Lafontaine wil EMU desnoods na '99 invoeren

BONN, 13 DEC. SPD-voorzitter Oskar Lafontaine vindt dat de Europese Economische en Monetaire Unie (EMU) “in het belang van Europa” niet per se in 1999 hoeft te beginnen. Europa zelf is belangrijker dan een “min of meer toevallige” afspraak over het invoeringsjaar van één Europese munt.

Om de werkloosheid en andere sociaal-economische gevolgen van de EMU-koers niet nog ernstiger te maken, moeten aanvullende afspraken bij het Verdrag van Maastricht worden gemaakt.

Lafontaine zei dit gisteren op zijn eerste grote persconferentie sinds hij midden vorige maand als SPD-voorzitter werd gekozen. Het kabinet-Kohl en de Bundesbank moeten volgens hem in het belang van de werkgelegenheid ophouden “met Pruisische discipline” vast te houden aan lage inflatie en monetaire stabiliteit. De centrale bank kan morgen vast een eerste stap zetten door de rente te verlagen, zei hij. De Bundesbank reageerde gisteren daarop met het verweer dat de huidige Duitse discontorente met 3,5 procent zó laag is dat er voor verdere verlaging eigenlijk nauwelijks ruimte is.

Lafontaine noemde de toestand waarin de coalitie-Kohl verkeert “desolaat”. Hij maakte duidelijk dat hij zijn vorige maand aangekondigde “aanval” op de coalitie allereerst wil richten op het werkgelegenheidsbeleid en de Europese politiek, in het bijzonder op de EMU. De hoge loonsomkosten en de premie- en belastingdruk moeten omlaag, zei hij. Van “behoud van werk en het scheppen van nieuwe banen moet in Duitsland de eerste politieke doelstelling worden gemaakt”. Er moet in overleg met werkgevers en werknemers een “nationaal banenplan” komen, daarvoor moet het overheidsfinancieringstekort desnoods maar worden opgerekt, aldus Lafontaine.

Waar Duitsland naar de EMU-eisen al tegen de grens van het toelaatbare financieringstekort aanzit, zou dat kunnen betekenen dat het dan niet meer aan die eisen zou voldoen. Minister Günter Rexrodt (FDP, economische zaken) reageerde gisteren kritisch. Lafontaine heeft gelijk als hij zegt dat de collectieve druk in Duitsland moet worden verlaagd, maar hij zegt er niet bij hoe dat moet. Hij behelpt zich met “SPD-trefwoorden uit de jaren zeventig”, vraagt geen offers van de sociale partners en gaat voorbij aan het belang van concurrentie, vaste wisselkoersen en stabiliteit in Europa, vindt Rexrodt.

Kritiek op Lafontaines suggestie de invoering van één Europese munt desnoods uit te stellen, kwam gisteren van oud-bondskanselier Helmut Schmidt (SPD). Met de vroegere Franse president Valéry Giscard en het door hen in 1987 opgerichte Comité voor een monetaire unie in Europa richtte Schmidt een oproep tot de EU-top die eind deze week in Madrid bijeenkomt, om zich opnieuw “met plechtige nadruk” uit te spreken voor 1999 als EMU-invoeringsjaar. “We hebben maar één schot. Als dat zijn doel mist, gaat de hele zaak niet door.”

    • J.M. Bik