Meer democratie en openheid nodig; Leidse studie pleit voor voortbestaan produktschappen

DEN HAAG, 13 DEC. Bedrijf- en produktschappen leveren een positieve bijdrage aan de economie en moeten daarom blijven bestaan. Deze conclusie trekken onderzoekers van de vakgroep bestuurskunde van de Leidse universiteit. Wel moeten de bedrijf- en produktschappen democratischer worden en meer openheid betrachten. Een aantal schappen kan beter worden samengevoegd.

Dit staat in de bundel 'Produktschappen en bedrijfschappen onderzocht', die vanmiddag aan het ministerie van sociale zaken en werkgelegenheid is aangeboden. Nederland telt op dit moment 38 publiekrechtelijke bedrijfslichamen die samen 1400 mensen in dienst hebben. Samen met de Sociaal-Economische Raad (SER) vormen zij de publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie (PBO).

De schappen, bestuurd door vertegenwoordigers van werkgevers- en werknemersorganisaties, voeren onder meer overheidsbeleid uit, innen heffingen van bedrijven of keren juist geld uit in de vorm van restituties en interventies (vorig jaar vijf miljard). “Door hun kennis van de bedrijfstak zijn zij in staat regelgeving efficiënter en effectiever uit te voeren dan de overheid”, aldus het Leidse rapport.

Een van de grootste en bekendste PBO-organisaties is het Landbouwschap, datdoor interne verdeeldheid inmiddels op de rand van de afgrond staat. Ook de toekomst van de andere schappen staat in het kabinet ter discussie sinds de Tweede Kamer in 1993 een voorstel van de VVD aannam om het functioneren van deze bedrijfsorganisaties te onderzoeken.

Het is de tweede keer in korte tijd dat wetenschappelijke onderzoekers zich keren tegen het verdwijnen van de PBO, die in de jaren vijftig is ontstaan. Eerder dit jaar deed het Tilburgse onderzoeksinstituut IVA na een onderzoek in samenwerking met de Katholieke Universiteit Brabant een soortgelijke aanbeveling. Dit onderzoek werd in opdracht van het kabinet verricht. Maar het kabinet is nog niet tot een eensluidend standpunt over de PBO gekomen. In het bijzonder de VVD staat kritisch tegenover de PBO. Het kabinet heeft beloofd volgend jaar met een standpunt te komen.

De Leidse onderzoekers komen tot de conclusie dat anders dan wel wordt beweerd de produkt- en bedrijfsschappen de marktwerking geenszins belemmeren en er juist toe kunnen bijdragen dat een sector zijn internationale concurrentiepositie versterkt. De onderzoekers bepleiten daarom “ideologische vooringenomenheid” terzijde te schuiven bij de discussie over de toekomst van de bedrijfslichamen.