'Reorganisatie bron van onrust politie'

DEN HAAG, 13 DEC. De reorganisatie van de politie is de belangrijkste oorzaak van de onrust die de laatste jaren onder politiemensen is ontstaan. Daarnaast hebben zaken als de IRT-affaire en de negatieve publiciteit gezorgd voor “vermoeidheid”, gevoelens van “angst en onmacht” en een “stuurloze organisatie”.

Dat staat in het rapport 'Toekomst gezocht' dat de Stichting Maatschappij en Politie vanmiddag heeft gepubliceerd. Aan de stichting zijn tal van betrokkenen van binnen en buiten de politie verbonden. Het onderzoek moet leiden tot een nieuwe discussie over de toekomst van de politie.

Binnen de politie heerst volgens de onderzoekers de mening dat de politie een vernederende ervaring achter de rug heeft. Er is zelfs sprake van een trauma. “De politie is aangevallen als 'stam', waardoor haar identiteit is aangetast.” De onderlinge solidariteit, die bij eerdere interne crises een oplossing bood, is volgens de politiemensen “sterk verminderd door de interne conflicten tussen chefs en tussen korpsen”.

De oorzaken van de crisis lopen sterk uiteen. De reorganisatie wordt veel genoemd: die heeft “geweldig veel energie opgeslokt; de organisatie is te veel naar binnen gekeerd geweest”. Veel politiemensen hebben een andere baan in een onbekende omgeving en met een andere baas gekregen. “De eis van oogsten is op korte termijn volstrekt irreëel. Voor velen is het op dit moment nog de vraag of de reorganisatie echt iets oplost”, aldus het rapport.

Een ander punt van kritiek is dat de politie de laatste jaren “bedrijfsleventje is gaan spelen”. Er moeten resultaten worden geboekt en er komen zelfs kosten-batendiscussies: “Als wij zoveel duizend processen-verbaal opmaken of wielklemmen aanleggen, dan verdienen we onszelf terug.” Het gevolg daarvan is “onontkoombaar dat de politie daar optreedt waar het meeste geld te verdienen valt en niet waar dat het meest noodzakelijk is. Dat heeft een negatieve invloed op de integriteit van de rechtshandhaving.”

Mr. Pieter van Vollenhoven, voorzitter van de stichting, zei vanmiddag bij de publikatie van het rapport in Apeldoorn dat de politie minder volgens dergelijke bedrijfsmatige benaderingen moet werken. Het kan voor “de aanpak van de onveiligheid een averechts effect” hebben, zei hij. “Ondanks alle aandacht die er de laatste jaren voor criminaliteit is geweest, lost de politie slechts één procent van alle delicten op.”

De politie moet in de toekomst professioneler gaan werken, vindt de stichting. De werving van personeel, de opleiding, de informatievoorziening en de interne communicatie moeten “fundamenteel worden aangepast”. Individuele politiemensen moeten verantwoording kunnen afleggen over hun optreden. Verantwoordelijkheden moeten duidelijker worden vastgelegd. Nu overheersen vaak nog ondoorzichtige procedures, waarbij de verantwoordelijkheid voor een wijk of een probleemgebied als kleine criminaliteit op onheldere afspraken berust. Verder pleit de stichting ervoor de structuur van de rechtshandhaving aan te passen. Er zijn allerlei typen toezichthouders die soms wel, en soms niet onder de politie vallen. Dat geldt ook voor de tientallen opsporingsdiensten (zoals de FIOD of de Economische Controledienst) die zijn opgericht voor bijzondere onderzoeken.