Bulgarije; Ex-koning op zoek naar een rol

Simeon II, voormalig koning van Bulgarije, wil terug naar zijn land - niet om er een troon te bestijgen, en voorlopig ook niet om zich er weer te vestigen, maar om er voor het eerst in bijna vijftig jaar de sfeer te proeven en wie weet, om een rol of een rolletje in het openbare leven te spelen. Die van verzoener bijvoorbeeld, want daaraan heeft Bulgarije naar het oordeel van Simeons aanhang grote behoefte.

De 58-jarige Simeon, zakenman te Madrid, heeft positief gereageerd op een brief van 101 Bulgaarse intellectuelen, die zich zorgen maken over de gang van zaken in hun land: de politieke polarisatie, de economische neergang, de sociale chaos. De Bulgaren zijn verdeeld en na zes jaar van moeizaam hervormen verpauperd en gedesillusioneerd. De enige man die hen weer kan verenigen, zo vinden die 101 intellectuelen, is Simeon. De ex-koning, zei onlangs een van hen, parlementariër Kristian Krastev, is integer en van goede wil, hij is populair en hij heeft veel autoriteit. “Bulgarije heeft behoefte aan een inspanning van de hele natie en aan een persoonlijkheid die die inspanning belichaamt”, aldus de uitnodigingsbrief.

De in 1937 geboren Simeon II werd in 1943 op zesjarige leeftijd koning - of tsaar, zoals de Bulgaren hun vorst noemden - van Bulgarije, na de plotselinge dood van zijn vader, Boris III - de man die Bulgarije sinds 1918 had geregeerd, die had moeten toezien hoe het in de jaren dertig in het pro-Duitse kamp belandde, maar die zich ook verdienstelijk had gemaakt door zich hardnekkig en met succes te verzetten tegen twee van Hitlers eisen: de deelname van Bulgarije aan de oorlog tegen de Sovjet-Unie en de deportatie van de Bulgaarse joden. In 1946, toen de kind-koning negen was, werd hij door de zegevierende communisten, die het land waren binnengekomen op de bajonetten van het Rode Leger, met zijn familie het land uitgezet. Na een (vermoedelijk vervalst) referendum werd - met volgens de officiële uitslag 3,8 miljoen stemmen voor en 1,7 miljoen stemmen tegen - de Bulgaarse monarchie afgeschaft en werd de volksrepubliek uitgeroepen. De drie regenten die in naam van de kind-koning hadden geregeerd werden als 'landverraders' geëxecuteerd. Sindsdien heeft Simeon in Madrid gewoond.

De Bulgaren hebben pas na de val van het socialisme kennis kunnen maken met hun ex-koning, voornamelijk door vraaggesprekken in de Bulgaarse media. En die kennismaking is zeer goed bevallen. De ex-koning heeft indruk gemaakt, met de terughoudendheid van zijn uitlatingen, met zijn bescheidenheid en zijn bedachtzaamheid, en met het prachtige, niet door vijftig jaar socialistische taalvervuiling aangetaste Bulgaars dat hij spreekt. Sindsdien is Simeon bij de opiniepeilingen steevast de op één na populairste man van het land - na president Zjeljoe Zjelev -, ook al is hij al 49 jaar niet meer in Bulgarije geweest.

Simeon beschouwt zich nog altijd als koning van Bulgarije. Het referendum werd immers vervalst en hij heeft nooit afstand van de troon gedaan. Het beste zou zijn, heeft hij gezegd, het referendum te herhalen en de Bulgaren opnieuw de kans te geven zich uit te spreken over de monarchie. Of het zover komt, en of de zaak van de monarchie dan zou zegevieren, is sterk de vraag, want hoe populair Simeon ook is, de meerderheid van de Bulgaren lijkt toch meer te zien in de republikeinse staatsvorm. De regerende ex-communisten zijn mordicus tegen de monarchie, president Zjelev is het - hoewel bepaald geen vriend van de ex-communisten - ook en per saldo zijn slechts enkele kleine politieke partijen die deel uitmaken van de oppositionele paraplu-organisatie SDS (Unie van Democratische Krachten) voor het herstel van de monarchie. Op 28 mei 1991 besloot het parlement een referendum te organiseren over de vraag of Bulgarije weer een monarchie moet worden; maar toen het debat te fel oplaaide, werd daar acht dagen weer van afgezien.

Niettemin is het thema van de monarchie actueel. Zes jaar na de val van het socialisme hebben de Bulgaren nog steeds geen staatswapen: ze kunnen het almaar niet eens worden over de vraag of de heraldische leeuw in het ontwerp nu wel of geen kroon moet dragen.

Ook is wel gespeculeerd dat Simeon zich bij de volgende presidentsverkiezingen, in 1997, kandidaat kan stellen. Maar ook dat is moeilijk: de grondwet bepaalt - in een paragraaf die wel de 'anti-Simeon-clausule' wordt genoemd - dat kandidaten voor het presidentschap vijf jaar in Bulgarije moeten hebben gewoond. En Simeon voldoet niet aan die voorwaarde.

In tegenstelling tot de vroegere Roemeense koning Michael, die al jaren pogingen onderneemt naar zijn land terug te keren, wachten Simeon bij zijn terugkeer vermoedelijk geen problemen van de kant van de regering, ook al ziet die hem niet graag komen en heeft president Zjelev gezegd dat de terugkeer eerst per referendum moet worden goedgekeurd. “De Tsaar komt”, kopte gisteren het blad Demokratsia alvast. Anders dan Michael heeft Simeon geen visum nodig, omdat hij niet van zijn staatsburgerschap vervallen is verklaard en zijn Bulgaarse pas nog steeds geldig is. Zijn moeder, koningin Joanna, heeft Bulgarije in 1993 bezocht en zijn zuster, Marie-Louise, deed dat al in 1991. Beiden viel een zeer enthousiast welkom ten deel.