We gaan (weer)

HET NEDERLANDSE parlement heeft zo langzamerhand patent op rommelige besluitvorming als het gaat om het wegzenden van militairen naar oorlogsgebieden. Met de Nederlandse bijdrage aan de NAVO-'vredesimplementatiemacht' (IFOR) voor Bosnië is dat ook weer het geval. De Tweede Kamer is nog volop bezig met het afwikkelen van het drama rond Dutchbat in Srebrenica. Hoe kon er in korte tijd zoveel mislopen, is daarbij de centrale vraag. Maar vooruitlopend op het finale debat over deze zaak dat volgende week zal worden gehouden en waaruit naar mag worden aangenomen lessen voor de toekomst worden getrokken, heeft de Tweede Kamer al weer ingestemd met de volgende missie naar het voormalige Joegoslavië. Een andere volgorde was logischer geweest.

Of dit ook tot een ander standpunt zou hebben geleid valt overigens te betwijfelen. De operatie waar Nederland zich nu met de inzet van 2.100 militairen aan heeft verbonden is van een totaal andere orde dan de vorige. Het belangrijkste verschil is dat het hier om een initiatief gaat dat onder auspiciën van de NAVO wordt uitgevoerd en voortvloeit uit het vredesakkoord van Dayton. Het betekent in elk geval een betere garantie voor een helderder commandostructuur. Juist omdat het hier de NAVO betreft is de beleidsvrijheid van Nederland beperkt. Deelname aan de troepenmacht is als het ware een verdragsverplichting. Alle NAVO-landen hebben te kennen gegeven een bijdrage te zullen leveren.

IN DE TWEEDE Kamer ging het gisteravond niet zozeer om de vraag òf Nederland weer militairen naar Bosnië zal sturen, alswel onder welke voorwaarden. Toch blijft de steun van de VVD aan uitzending het apart noteren waard. Het is deze fractie geweest die zich dit jaar al vóór het echec van Dutchbat gaandeweg steeds kritischer is gaan uiten over de Nederlandse presentie in het voormalige Joegoslavië. VVD-leider Bolkestein merkte toen op dat Nederland het volle aandeel in elke internationale inspanning dient te nemen, maar niet meer dan het volle aandeel. Hij pleitte in dat verband dan ook voor een spoedige beëindiging van de Nederlandse VN-taak in Bosnië en zorgde met dat standpunt voor het nodige ongenoegen binnen de coalitie.

De nieuwe Nederlandse missie wordt eensgezind gesteund door de coalitie. Bovendien hebben ook de meeste oppositiefracties zich achter het voornemen geschaard. Dit gegeven is van belang als de vredesmissie onverhoopt op confrontaties zou uitlopen. Want hoewel de uitzending een gevolg is van het vredesakkoord, worden in militaire kring de risico's groot genoemd.

NEDERLAND GAAT weer. De vraag is wel voor hoe lang. Wat dat betreft is het van belang naar de wordingsgeschiedenis te kijken. De Amerikanen hebben in het vredesproces een cruciale rol gespeeld. Zo zijn het ook de Amerikanen die een hoofdrol spelen in de NAVO-macht. Het is duidelijk dat als zij hun rol als beëindigd beschouwen Nederland ook weinig meer te zoeken heeft in Bosnië. Bij delen van de Tweede Kamer, waaronder de regeringsfracties van PvdA en D66, bestaat hierover nog twijfel. Maar als het drama Bosnië iets heeft geleerd is het wel dat zonder de Amerikanen elke aanwezigheid in dat gebied tot een fiasco leidt.