorlijk doortrokken geraakt van het tekstverwerken, het thuiskantoren en het internetten. Minstens even sterk, zo lijkt het als je op de verkrijgbaarheid van de middelen afgaat, als Amerika, de bakermat van de computerindustrie.

Toch zijn er wel verschillen. Zo kent de gemiddelde Amerikaanse softwarewinkel een behoorlijk veel breder aanbod aan educatieve software. Nu noemt men daar de dingen al gauw met een breed gebaar educatief. Winny the Pooh: in the honey tree en het ook hier, zelfs vertaald, verkrijgbare The Lion King animated storybook, bijvoorbeeld, de educatieve nummer 1 en 2 van de grote New Yorkse keten Software Etc. Maar dan nog blijft er een heel scala van programma's over om mee te leren rekenen, taalvaardigheid mee te verbeteren, of nog andere schoolvakken te beoefenen op verschillende niveaus. Er is veel meer dan we hier op de planken zien, maar dat is ook wel begrijpelijk. De Amerikaanse programma's zijn voor Nederlanders meestal niet relevant. Niet zozeer omdat ze Engelstalig zijn, maar vooral omdat ze zijn toegesneden op het Amerikaanse schoolsysteem. En je kunt nu eenmaal niet verwachten dat er voor de Nederlandse markt net zo snel net zo veel specifieke software geschreven wordt als voor een markt van zo'n 350 miljoen mensen.

Een tweede opmerkelijk verschil betrof een simpel ding waar ik me in Nederland al een tijdje rot naar gezocht had, maar nooit echt kon vinden: een praktisch doosje om losse CD'tjes in op te bergen. Er is bijna geen boek of tijdschrift op computergebied meer te koop of er zit wel zo'n glimmende schijf bij, maar waar je die dingen moet laten vertelt niemand erbij. Vaak is dat ook niet nodig. De meeste CD's die met tijdschriften worden meegeleverd bevatten vooral promotiemateriaal, dertig-dagen demo's of tamelijk willekeurig bijeengegraaide freeware en shareware, meestal spullen die moeiteloos van het Internet af te plukken zijn. Ze vormen hoogstens een nuttige bijdrage aan het vergroten van het milieuprobleem. Maar dat geldt niet voor allemaal, en dus begon mijn werktafel langzaamaan te veranderen in een soort paillettenjurk van onbehuisde CD's. Geen computerwinkel die me kon helpen, tot ik in New York rondkeek. En daar waren ze: harde doosjes, zachte doosjes, met een harmonikasysteem, met envelopjes, of met losse laatjes, voor zes, tien, twaalf, twintig of nog meer CD's. Vooral de Laserline-met-harmonika is een plaatje: compact, stevig, slim in elkaar gezet en met een zacht aanvoelende buitenkant. Zou daar nou echt geen importeur voor zijn?

Wie daarop niet wil wachten kan overigens in Nederland wel íets vinden. Je moet alleen niet in een computerwinkel zijn, maar in de muziekhandel. De ware Walk-CD liefhebber moet immers voorraad bij zich hebben, en daarvoor zijn wel wat zachte 'reistasjes' te krijgen, meestal met van die onhandige slappe envelopjes erin. Als permanent opbergsysteem zijn ze niet ideaal, maar uiteraard beter dan niks.

En dan nu het werkelijk grote, verbazende verschil: de prijzen. Nog steeds liggen de Amerikaanse prijzen voor zowel hardware als software werkelijk schrikbarend onder die waaraan we hier gewend zijn. Om een voorbeeld te geven: dezelfde 28K8 faxmodem-kaart waarvoor een Amerikaan nog net geen $ 200 neertelt, kost hier een slordige f 450. Dat is ruim eenderde méér. Tel daarbij op dat de Amerikaanse sales tax, afhankelijk van de staat, tussen de 0 en 9% beloopt, terwijl bovenop die 450 gulden ook nog eens 17,5% BTW komt, en je hebt met een beetje sjouwen al heel wat van de gereisde airmiles terugverdiend - al gaat het feest niet door bij de meeste hardware die een eigen voeding heeft, dankzij het verschil in netspanning. Maar dan nog, de enorme voordelige verschillen zijn legio: een opruimprogrammaatje als Cleansweep, dat hier rond de f 100 moet doet, kost daar ruwweg de helft, evenals Corel Draw 6, waarvoor u hier ongeveer f 900 kwijt bent. Photoshop wordt aan gene zijde de uwe voor nog geen duizend gulden, hier zit er nog een extra bruidsschat van een honderdje of vijf aan vast, en zo kunnen we doorgaan.

Waar ligt dat toch aan? Niet aan vertaalkosten. Hardware valt niet te vertalen, en de meeste software wordt niet vertaald, evenmin als de bijbehorende documentatie. Natuurlijk kost het importeren geld, maar ook daar kan het hem moeilijk in zitten. Immers, ook importspullen zijn in Amerika beduidend goedkoper dan hier. De kwaliteit van de winkeliers en de nazorg zijn ook geen factor van belang: verkopers die meer van hun handel weten dan er op de doos staat zijn hier niet dikker gezaaid dan aan de overkant van de Oceaan. Het moet, al met al, een rustgevende gedachte voor minister Weijers zijn, die het bevorderen van de digitalisering van Nederland en zijn economie zo ter harte gaat: Nederlanders blijken zó computerminded, dat ze zich noch van het taalprobleem, noch van te hoge prijzen iets aantrekken, en gelijk opgaan met de verwende Amerikanen.

Als hij nou maar niet gaat denken dat die elektronische snelweg er dus ook wel vanzelf komt.