De last van het wachtgeld

Vroeger hield een leraar ver voor zijn 65ste het onderwijs voor gezien. Nu de mobiliteit is verdwenen en de vluchtroutes worden afgesloten, zal de helft van de docenten weldra de 50 gepasseerd zijn.

Het Johan de Witt College in Den Haag, een brede scholengemeenschap met circa 2.200 leerlingen, heeft een opvallend eerlijke personeelsfunctionaris. 'Met alle docenten boven de 55 gaan we de komende tijd een gesprek voeren, waarin we ze de vraag zullen stellen: houd je het nog wel vol? Exit-gesprekken zijn dat bijna', aldus J. Roos.

Binnenkort krijgen scholen in het voortgezet onderwijs te maken met de zogenaamde 'lump-sum-financiering'. Dat betekent dat ze op basis van het aantal leerlingen een 'grote zak met geld' krijgen waarvan ze alles, ook de lerarensalarissen, moeten betalen. Scholen met relatief veel oude leraren komen dan voor lastige keuzes te staan, want oude leraren zijn duur. Roos: 'Je moet aan de kwaliteit van het onderwijs denken. Ik heb een beetje zitten cijferen en we komen anders niet uit.' De personeelsfunctionaris geeft toe er op te hopen dat een aantal oudere docenten zich vrijwillig zal laten 'afvloeien'.

Tot dusver was het nooit zo moeilijk om van oudere leerkrachten af te komen. Het is zo langzamerhand traditie geworden dat de minister van onderwijs de Kamer in deze tijd van het jaar bericht dat hij er opnieuw niet in geslaagd is het aantal wachtgelders terug te dringen. Twee weken geleden meldde minister Ritzen dat de uitkeringskosten voor werkloze leraren dit jaar 115 miljoen hoger zullen uitvallen dan verwacht. In het hele onderwijs is hij in 1995 ƒ 1.245 miljoen kwijt aan wachtgelden voor ruim 40.000 docenten. Daarmee zijn de afgelopen tien jaar zijn de kosten van de onderwijswachtgelders meer dan verdubbeld.

Hebben oudere leraren het zo zwaar dat ze het wachtgeld verkiezen boven een langer verblijf in het onderwijs? Ja, zegt L. Prick, gepromoveerd op een onderzoek naar de arbeidssatisfactie van leerkrachten en directeur van Intervu, een adviesbureau dat scholen helpt bij het ontwikkelen van personeelsbeleid.

Prick, zelf zeven jaar leraar Nederlands geweest: 'Vroeger gingen leraren er ver voor hun 65ste uit. Dan zijn er twee mogelijkheden: of dat waren toen allemaal aanstellers, of er is iets mis met het beroep. Voor 1980 waren het vooral twintigers en dertigers die voor de klas stonden. Na een aantal jaar in het onderwijs ging men wat anders doen. Ik zelf ben daar een voorbeeld van. Anderen gingen naar het Cito of naar pedagogische centra.'

Rond 1980 kwam er een abrupt einde aan die uitstroom. 'Door de recessie trad er een stagnatie op. Al die mensen die eind jaren zeventig in het onderwijs zaten, zitten daar nog steeds. Ze worden nu samen oud. Binnen een paar jaar wordt bijna de helft van alle lessen op middelbare scholen gegeven door mensen die ouder zijn dan vijftig jaar.' Dat is drie keer zoveel als in 1980: Toen was slechts zestien procent van de leerkrachten boven de vijftig.

Door het verminderen van de doorstroom zijn scholen hun 'zelfcorrigerend vermogen' kwijtgeraakt, zegt Prick. 'Menselijke verhoudingen zijn nu eenmaal aan slijtage onderhevig. Bovendien geldt: hoe ouder je wordt, hoe minder de wereld van de schoolkinderen jouw wereld is. Vanaf je veertigste ga je anders tegen de jeugd aankijken.'

Oude vent

Het omgekeerde is ook het geval, zegt P. van Stek (51), leraar wiskunde aan het Grotius College (1800 leerlingen) in Delft. 'Leerlingen gaan je anders zien. Je komt op een leeftijd dat je niet meer een van hen bent. Je bent een oude vent. Ik vond mijn leraren vroeger behoorlijk oud. Maar toen ik laatst eens zat te rekenen kwam ik tot de conclusie dat zij jonger waren dan ik nu ben.'

