'Nutssector in EU blijft ver achter'

BRUSSEL, 13 DEC. Het gevaar is reëel dat de landen van de Europese Unie onvoldoende financiële middel ter beschikking hebben voor een adequate infrastructuur. Het gaat in het bijzonder om transport, telecommunicatie en energievoorziening. Dit kan grote schade met zich brengen voor de Europese concurrentiepositie, investeringen en werkgelegenheid.

Deze waarschuwing heeft een vooraanstaande adviesgroep van de Europese Commissie, bestaande uit werkgevers, werknemers en academici, gisteren geuit in zijn tweede rapport. “De kwaliteit van de infrastructuur is verreweg de belangrijkste factor die van invloed is op multinationale investeringen,” aldus de adviesgroep.

De Competitiveness Advisory Group werd vorig jaar door de Europese Commissie ingesteld uit zorg dat de Europese Unie in de concurrentiestrijd met de VS en Japan achterop raakt. Van de groepen maken onder meer deel uit de Italiaanse ex-premier Ciampi (voorzitter), ABB-topman Barnevik, president-commissaris Majlers van Philips en voorzitter Zwickel van de Duitse vakbond IG Metall.

“Er zijn duidelijk onvoldoende fondsen beschikbaar om de grote investeringen te financieren die nodig zijn om technologisch voorop te blijven,” zo staat in het rapport. Het document is een van de stukken die komend weekeinde tijdens de Europese top in Madrid aan de orde zullen komen. Het bevat een krachtig pleidooi de Europese markt uit te breiden voor de nutssector.

Het gaat er volgens de adviesgroep vooral om de concurrentie in deze sector uit te breiden. Voor de overheid blijft dan een rol als regelgever over. De Europese Commissie heeft al besloten de telecommunicatiesecot in Europa vanaf 1998 volledig te liberaliseren. In de energiesector ligt nog steeds een aantal landen dwars, waaronder met name Frankrijk en in mindere mate Duitsland. Projecten voor verbetering van de transportinfrastructuur lopen in de EU vertraging op door onenigheid over het beschikbaar stellen van overheidsfondsen.

De adviesgroep besteed in het rapport verder aandacht aan de belangrijke rol van het midden- en kleinbedrijf voor de Europese werkgelegenheid. Het aandeel van deze sector in de Europese werkgelegenheid is volgens het rapport de afgelopen tien jaar met 10 procent gestegen tot tweederde. De adviesgroep suggereert geld uit de Europese structuurfondsen voor de sector ter beschikking te stellen. Ook kan gedacht worden aan een speciale aandelenmarkt voor het midden- en kleinbedrijf naar het voorbeeld van Nasdaq in de VS. De adviesgroep bepleit verder verbetering van onderwijs en training om de mobiliteit op de arbeidsmarkt te verhogen, waarbij bedrijven, vakbonden en hogere onderwijsinstituten een rol moeten spelen.