Commisseur staat ondernemer bij

SNEEK, 14 DEC. Een ondernemer in het midden- en kleinbedrijf (MKB) heeft het op zijn of haar eenmanspost razend druk. Personeelskwesties, investeringsbeslissingen, automatisering, wel of niet exporteren - de echte ondernemer kan zijn hart ophalen.

Maar het kan ook eenzaam zijn aan de top. Wie er alleen voor staat, kan te rade gaan bij zijn bank, zijn accountant of bij een bedrijfsadviseur. Ook de commissaris, al dan niet op een afstand met het bedrijf verbonden door familiebanden, kan de ondernemer terzijde staan. Verder kan de branche-organisatie te hulp worden geroepen. In Delft hebben MKB en ING gisteren een nieuwe onderneming opgericht om advisering en belangenbehartiging uit elkaar te halen.

Keuze genoeg, lijkt het, maar nu is ook nog de commisseur ten tonele verschenen.

Wat is een commisseur? Stichting de Commisseur, vorig jaar april opgericht in Groningen, geeft de volgende omschrijving: “Een commisseur combineert de kwaliteiten van een deskundige commissaris en een vaste adviseur. Zijn status is echter wat minder formeel en afstandelijk dan die van een commissaris en minder vrijblijvend dan die van een adviseur.”

G.B. Steenhagen (50) is een warm pleitbezorger van de commisseur. Hij is zelf een ervaren ondernemer. Bij Ten Cate Sports in Almelo was hij algemeen adjunct-directeur en daarna directeur van een Nederlands-Amerikaanse joint venture. Na zijn afscheid van “de plankzeilerij” werkt Steenhagen sinds 1990 drie dagen in de week bij KPMG als organisatie-adviseur en geeft hij verder les aan het Centrum voor Innovatief Ondernemerschap Twente. Door KPMG is hij 'vrijgesteld' om commisseurs te werven en ondernemers op te sporen die behoefte hebben aan een klankbord.

Steenhagen: “Een bedrijfsadviseur komt vaak voor een specifiek advies, over kwaliteitszorg, logistiek, of over de technische produktie. Een commisseur is veel breder. Je streeft dan naar een meer permanente relatie.”

Wie zijn er te porren voor deze nieuwe rol in adviseursland? Steenhagen: “Dat kunnen allerlei mensen zijn. Ondernemers die vrij jong hun zaak hebben verkocht, omdat zij geen geschikte opvolger konden vinden, of ondernemers die hun eigen bedrijf goed op de rails hebben staan en nog tijd vrij kunnen maken.” Hij vindt het ook van belang dat een commisseur financieel onafhankelijk is. “Zo iemand hoeft geen lippendienst te gaan bewijzen.”

Steenhagen constateert dat een directeur-eigenaar in het MKB nogal eens tegenover zijn personeel kan komen te staan. “Je ziet vaak een groot verschil tussen het eerste echelon en de rest van de bedrijfsgemeenschap.” Als de directeur in eigen huis een probleem wil bespreken, raakt dat heel vaak en ook direct de persoonlijke belangen van de gesprekspartner.

De werkrelatie wordt vastgelegd in een contract dat de opdrachtgever zelf kan invullen. Voor een vast bedrag per jaar, of desgewenst op uurbasis, gaan partijen met elkaar in zee. Uit onderzoek is gebleken dat een commisseur gemiddeld veertig uur per jaar wordt ingezet, inclusief overleg, vergaderingen en studie. De gemiddelde vergoeding hiervoor ligt tussen de 6.000 en 8.000 gulden per jaar.

Voor het zoeken van een geschikte kandidaat vraagt de Stichting duizend gulden, te betalen bij het verstrekken van de opdracht. Als de bemiddeling slaagt, bedragen de resterende kosten 5.000 gulden. Steenhagen: “Dat is niet kostendekkend, was dat maar waar. Het is een tussentarief in de markt.”