H. Lemmen (52) geeft natuurkunde aan dezelfde school. Als hij vroeger tegen vieren thuis kwam, deed hij 'nog wat aan school' voor het eten. 'Nu denk ik: even uitrusten. Dat komt geloof ik echt doordat ik ouder ben geworden.' Beide leerkrachten zijn vastbesloten tot aan hun pensioen door te werken, 'al weet ik niet wanneer dat zal zijn', aldus Lemmen.

De mogelijke afschaffing van de VUT is in Delft net als in de rest van het land regelmatig een onderwerp van gesprek bij het koffieapparaat. Veel docenten vrezen dat de regeling niet meer zal bestaan tegen de tijd dat ze er voor in aanmerking komen. Wachtgeld kan een alternatief zijn voor de VUT.

Scholen en leraren hebben een gemeenschappelijk belang bij een stijging van de uitgaven voor wachtgeld, zei onlangs P. Holthuis, secretaris-generaal op het ministerie: de school is van de oudere leraar af en de leraar kan 'vervroegd met pensioen'.

Vorige maand publiceerde het de commissie arbeidsmarkt en onderwijs (Arbon) de resultaten van een onderzoek onder 3000 wachtgelders. Het onderzoek is niet representatief voor alle wachtgelders, omdat de werkloze leraren die werden onderzocht aan een aantal voorwaarden moesten voldoen. Ze mochten bijvoorbeeld niet ouder zijn dan 55 jaar. De conclusie van de onderzoekers: 45 procent is 'bemiddelbaar', 25 procent moet bij- of omgeschoold worden en 30 procent is (nog) niet bemiddelbaar. Daarbij moet een kanttekening worden gemaakt: van de 'bemiddelbaren' is de helft misschien wel gemotiveerd, maar door leeftijd, kosten of te weinig vakkennis 'kansarm op de arbeidsmarkt'. Direct bemiddelbaar is dus eigenlijk minder dan een kwart van de onderzochte wachtgelders.

'De mensen presenteren zich naar ons toe altijd als gemotiveerd', zegt V. van der Heiden, werkzaam bij het arbeidsbureau in Rotterdam. 'Ze weten namelijk dat ze verplicht zijn om naar werk te zoeken.' Maar hoe ze zich bij werkgevers presenteren kan het arbeidsbureau moeilijk controleren. Van der Heiden: 'Sommigen vinden het wel prima vinden zo, ze hebben een nieuw sociaal leven opgebouwd. Of iemand is bezig een eigen bedrijfje te beginnen. En als hij echt niet wil, ja, het is natuurlijk niet moeilijk om afgewezen te worden. Een slechte brief is zo geschreven.'

Het negatieve imago dat werkgevers over het algemeen van wachtgelders hebben maakt het moeilijk voor Van der Heiden en zijn collega's om de mensen te helpen die wel gemotiveerd zijn. 'Al plaats je tien keer een goede wachtgelder, als het bij de elfde fout gaat dan is men die tien zo vergeten.' Weigert iemand werkt, dan kan het arbeidsbureau dat doorgeven aan de uitkerende instantie, de Informatie Beheer Groep (IBG) in Groningen. Volgens een woordvoerder van de IBG komt het maar zelden voor dat iemands uitkering wordt stopgezet. Wel werd vorig jaar een ingewikkeld stelsel van strafkortingen ingevoerd voor mensen die een ontslaguitkering aanvragen en niet de eisen blijken te voldoen, bijvoorbeeld omdat ze 'verwijtbaar' werkloos zijn, niet staan ingeschreven bij het arbeidsbureau of onvoldoende informatie hebben verstrekt. Het IBG is streng, zo blijkt. Van de mensen die dit jaar 'ontslaggeld' hebben aanvraagd, werd iets meer dan tien procent getroffen door een sanctie (meestal een tijdelijk korting).

Lump sum

Het ministerie van onderwijs probeert ook op andere manieren de instroom van wachtgelders in te perken. De overschrijding op de begroting van Ritzen was onder andere het gevolg van een toename met 44 procent van het aantal ontslagen wegens 'ongeschiktheid'. Op een school zijn zelfs meer dan 20 leerkrachten om die reden de laan uit gestuurd zijn. Ontslagaanvragen van leraren die ongeschikt zijn, worden op dit moment slechts 'marginaal' getoetst door het ministerie. Ritzen onderzoekt nu of het moeilijker moet worden gemaakt om iemand op die gronden te ontslaan. Verder komt er een overgangsregeling om de gevolgen van de 'lump-sum-financiering' voor scholen met relatief veel oude leerkrachten te verzachten. Tot 2001 krijgen deze extra geld.

