Kinderziekenhuis weigert hartoperaties

UTRECHT, 13 DEC. De raad van bestuur van het Wilhelmina Kinderziekenhuis in Utrecht heeft besloten voorlopig geen nieuwe patiëntjes met complexe hartafwijkingen meer te opereren. Aanleiding zijn de resultaten van een intern onderzoek, waaruit is gebleken dat het sterftecijfer bij deze experimentele operaties de afgelopen vier jaar ongeveer twintig procent hoger ligt dan het gemiddelde sterftecijfers in centra voor hartchirurgie in het buitenland. De operaties worden voorlopig overgenomen door het Sophia Kinderziekenhuis in Rotterdam. Het ziekenhuis hoopt het onderzoek in januari te hebben afgesloten. Daarna zullen patiëntjes met zeldzame hartafwijkingen weer worden geopereerd.

In het Wilhelmina Kinderziekenhuis zijn vanaf 1991 745 hartoperaties verricht, waarbij 64 kinderen overleden. Uit het interne onderzoek is gebleken dat in negentig procent van deze operaties de resultaten gelijk of beter waren dan het internationale gemiddelde, maar dat in tien procent van de operaties de resultaten achterbleven. Het gaat om jaarlijks tien tot vijftien operaties van patiëntjes met complexe, aangeboren afwijkingen. Het sterftecijfer volgens het internationale gemiddelde bedraagt in deze categorie vijftig procent en in het Utrechtse ziekenhuis zeventig procent, zo heeft algemeen-directeur J. Rozendaal laten weten weten. Het betrokken medische team is niet voor commentaar bereikbaar.

Het ziekenhuis heeft een van de leden van het medische team, een kindercardioloog die de diagnose stelt en toestemming geeft voor de operaties maar deze niet zelf uitvoert, de toegang tot het ziekenhuis ontzegd. De Utrechtse Universiteit, bij wie de arts in dienst is, is volgens algemeen-directeur Rozendaal een ontslagprocedure gestart. De arts zou volgens de directie van het ziekenhuis de resultaten van het onderzoek veel te vroeg en onnodig hebben bekendgemaakt in zijn contacten met andere ziekenhuizen en kinderartsen. Het aantal verwijzingen naar het Wilhelmina Kinderziekenhuis is sinds de zomer met ongeveer twintig procent gedaald. Het staat niet vast of deze daling verband houdt met de vermoedelijke uitlatingen van de kindercardioloog. De arts is zelf voor commentaar niet bereikbaar.

Volgens het ziekenhuis ligt aan de ontslagprocedure een langer slepend arbeidsconflict ten grondslag. De kindercardioloog zou niet goed samenwerken met de rest van het medische team. Directeur patiëntenzorg C. van der Werf-de Koning: “Hij is een prima dokter, maar hij is disloyaal aan zijn eigen medische team. Nu heeft hij uitlatingen gedaan die hij intern had moeten doen. Dat is fnuikend voor een team dat gezamenlijk topprestaties probeert te leveren.”

Het ziekenhuis besloot tot een intern onderzoek naar aanleiding van een in juni gehouden congres over controverses in de hartchirurgie. De cijfers van centra voor hartchirurgie in het buitenland waarmee de Utrechtse cijfers werden vergeleken, zijn volgens de directie afkomstig uit een standaardwerk over hartchirurgie van de Amerikaan Kirklin. Gegevens over de resultaten bij de andere vijf Nederlandse centra die soortgelijke operaties uitvoeren, zijn volgens het Wilhelmina Kinderziekenhuis niet beschikbaar.

Het besluit om geen nieuwe patiëntjes met complexe hartafwijkingen meer te opereren werd ruim twee weken geleden genomen, toen het onderzoeksrapport aan de directie werd aangeboden. Sindsdien hebben zich overigens geen nieuwe patiëntjes uit de betreffende categorie aangediend.

Algemeen-directeur Rozendaal legt er de nadruk op dat er geen enkele reden tot paniek bij ouders is, en dat het onderzoek moet worden gezien als een gebruikelijke manier om de kwaliteit van zorg te verbeteren. Ook wijst hij erop dat het hoge sterftecijfer veroorzaakt kan zijn door de “cultuur” van het medische team, dat eerder zou besluiten een kind met weinig levenskansen toch te opereren. Het ontbreken van gegevens van andere ziekenhuizen maakt een vergelijking echter niet goed mogelijk.