Elan in Nederlandse vormgeving; Ontwerpen is meer dan krullen draaien

Niet de zoveelste krul aan een tafelpoot, geen lollige telefoon in de vorm van een auto. Jonge Nederlandse vormgevers houden het liever 'droog'. Dat wil zeggen, simpel maar doordacht, met gebruikmaking van bestaande vormen. Na vele exposities in het buitenland is het tijd voor een overzichts- tentoonstelling in eigen land.

Droog Design, Een nieuw elan in het Nederlands ontwerp, t/m 28jan 1996, Kunsthal, Westzeedijk 341, Rotterdam. Inl 010-4400301Werk van Richard Hutten en Reëel is ook t/m 28 jan te zien bijGalerie Ecce, Witte de Withstraat 17a, Rotterdam. Inl 010-4139770Inl over The Edge: 010-4783995.

We hadden goede persmappen, goede foto's'', zegt ontwerper Gijs Bakker. In 1993 ging hij met Renny Ramakers, hoofdredacteur van het vormgevingsvakblad Items, naar de belangrijke meubelbeurs in Milaan om de produkten van een aantal jonge Nederlandse ontwerpers te presenteren onder de naam 'Droog Design'. Er ontbrak op dat moment slechts een ding: verkoopbare produkten. Eerst zien of we succes hebben, dan kijken we verder, dacht het tweetal. Droog Design werd een hit.

De internationale vakpers liet zich in lovende bewoordingen uit over de Nederlanders, waaronder Tejo Remy, Arnout Visser en het ontwerpersduo Jan Konings en Jurgen Bey. Na Milaan volgde deelname aan exposities in New York, Frankfurt, Montreal en Düsseldorf. “Nederland heeft meer te bieden dan kaas, tulpen en water”, aldus de catalogus bij de tentoonstelling Made in Holland, vorig jaar in Keulen.

Dit jaar was Droog Design voor de derde keer in successie een sensatie in Milaan. Dus werd het tijd voor een overzichtstentoonstelling in eigen land. Die is nu te zien in de Kunsthal in Rotterdam. De ontwerpen zijn sober - de handvatten van Piet Hein Eeks sloophoutkast hebben nog net een likje grondverf gekregen om roest tegen te gaan - maar zeker niet saai. 'Protestantisme', zou de beroemde Italiaanse ontwerper Andrea Branzi hebben gemompeld, toen hij in 1993 de collectie van Droog Design bekeek.

De Italianen overheersten lange tijd de internationale designwereld met hun uitbundige, veelkleurige en veelvormige ontwerpen. “Op een moment was iedereen dat zat, het publiek, de pers, de inkopers; dan krijg je een tegenreactie,” zegt Bakker. “Terug naar de basis,” karakteriseert hij deze stroming, die resulteert in produkten die er “niet ontworpen” uitzien. “Het is typisch iets dat in Nederland opkomt. Hier heerst natuurlijk al die mentaliteit van doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg.”

Karakteristiek voor Nederlandse vormgeving van dit moment, in het bijzonder voor Droog Design, is dat het niet opdringerig is. Bakker: “De produkten laten ruimte om er op door te fantaseren. Iedereen mag erbij denken wat hij wil.” Een duidelijk voorbeeld is de tafel van Djoke de Jong. Die is bewerkt met schoolbordverf zodat je er met krijt op kunt tekenen. Handig voor bij de telefoon.

Humor is ook een kenmerk van het werk van de jonge Nederlandse ontwerpers. Er valt veel te lachen in de Kunsthal. Ook mensen die nooit van hun leven een design-galerie binnen stappen zullen zich hier vermoedelijk vermaken. “Een presentatie van Droog Design heeft iets van Alice in Wonderland”, zegt Bakker. Menig produkt is niet wat je op het eerste gezicht denkt dat het is. Neem de poef van Richard Hutten. Het onderstel is van hout en het zitgedeelte lijkt daar van een afstand ook van te zijn gemaakt. Door zijn vierkante vorm ziet het geval er meer uit als een bijzettafeltje dan als een poef. Maar als je gaat zitten merk je tot je verrassing dat het bovengedeelte van zacht spul is vervaardigd. “Polyurethaan”, aldus de 28-jarige ontwerper, “van het zelfde bedrijf afkomstig als de sprekende bomen in de Efteling.”