Prick, die vorig voor de Arbon meewerkte aan onderzoek naar de 'geschiktheid en beschikbaarheid' van wachtgelders: 'Het is absurd om te doen alsof die wachtgelders een arbeidsreservoir vormen. Het zijn voornamelijk mensen die bij fusies weg mochten. Ze hadden de verwachting dat ze eruit konden blijven. Met hun echtgenoten werden ze naar cursussen 'pensioen in zicht' gestuurd. Jaren later komt men ineens tot de conclusie dat ze teveel geld kosten. Men had het woord wachtgeld letterlijk moeten nemen. Het zijn mensen die op geld wachten, niet op werk.'

Daar komt bij dat een deel van de wachtgelders ongeschikt is om in het onderwijs te werken. 'Er zitten mensen tussen die eruit gewerkt zijn omdat ze met kinderen hebben gerotzooid of omdat ze uit de kas hebben gestolen', zegt Prick. 'Ik ken een voorbeeld van een leraar natuurkunde, die steeds werd afgewezen. In de kring van rectoren in de regio was bekend dat hij er Janmaat-achtige sympathieën op nahield. 'Heb jij hem nu gehad', zeiden ze tegen elkaar. Het arbeidsbureau had onvoldoende informatie en bleef braaf bemiddelen. Die sollicitatie-procedures lenen zich uitstekend voor een cabaretprogramma.'

Prick denkt niet dat Ritzen er op korte termijn in zal slagen het aantal wachtgelders te verminderen. Hij schat dat meer dan de helft van de wachtgelden gaat naar mensen die niet meer in het onderwijs kunnen of willen terugkeren. 'Het enige wat de minister zou kunnen doen is met z'n vuist op tafel slaan en zeggen: nu moet het afgelopen zijn, al die ouderen moeten van de onderwijsbegroting af en naar die van sociale zaken. Dat zou logisch zijn. Alle ondernemingen in Nederland die hun ouderen eruit hebben gejaagd hoeven daar ook niet meer voor te betalen.'

Afgevloeid

Marco van Noord (45), eerstegraads docent aardrijkskunde aan een brede scholengemeenschap, belandde zeer tegen zijn zin in het wachtgeld. Op een ochtend, ruim een jaar geleden, ging de telefoon: of hij direkt op school wilde komen. Een 'oud-inspecteur en een andere onduidelijke dame van een of ander onderwijsadviesbureau' wachtten hem op. Er volgden enkele gesprekken tussen Van Noord en het tweetal. 'Ze stelden me voor me voor 50 procent af te laten keuren.' De docent weigerde dat. Drie dagen later werd hij uit zijn les gehaald. 'Ik moest naar een kamertje komen waar de schoolleiding en die zogenaamde bemiddelaars zaten', vertelt hij. 'Ik kreeg te horen dat ik plotseling haatdragend was geworden en niet meer met anderen kon samenwerken.' Volgens Van Noord wilde het schoolbestuur van hem af omdat het aantal havo en atheneum-leerlingen op de school terugliep. 'Daardoor waren er te veel eerstegraders. En men wilde iemand anders, een docent die ook in de schoolleiding zat. Ik zat hem in de weg, door mij kon hij niet meer uren krijgen. Terwijl ik al steeds meer lessen aan het vbo gaf. Ik had maar acht uur bovenbouw, maar zat wel in schaal twaalf. Voor die 20 uur onderbouw die ik gaf konden ze natuurlijk een goedkopere docent inzetten.' De aardrijkskundeleraar weigerde echter vrijwillig op te stappen. Er volgden nieuwe gesprekken met de schoolleiding. Van Noord: 'Om me onder druk te zetten. Ze stelden voor dat ik zelf m'n ontslag zou nemen, dan zouden zij ervoor zorgen dat ik in het wachtgeld kwam.' Toen Van Noord ook dat weigerde besloot de school begin dit jaar hem maar gewoon te ontslaan. Een handtekeningenactie van collega's hielp niet meer. Uiteindelijk moest de kantonrechter een beslissing nemen. Die oordeelde dat de arbeidsrelatie hoe dan ook verstoord was, waardoor van een terugkeer geen sprake kon zijn. Wel moest de school Van Noord 60.000 gulden betalen. De naam van de docent is om privacy redenen gefingeerd.