Frank Groothof brengt Carmen als one man-show voor alle leeftijden; Wapperend met wc-papier in de arena

Voorstelling: Carmen door Frank Groothof en het Ensemble Sax en Plus. Muziek naar George Bizet: Adri van Velsen. Tekst: Harrie Geelen. Gezien: 10/12 De Meervaart, Amsterdam. Info: 0299-621462

De grote zaal van de Amsterdamse Meervaart stroomt tot de laatste stoel vol met Frank Groothof-fans van alle leeftijden. De maestro 'doet' Carmen van Bizet, in vijf kwartier, met een saxofoonkwartet en een slagwerker, maar toch vooral in zijn eentje. Met niet veel meer dan wat hoeden en petten, een knalrood tafelkleed, een bezem en een brilletje is hij de temperamentvolle zigeunerin en de brave Don José, maar ook diens rivaal de stierenvechter, de kapitein van de soldaten en wie er verder nog nodig mocht zijn.

Na Mozart (Idomeneo, Zauberflöte), Beethovens Fidelio en De thuiskomst van Odysseus van Monteverdi gaat Groothof onvermoeibaar verder met zijn promotietour door de wereld van de opera. De keuze voor Bizet wekt geen verbazing. Hartstocht en ontrouw, verraad en wraak zinderen over de speelvloer, de karakters zijn uitgesproken en de belangen tegenstrijdig en de setting met zigeuners en smokkelaars is romantisch. En dan is er die muziek, die zo meeslepend is dat Carmen misschien wel de meest meegehumde opera ter wereld is.

Bij aanvang bespeelt Groothof zijn publiek moeiteloos. Met gulle hand deelt hij plukjes van zijn wc-rol uit (om mee te zwaaien bij het stierengevecht), waarna hij het 'volkslied van Sevilla' instudeert (de voetbalgalm olé-olé-olé-olé). Een middelbaar echtpaar oefent niet mee en moet voor straf alleen. De toon is gezet. Wanneer Escamillo tegen het einde in een hilarische stierenvechtersoutfit de arena binnen schrijdt, valt de hele zaal wc-papier wapperend mee in: 'Toreador, zingt de hele stad in koor...' En een keurig blond jongetje komt gewillig de ontbrekende stier spelen. Hij weet direct wat hem te doen staat: twee vingers boven op het hoofd en voorover gebogen er op af!

Het is genieten geblazen, vooral van Groothofs talent tot typecasting en zijn vermogen om ons dingen en mensen te laten zien die er helemaal niet zijn. Zelfs in de zaal ga je verliefd zitten kijken naar de bezem, die getooid met een roos in de beschermende arm van José onmiskenbaar de mooiste vrouw van Spanje is. Het met verve spelende instrumentaal ensemble mengt zich nog meer dan tijdens de Monteverdi-produktie in de zang, wat een interessanter muzikaal palet oplevert dan voorheen.

Toch begint de formule tekenen van gemakzucht en daarmee slijtageplekken te vertonen. Door het accent op het spektakel blijft er te weinig ruimte voor het drama. Ingrepen in het verhaal en de karakters maken dat er zo langzamerhand sprake is van een oneman-show op basis van Carmen in plaats van een vereenvoudigde versie van de opera. Ernstiger nog is dat Bizet er zo bekaaid afkomt. In het programma staat hij aangegeven als componist, maar afgezien van de geheide klappers klonken er veel voor mij onplaatsbare saxofoonriedels. Met zijn prachtige Zauberflöte heeft Groothof bewezen, dat het heel goed mogelijk is zowel componist als performer tot hun recht te laten komen. Het aan de lopende band zowel uitvoeren als produceren (Don Giovanni staat al weer op stapel) vraagt zijn tol, zelfs van een gedreven muzikale en theatrale duizendpoot.