In Sneek voert mevrouw J.C.M. Kanters de directie over Donker BV Cultuurtechniek. Haar bedrijf houdt zich in de breedste zin van het woord bezig met groenvoorzieningen; buiten met de integrale aanpak van beplantingen, verhardingen, rioleringen, drainage en het inrichten van plantsoenen en historische tuinen, maar ook binnen met het inrichten en verzorgen van bij voorbeeld kantoortuinen. Kanters, een zeer commercieel ingestelde ondernemer die in 1992 werd gekozen tot manager van het jaar, vat haar ambitie kernachtig samen: “Alles wat groen is, is voor ons.”

Zij gaat op 1 januari aanstaande in zee met een commisseur. Na een onstuimige groei heeft haar bedrijf thans acht vestigingen, verspreid over het hele land. De omzet ligt tussen de 23 en 25 miljoen gulden en ze heeft tweehonderd mensen in dienst, van ontwerpers tot hoveniers.

Kanters: “Ik vind die commisseur vooral van belang om een commercieel oordeel.” Ze heeft geen behoefte aan een echte commissaris. “Dat is niet verplicht, je zoekt ook niet echt.” Ze vindt een commissaris vaak te afstandelijk, te formeel. “Zo iemand moet het bedrijf wel promoten, en hij moet weten waarmee je bezig wilt zijn.”

Van haar commisseur verwacht ze dat deze meedenkt, maar dan wel kritisch, “ ook als het goed gaat”. Kanters: “Ik heb een bank, ik heb een accountant, ze doen hun werk, met hun eigen invalshoek, het cijfermatige, het financiële. En een bedrijfsadviseur komt per geval, per project. Maar een commisseur, die is er voor jou.”

Na de kennismaking met enkele kandidaten koos mevrouw Kanters voor W.E. Haket, ondernemer én vrouw, over wie zij zich enthousiast toont. “Zij is heel grondig en dynamisch.” En met nadruk voegt zij daaraan toe: “ En ze is commercieel, dat stroomt haar door het bloed.”

Mevrouw Haket uit Groningen werd door KPMG benaderd om in de 'pool' van commisseurs mee te draaien. Ze heeft na 25 jaar in het bedrijfsleven een brede ervaring. Haket: “Ik ben echt een bedrijfsmatig dier.”

Sinds een jaar werkt ze als projectleider bij de afdeling Economische zaken van de gemeente Groningen, ze is daar “echt als trekker” aangenomen om als 'intermediair' op te treden in de relatie tussen het bedrijfsleven en de gemeente Groningen.

Ze vindt het “leuk en uitdagend” om als commisseur op te treden. “Het bloed, en de kennis, dat stroomt waar het niet gaan kan.” Bovendien kan zij, ook nu ze bij de overheid werkt, voeling houden met het bedrijfsleven en ze houdt haar kennis 'up to date'.

Het bedrijf van mevrouw Kanters sluit bovendien aan op haar relatiekring. “Het is een leuk, modern en interessant bedrijf.”

Een commisseur kan alleen goed werken als alle relevante informatie op tafel komt. In de aanloop naar de feitelijke start van het commisseurschap per 1 januari praat ze nu met mensen op sleutelposities, maar ook met de mensen die in de vestigingen het 'grondwerk' doen. Mevrouw Kanters heeft er geen enkel bezwaar tegen als haar commisseur met alle geledingen van haar bedrijf kennis maakt.

Haket: “Die openheid maakt het mogelijk om echt een klankbord te zijn. Als je je afsluit van het personeel, sta je gewoon met z'n tweeën aan het hoofd van de onderneming.” Die openheid van de directeur is wat haar betreft een compliment waard. Beide vrouwen werden het snel eens. Haket heeft er zin in: “Het is iets heel persoonlijks, het moet klikken.” En haar opdrachtgever verwacht er na de wederzijdse kennismaking ook veel van: “Ik had een goed gevoel.”

    • Koos Metselaar