Kroatië gehekeld om behandeling van vluchtelingen

PARIJS/ZAGREB, 13 DEC. Kroatië behandelt twintigduizend moslim-vluchtelingen uit Bihac “op wrede, onmenselijke en vernederende wijze”. Die beschuldiging uitten gisteren vertegenwoordigers van twee mensenrechtenorganisaties na een onderzoek in Kroatië.

De Internationale Federatie van de Mensenrechten en Médecins du Monde hebben in Kroatië een onderzoek ingesteld naar het lot van aanhangers van Fikret Abdic, de lokale leider van de moslims in Bihac die lang samenwerkte met de Bosnische en Kroatische Serviërs, enkele jaren geleden de autonomie van zijn gebied uitriep, over die twee thema's in conflict raakte met de Bosnische regering en uiteindelijk tijdens een militaire campagne door het Bosnische regeringsleger werd verslagen. Abdic' aanhangers vluchtten na de nederlaag naar Kroatië. Daar zitten ze nu al maanden vast in een kamp, ver van de bewoonde wereld. De Kroaten verlenen geen enkele vorm van assistentie aan diegenen onder hen die naar hun woonplaats - Velika Kladusa, ten noorden van de stad Bihac - willen terugkeren. De meesten durven niet terug, omdat ze de veiligheidsgaranties van de Bosnische regering niet vertrouwen.

Volgens de onderzoekers van de twee mensenrechtenorganisaties laten de Kroatische autoriteiten de vluchtelingen aan hun lot over. Ze leven in gaten in de grond, onder takken of plastic lappen, of in autowrakken, bij temperaturen ver onder het vriespunt. Kroatië heeft geweigerd hun de status van vluchteling te geven. Volgens de mensenrechtenorganisaties is dat een schending van de conventie van Genève, die landen verplicht vluchtelingen als zodanig te erkennen als ze een gegronde reden hebben te vrezen voor vervolging in eigen land. De Kroatische weigering houdt bovendien in dat de 20.000 vluchtelingen niet worden geholpen, noch financieel, noch op enige andere manier. Ze mogen niet door familieleden worden bezocht, brandhout mag alleen in kleine hoeveelheden het kamp worden binnengebracht, en moet dan bovendien in kleine stukken zijn gehakt om te voorkomen dat de vluchtelingen met het hout hun onderkomen opknappen. In november werden 32 mannelijke vluchtelingen opgepakt en de grens met Bosnië overgezet, waar ze werden gearresteerd, in het leger werden ingelijfd en naar het front werden gestuurd. Sommigen zijn gedeserteerd en opnieuw gevlucht; ze maakten bij hun terugkeer melding van mishandeling.

Een Kroatische rechtbank heeft gisteren achttien Kroatische Serviërs veroordeeld tot gevangenisstraffen van tien tot twintig jaar wegens oorlogsmisdaden, gepleegd tijdens de oorlog van 1991. Op één na werden allen bij verstek veroordeeld. Ze werden schuldig bevonden aan moord op 43 Kroaten in een dorp bij Zadar. (AFP, AP)