Brabant viert feest met boerendurske op munt

DEN BOSCH, 14 DEC. “Brabant beweegt.” Dat is het motto volgend jaar van de herdenking dat de provincie 200 jaar geleden ontstond. Ze kreeg toen een eigen vertegenwoordiging in de Nationale Vergadering. Of het ook echt bewegen en lustig vieren wordt, is vooralsnog de vraag. Gisteren tijdens de presentatie in het provinciehuis werden op nagenoeg alle vragen naar een nadere invulling van de programmapunten ontwijkende antwoorden gegeven. Daarbij bleef in het midden of de organisatoren “verrassend” willen uitpakken of dat ze het zelf ook nog niet precies weten - terwijl het toch kort dag is.

Wat wel vaststaat is dat er op 13 juni op en rond het Binnenhof een “bruisende” bijeenkomst zal zijn met onder meer “lobbyhoekjes”. De commissaris der koningin in Noord-Brabant, F. Houben, zei dat hij hoopt dat Brabant in Den Haag “een beetje Nederlands” zal worden, zij het dat het omgekeerde natuurlijk nog mooier zou zijn. Er komt een speciaal bij de Rijksmunt geslagen geldstuk uit met aan één zijde de beeltenis van een fris ogend boerendurske (meisje) compleet met poffer. Dat is de benaming voor de Brabantse boerinnenmuts die vooral op zon- en feestdagen werd gedragen. De poffer is als wettig betaalmiddel één gulden waard. Hij is te koop voor vijf gulden. Met de winst wordt de restauratie medegefinancierd van de Grote Kerk in Breda. In die kerk riep op 31 december 1795 Pieter de Vreede zijn mede-representanten in Bataafs Brabant op hem te steunen in het streven naar soevereiniteit. Die soevereiniteit werd op 31 maart 1796 een feit.

Over het door de restaurateurs op de menu's op te nemen Brabants Menu is niets anders bekend dan dat ze meer zullen bevatten dan de spreekwoordelijke zult en balkenbrij. Misschien komt er op de balkenbrij “nog wel een eike bij”, zoals de Brabantse troubadoer Gerard van Maasakkers zingt.

Op de ter gelegenheid van de viering uitgegeven Evenementenkalender staan onder meer in Valkenswaard “valken kijken”, op de heide van St. Anthonis een “lammerenwandeling” en in de Biesbosch een “oliebollentocht”. Ook is opgenomen de première van de theatervoorstelling Marietje Kessels, over een 11-jarige Tilburgse meisje dat in 1900 in de kerk werd verkracht en daarna vermoord. Of medeneming van deze voorstelling behalve voor het gemene volk ook tot nut en vermaak zal strekken van de rooms-katholieke gezagsdragers is zeer de vraag. Immers: alle sporen van deze wandaad leidden destijds naar de pastoor.