Baby lijkt beetje op vader en nauwelijks op moeder

'O kijk, ze heeft het neusje van haar vader.' Met zo'n uitroep scoort de kraamvisite gegarandeerd. Ouders vinden het altijd prachtig om te horen hoezeer hun kinderen op hen lijken - maar is het ook waar? Amerikaanse psychologen wagen dat te betwijfelen. In een ingezonden brief in Nature (14 december) constateren ze dat eenjarige baby's vaak op hun vader lijken, maar hoe ouder het kind wordt, hoe minder er van de gelijkenis met vader of moeder overblijft.

In een onderzoek, uitgevoerd aan de Universiteit van Californië, kregen proefpersonen telkens een rijtje foto's voorgelegd van een kind van 1, van 10 en van 20 jaar. Daarnaast kreeg men foto's te zien van drie mogelijke ouders, zowel een recente foto als een foto van 20 jaar geleden, met de vraag: wie van de drie is de ouder van dit kind? De proefpersonen kozen bij kinderen van 10 of 20 jaar niet vaker dan men op grond van toeval mocht verwachten de juiste ouder uit. Alleen bij baby's op 1-jarige leeftijd kozen ze significant vaker voor de juiste vader, namelijk in de helft van de gevallen. De foto van de juiste moeder werd maar in één op de drie gevallen met de juiste baby gecombineerd. Zou men blind gokken, dan was die kans ook één op drie!

In totaal deden 122 proefpersonen aan het onderzoek mee, en er zaten foto's van 24 (blanke) kinderen in het onderzoek, 12 jongens en 12 meisjes. Elke set foto's werd door zo'n twintig personen beoordeeld. Aan de proefpersonen werd niet alleen gevraagd om de juiste ouder bij het juiste kind te zoeken, maar ook om te oordelen over de gelijkenis op verschillende leeftijden. Opvallend was, dat de proefpersonen heel goed in staat bleken om de gelijkenis van vader of moeder te herkennen op twee foto's, genomen met een tussentijd van 20 jaar. Bij 81 procent van de moeders en 78 procent van de vaders kenden de proefpersonen de grootste gelijkenis toe aan foto's die ook echt bij elkaar hoorden (als ze weer de keuze hadden uit drie mogelijke combinaties). De gelijkenis tussen een baby en hetzelfde kind op 20-jarige leeftijd werd in 55 procent van de gevallen herkend, tussen 1- en 10 jarigen in 66 procent van de gevallen en de gelijkenis tussen 10- en 20-jarigen in 71 procent van de gevallen.

Met andere woorden, de proefpersonen bleken wel in staat op individuele gezichtstrekken goed te onderscheiden. Maar het verband tussen ouder en kind zagen ze niet, met uitzondering tussen de genoemde gelijkenis tussen baby en vader, die in de helft van de gevallen werd herkend, ongeacht of de baby nu een jongetje of een meisje was.

De psychologen denken dat de baby door op zijn vader te lijken een slimme evolutionaire truc uithaalt, waarmee hij een selectief voordeel behaalt in de strijd om het bestaan. Door op papa te lijken zou hij zich, aldus de auteurs, verzekeren van meer zorg en vaderliefde. (Erg lang kan dit selectieve voordeel nooit geduurd hebben - de spiegel is pas enkele eeuwen beschikbaar.) Op moeder lijken daarentegen is volgens de onderzoekers niet nodig, aangezien de moeder haar kind sowieso zal koesteren, omdat zij er niet aan hoeft te twijfelen, dat het haar eigen vlees en bloed is.

Misschien, zo opperen de auteurs in Nature, komen de kenmerken die vrouwengezichten van elkaar onderscheiden, zoals de mate van het uitsteken van de jukbeenderen, in babygezichtjes nog niet zo goed tot expressie. Of misschien hebben de genen van de vader meer invloed op de gelaatstrekken dan de genen van de moeder (wel een ruige veronderstelling). Natuurlijk kan het ook zo zijn dat familiegelijkenis bestaat uit allerlei trekjes - een stem, een houding, een gebaar - die je op foto's niet zozeer herkent, of wordt aangedikt door gemeenschappelijke eet- of kleedgewoonten.