Kwart van economisch onderzoek is ondermaats

UTRECHT, 13 DEC. De kwaliteit van een op de vier economische onderzoeksprogramma's aan Nederlandse universiteiten is onvoldoende. Dit concludeert een internationale visitatiecommissie die negentig onderzoeksprogramma's aan acht universiteiten heeft onderzocht. Veertig procent van de economische onderzoekprogramma's aan Nederlandse universiteiten is daarentegen van goede tot excellente kwaliteit.

De commissie is tevreden over de kwaliteit van het Nederlands economisch onderzoek en over de produktiviteit van de onderzoekers. Wel vindt de commissie dat er te veel Nederlandse economen zijn die alleen in het Nederlands publiceren, vaak in niet-wetenschappelijke tijdschriften. Hierdoor dreigt een internationaal isolement.

De Universiteit van Amsterdam en de Erasmus Universiteit in Rotterdam krijgen van de commissie gemiddeld het laagste cijfer. De kwaliteit van de onderzoeksprogramma's van deze universiteiten loopt ver uiteen, concludeert de commissie. Vooral de kleinere projecten waarbij minder onderzoekers zijn betrokken zijn van minder hoog niveau. Ook de universiteit in Groningen en de Vrije Universiteit hebben zowel kwalitatief goede als slechte programma's. Van de universiteiten in Tilburg, Maastricht en Wageningen vond de commissie geen enkel programma onder de maat. De universiteit Wageningen wordt in het rapport geprezen om de goede aansluiting op internationaal onderzoek. Het slechtste oordeel krijgt het onderzoeksprogramma van dr.I. Wahab van de Universiteit van Amsterdam, naar regionale voedselmarkten en kleine voedselproducenten. Zowel de kwaliteit als de produktiviteit is volgens het rapport 'slecht'. Het onderzoeksprogramma voor ruimtelijke economie van prof.dr. P. Nijkamp van de Vrije Universiteit werd het best beoordeeld. Volgens het rapport hebben de onderzoekers een hoge produktiviteit, weten ze andere onderzoekers te stimuleren en zijn hun artikelen van hoog niveau.