Spectaculair epos over verloren slag in de Javazee

De slag in de Javazee. Regie: Niek Koppen. In: Amsterdam, Cinecenter; Den Haag, Haags Filmhuis; Arnhem, Filmhuis.

Niek Koppens documentaire Siki (1992), over de legendevorming rond de eerste zwarte bokser in Nederland, kreeg heel wat kritiek te verduren. De aaneenschakeling van 'talking heads' zou niet thuis horen in een 'creatieve documentaire' en ook het gebrek aan analyse van de verhouding tussen waarheid en verdichting zou wijzen op onvermogen van de maker, die alle tegenstrijdigheden voor zichzelf liet spreken. Ik vond die kritiek toen al onzin, omdat de film een eigen stijl vertoonde, een grote amusementswaarde had en opzettelijk speelde met de onvolkomenheden in het menselijk geheugen.

Ook in zijn tweede lange documentaire, de twee uur en een kwartier durende film De slag in de Javazee, heeft Koppen van die Siki-achtige sequenties gestopt. Iedereen aan boord noemde schout-bij-nacht Karel Doorman 'Kareltje', herinnert een overlevende van de eind februari 1942 door de Nederlandse en geallieerde vloot verloren zeeslag zich. Een paar seconden later zegt een ander dat hij 'De Knoest' werd genoemd. 'De Tank', meent weer een ander, wegens zijn imposante gestalte. 'Omdat hij zo veel dronk', weet de volgende getuige. De 'sprekende hoofden' vormen zo een koor, dat hetzelfde liedje steeds net even anders zingt. Het procédé brengt verlichting in een tragedie en onderstreept de bedoelingen van de maker, die zich laat kennen als een documentair auteur met een eigen stijl. Koppen wil niet de objectieve historische waarheid bloot leggen, maar puzzelstukjes aandragen, die vooral tegenstrijdige details en emoties onthullen.

De vijftig Nederlandse, Britse, Amerikaanse, Australische en Japanse getuigen spreken dus niet het laatste woord over deze historische en toch bij het grote publiek weinig bekende gebeurtenis: het moment dat Indië verloren ging aan de Aziaten, de laatste grote militaire slag van de Nederlandse krijgsmacht en de laatste zeeslag, waarin de betrokken marineschepen elkaar fysiek konden waarnemen. De in de jaren zestig geopperde vraag of het een verstandig besluit was van het commando op de wal om de confrontatie te zoeken met een superieure tegenstander ('een tienderangsnatie' was het oordeel van sommigen), wordt slechts impliciet beantwoord. De legendarische woorden van Karel Doorman 'Ik val aan, volg mij' komen slechts terloops aan de orde: nadat de geraakte Britse torpedobootjager 'Exeter' naar bakboord gedraaid was, dreigden de andere schepen die koers te volgen en seinde Doorman wanhopig 'Follow me!'.

Dat er veel mis ging in de coördinatie blijkt uit vele anekdotes, die lang niet altijd komisch werken. Wie na het verlaten van een zinkend schip in een sloep trachtte te komen, kon soms een klap op z'n hoofd met een peddel krijgen. In tegenstelling tot de Japanse marine, weigerden sommige geallieerde schepen overlevenden aan boord te nemen. Koppen benadrukt de nog steeds heftige emoties van de inmiddels bejaarde veteranen, naar wier verhalen nog zelden iemand geïnformeerd had.

De kort gesneden monologen worden afgewisseld door archiefmateriaal en recente opnamen van vergelijkbare situaties, omdat er geen aan boord van de echte schepen gedraaide beelden bestaan. Ook die associatieve illustraties werken wonderwel; het bedrog is vaak zichtbaar, maar leidt nooit af, omdat je je door de intensiteit van het zich ontrollende relaas laat meeslepen.

Er is zelden een Nederlandse documentaire in de bioscoop te zien geweest, die zo'n sterke bijdrage levert aan het verwerken van een (onderhuids) nationaal trauma als De slag in de Javazee. De eerste reacties na de première in het International Documentary Filmfestival Amsterdam (IDFA) wijzen erop dat er voor zo'n film wel degelijk publiek bestaat. Koppen levert een meesterproeve af als filmraconteur, die wars is van kaartjes en cijfers, maar wel een spectaculair epos met gevoel voor drama en ironie kan componeren. Onlangs kreeg zijn producent Eddy Wijngaarde een brief van het met internationale promotie van Nederlandse films belaste bureau Holland Film Promotion dat er geen filmkopie voor festivals en markten gemaakt zal worden. Het bestuur van Holland Film Promotion meent immers: “Het onderwerp is voor een zeer beperkt publiek en leent zich na inkorting vooral voor televisie”. Het lijkt wel of het tragikomische gebrek aan inzicht van Hollandse autoriteiten van alle tijden is.