“Het grapje is geen doel op zich,” vervolgt Hutten. “Het mag niet banaal worden. Zoals bijvoorbeeld een telefoon in de vorm van een auto, die je in allerlei winkels kunt kopen. Dat voegt niets toe.” Dat banaal en briljant soms dicht bij elkaar liggen bewijst Paul Hessels. Hij zette een gloeilamp in een van doorzichtig plastic gemaakt stopcontact. Het ding geeft licht en je kunt er nog twee stekkers voor andere apparaten in steken ook.

“Droog is een mentaliteit”, stelt Hutten. “Ontwerpen is voor ons meer dan vormpjes kakken. Ik wil niet de zoveelste krul aan een tafelpoot maken.” En over zijn werkwijze zegt hij: Om dit soort dingen te bedenken hoef je niet achter een bureau te gaan zitten schetsen. Je kunt het overal en op elk moment van de dag doen; in de auto, achter de zaagtafel, of als je met een karretje in de supermarkt loopt. Ik maak nooit ingewikkelde technische tekeningen; in de tijd die ik daar voor nodig heb is het model al af.”

De produkten van Richard Hutten zijn potentiële erfstukken: degelijk en stevig. Maar niet alle voorwerpen uit de collectie lijken voor latere generaties bestemd. De kast die Hugo Timmermans maakte door hout van sinaasappelkistjes aan elkaar te nieten, bijvoorbeeld, of de boekenkast van Konings en Bey, een skelet van dunne latjes met papeiren vakken, zijn niet voor de eeuwigheid gemaakt.

Droog Design is een collectie die wordt samengesteld door Bakker en Ramakers. “Wij beslissen uiterst ondemocratisch, met z'n tweeën”, aldus Bakker. De veertig produkten van ruim twintig Droog Design-ontwerpers worden gedistribueerd door de firma DMD uit Voorburg. De ene helft wordt in serie gemaakt, de andere in kleine aantallen door de ontwerpers zelf. DMD is in de twee jaar dat het bestaat uitgegroeid tot een succesvolle onderneming met agenten in tal van Europese landen, Australië en de Verenigde Staten.

Het voorbeeld van DMD heeft anderen doen volgen. Er bestaat kennelijk een markt voor in kleine oplages geproduceerd Nederlands design. Richard Hutten ontwerpt behalve voor DMD/Droog ook voor een nieuw bedrijfje dat hij onlangs met drie anderen is begonnen onder de naam Reëel. En deze maand liggen de eerste produkten in de winkels van nog een nieuwkomer, firma The Edge uit Rotterdam. “Massaprodukten zijn uit”, denkt Ed Mathon van the Edge. “Op dit moment is de trend: kopen wat werkelijk mooi is. Mensen hebben behoefte aan individualiteit en kleding en interieur zijn daarvoor de eerste uitingsvormen.”

De Nederlandse ontwerpers die nu voor het voetlicht treden maken veelvuldig gebruik maken van bestaande vormen, soms zelfs van bestaande voorwerpen. “Sampling is het beste woord”, zegt Hutten, “omdat je dingen in een andere context plaatst.” De collectie van Reëel bevat bijvoorbeeld een kaars in de vorm van een bierflesje met een kaars erin. 'Eerbetoon aan de meest gebruikte kandelaar ter wereld' heet het ontwerp. Hutten: “Ik zeg wel eens: het is niet vormgegeven, de vorm is een gegeven.”

Ed Mathon ontwierp voor zijn nieuwe bedrijf The Edge een klemlamp met een metalen cake-bakvormpje als reflector. Het gebruik van bestaande vormen is bij hem vooral het gevolg van praktische overwegingen. Mathon: “Je kunt natuurlijk opnieuw een reflector gaan verzinnen en maken, maar dat kost bakken met geld. Kijk je buiten om je heen dan zie je dat er al duizend en een dingen zijn die uitstekend als zodanig kunnen dienen.” Arnout Visser ontwierp voor The Edge een kaarsenstandaard met een vernikkelde kroonkurk als lekbakje. Een 'levendig object': de kandelaar zet zich als een soort schommel in beweging wanneer de kaars opbrandt.

Dat Nederlandse vormgeving internationaal in aanzien is gestegen en dat er een aantal producenten bij is gekomen, wil nog niet zeggen dat er met design nu grof geld te verdienen valt. Een serie van enkele honderden exemplaren is nog steeds veel. “Het aantal verkooppunten in Nederland is beperkt. Zo'n dertig designwinkels en wat museumwinkels”, zegt Mathon. “Als ik mijn produkten laat zien vindt iedereen ze mooi, maar het probleem is nog steeds: hoe verkoop je het. Eigenlijk zou je dit soort dingen met spaarzegeltjes bij Albert Heijn moeten kunnen krijgen.”

    • Jeroen van der Kris