In de marge van de grote couturiers; Op het lijf gesneden

De belangstelling voor maatkleding groeit naarmate de mode meer lichaamsvolgend wordt. Bruikbaar en vriendelijk geprijsd zijn de collecties van Monique Collignon en Dorien Bregman. Niet alleen voor een feest of partij.

Monique Collignon, Korevaarstraat 14, Leiden. Inl 071-5127593. Galerie Sidac Studio, Hogewoerd 77, Leiden. Inl 071-121336. Dorien David, Mariniersweg 315, Rotterdam. Inl 010-4148878 en Keizersgracht, 467-469, Amsterdam. Inl 020-6260192. Ook van Dorien David wordt werk geëxposeerd, in het Historisch Museum van Rotterdam. T/m 17 maart. Korte Hoogstraat 31. Inl 010-4334499.

Een onopvallend winkelpandje in de Leidse Korevaarstraat, vlakbij de bushalte. In de etalage staat prominent een avondjurk van meters golvende banen zwarte en witte zijde, die in deze stad van 'legginkies' en sportsokken nogal uit de toon valt. Er liggen promotie t-shirts met de naam van de ontwerpster erop, Monique Collignon. “Heeft u ze ook met Truus Collignon”, vroeg laatst een mevrouw die eigenlijk op de bus stond te wachten. “Uitverkocht”, had Collignon als grap geantwoord. “Ik heb alle voornamen gehad, maar Monique verkoopt kennelijk niet.”

Afgelopen nazomer hield Collignon (33) haar eerste modeshow in het Hilton in Amsterdam. Ze zocht zich op die wijze welbewust een plaatsje in de rij Govers, Vos, Molenaar, Mart Visser. Na twaalf jaar ontwerpen - ook in opdracht - en lesgeven, waarvan de laatste vijf jaar met een eigen winkel en collectie, achtte ze de tijd rijp om de wintercollectie '95-'96 'African Queen' met een volwassen presentatie te lanceren.

Het publiek moet onderhand maar 's zien wat ze kan. Ontwerpen. Het is niet de meest vooruitstrevende kleding: Collignon bouwt voort op beproefde technieken en modellen - “al die experimentele mode is passé, de mensen pikken dat niet” - maar ze geeft wel een subtiele eigen invulling. “Door te spelen met coupe, wat voor de leek vaak niet zichtbaar is, en door materiaalkeuze en -toepassing.” Voor de African-Queen-collectie koos ze onder meer zachte, glanzende panter- en cheetah-prints, wel degelijk van echt te onderscheiden, en daarom des te mooier.

Van de drie vorige collecties zijn pronkstukken te zien in de pas geopende galerie Sidac Studio in Leiden. De opstelling heeft iets aandoenlijks - met de (goede) schetsen en een foto-tekstcollage tegen het nodeloos afschieten van Afrikaanse roofdieren. De kledingstukken, opgesteld in kil neonlicht, verraden vakmanschap. Zorgvuldig gemaakt, en onnadrukkelijk origineel is bijvoorbeeld de manteljurk in een antracietgrijze panterprint. Twee plooien die onder de heupzakken uitkomen en de rok iets wijder maken, een flauwronde overslagsluiting en een elegante, hoge, omgeslagen kraag ontnemen aan dit 'keurige' model iedere strengheid.

Collignon maakt, met hulp van drie medewerksters, jasjes, rokken, broeken, en feestkleding. Mantels en jasjes besteedt ze ook wel uit aan fabrikanten. Ze staat meestal zelf in de winkel, de toonbank bezaaid met tekeningen en uitgeknipte patronen. Voor gala- en bruidsjurken werkt Collignon in de haute-couture-traditie. Het liefst ziet ze de bruid ten minste een half jaar voor het huwelijk: “Lekker rekken, want de voorpret is 't leukst.”

Een jurk wordt eerst in toile (wit katoen) op het lichaam gemaakt, zodat duidelijk te zien is welke halsuitsnijding of taillehoogte het beste staat. De klant kiest in principe uit bestaande modellen, maar Collignon ontwerpt ook wel speciaal voor iemand. Bijvoorbeeld voor een 78-jarige dame, die in de collectie zelden iets precies van haar gading vindt. In die gevallen kan de prijs aardig oplopen, maar voor het overige is ze, zegt ze zelf, 'laag geprijsd': een maatpak komt op 700 tot 800 gulden, bruiden kunnen al slagen vanaf ƒ 800,-, maar als iemand een jurk van ƒ 10.000,- wil kan dat ook.

Show en expositie brachten de klanten nog niet in groten getale binnen. “Lange zomer, warme herfst, uitverkoop”, somt Collignon de oorzaken van de almaar durende malaise in de modebranche op. Zelf 'dumpt' ze ook af en toe, “want het is hier geen museum”. Maar als een voorbijganger dan achteloos zegt 'kijk, en daar verdienen ze nog op', kan Collignon wel janken. “Je moet zó in je zelf geloven dat het walgelijk wordt.”

In zichzelf geloven doet ook Dorien Bregman, die met haar man David de Bruyne deze maand een tweede winkel opende aan de Keizersgracht in Amsterdam: Dorien David. In Rotterdam (waar de eerste winkel al negen jaar is gevestigd) en omstreken zijn de fluwelen en zijden maatjurken van Dorien David een begrip bij aanstaande echtparen en studenten met gala's in het vooruitzicht.

Er zit een doortimmerd systeem in de collectie. Voor de jurken zijn er een stuk of tien standaard-modellen, alle met een eigen naam; 'Nabokov', 'Lizard', 'Lutèce'. De een heeft rozen van stof langs de ronde halslijn, de ander een haltertop, weer een ander een vetersluiting op de rug. De klant kiest zelf stof en kleur (nachtblauw, flessegroen, gloeiend rood, etc.), kan variëren op rok- en mouwlengte, en opteren voor een bijpassend jasje. Model bolero, tot in de taille, model smoking, of met kopmouwtjes. De jasjes zijn vervolgens ook weer te combineren met bijpassende rokken of broeken en vormen al naar gelang stofkeuze - er is ook mooie stretchkatoen of een viscoseblend - een feestelijke of representatieve combinatie.

Voor traditionele bruiden is er ivoor- en champagnekleurige zijde; wie overdag, in kerk of gemeentehuis, in het lang wil laat een al dan niet doorschijnende over-rok maken, met onmiskenbaar Assepoester-effect. 's Avonds op het feest - of bij een andere gelegenheid - blijft de lange over-rok achterwege. “Multifunctioneel en praktisch”, en uit te breiden al naar gelang de portemonnee toelaat. Korte zijden jurkjes, op maat gemaakt en in twee weken geleverd, kosten 600 gulden, fluweel is 100 gulden duurder. Maar het kan ook exorbitanter: 'Belle de Jour', een galajurk met voetlange petticoat en zijde gedrapeerd in horizontale golven, komt op ca. ƒ 2.800,- en de sluike tegenhanger 'Prima Donna' van gewassen zijde op ƒ 1500,-.

De kans dat iemand op het grote feest nòg een Nabokov of Lutèce tegenkomt is minimaal, aldus Dorien Bregman. “Als iemand exclusief wil zijn kan ik daar natuurlijk rekening mee houden. Maar wat wij maken is geen haute couture.”