Hoe meer fietsers, des te rijker het leven

De enorme files van de afgelopen tijd hebben ons weer eens een heldere spiegel voorgehouden: Nederland is één groot, stedelijk gebied aan het worden met voortdurende, intensieve verkeersstromen. De wegen zijn overvol, het openbaar vervoer schiet tekort en toch blijft het verkeer maar eindeloos groeien, totdat ... de reus door zijn lemen voeten zakt en geen stap meer kan verzetten. Is stilstand de oplossing of zijn er nog andere manieren om het reusachtige verkeersprobleem aan te pakken? Naast alle min of meer creatieve ideeën (zoals: meer asfalt, meer openbaar vervoer, auto duurder) wordt een eenvoudig, doch reuze slim vervoermiddel vaak over het hoofd gezien: de fiets.

Juist nu er een toenemende bezorgdheid is over al die files, heeft de Raad voor verkeer en waterstaat aan minister Jorritsma een advies uitgebracht over het fietsbeleid onder de titel 'Rijk op de fiets'. De Raad constateert dat het verkeersbeleid te veel wordt gedomineerd door de auto en dat de fiets meer aandacht verdient.

Het advies bekritiseert de plannen van de rijksoverheid om het fietsbeleid geheel te decentraliseren naar provincie en gemeente. Het fietsbeleid is een integraal onderdeel van het totale verkeers- en vervoersbeleid en het behoort daarom ook tot de verantwoordelijkheid van het rijk. De titel van het advies 'Rijk op de fiets' verwijst naar die verantwoordelijkheid, maar ook naar de economische waarde van de fiets. Uit onderzoek is gebleken dat er enorme financiële voordelen zijn te behalen, wanneer een deel van de groei van het autoverkeer wordt vervangen door fietsverkeer. Over een periode van zeven jaar zijn in een plaats als Dordrecht besparingen mogelijk van 6 miljoen tot 56 miljoen gulden, terwijl tegelijk de bereikbaarheid, leefbaarheid en gezondheid verbeteren.

Op papier is het makkelijk om je rijk te rekenen, maar is er wel een maatschappelijk draagvlak voor een verschuiving van auto naar fiets? De burger wil toch het liefst met de auto op pad? Uit ander onderzoek is gebleken dat 85 procent van de Nederlandse bevolking vindt dat er meer geld moet worden besteed aan veilige en aantrekkelijke fietsvoorzieningen. Wanneer zich conflicten voordoen tussen de belangen van de personenauto en de fiets, kiest 87 procent van de ondervraagden voor de fiets.

Ook het gedrag van burgers onderstreept het belang van de fiets: 27 procent van alle verplaatsingen gebeurt nu al per fiets (48 procent per auto en 6 procent per openbaar vervoer). Vooral op korte afstanden (tot 7,5 km) blijkt de fiets een veel gebruikt en snel vervoermiddel te zijn. Er is in Nederland dus een stevig draagvlak voor een intensivering van het fietsbeleid.

In het advies worden diverse knelpunten genoemd die fietsers ervaren en hoe deze kunnen worden opgelost, zoals: een netwerk van veilige en comfortabele fietspaden, diefstalpreventie, goede bereikbaarheid per fiets van allerlei voorzieningen (zoals ziekenhuizen), een goede aansluiting tussen fietsverkeer en openbaar vervoer enzovoorts. Iedere (ex-)fietser weet hoe belangrijk dit alles is. De rijksoverheid heeft hier eveneens weet van. Er ligt immers al een uitstekend Masterplan Fiets (1991), dat voor een groot deel echter nog wacht op praktische en financiële uitwerking.

De rijksoverheid moet méér middelen vrijmaken voor een voortzetting van het fietsbeleid dan de luttele bedragen die er nu voor beschikbaar zijn. Niemand kan worden gedwongen te fietsen. Maar iedere burger die de fiets pakt in plaats van de auto, is een zegen voor de leefbaarheid, bereikbaarheid en duurzaamheid van onze samenleving. Waarom zou de rijksoverheid daar niet aan meewerken?