Kamer akkoord met bijdrage aan Navo-vredesmacht

DEN HAAG, 13 DEC. De Tweede Kamer stemt in met het sturen van 2.100 militairen naar Bosnië en Italië (F16's) om deel uit te maken van de NAVO-vredesimplementatiemacht (IFOR). De uitzending zal een jaar duren en na zes maanden zullen de troepen worden vervangen en zal de regering de Nederlandse bijdrage evalueren.

In het plenaire debat in de Tweede Kamer bleek gisteravond dat er op dit moment weinig animo is om langer te blijven in Bosnië. Alleen PvdA en D66 sluiten dat niet uit. Maar, zo vroeg De Hoop Scheffer (CDA) aan PvdA-woordvoerder Valk: “Waarom moet Nederland altijd haantje de voorste zijn”. Minister Van Mierlo (buitenlandse zaken) gaf toe dat het moeilijk zal zijn deze vredesopdracht te blijven uitvoeren als de Amerikanen en de Britten het na een jaar voor gezien houden. De SP is tegen uitzending.

Van Middelkoop (GPV): “Nu de Amerikanen met grondtroepen naar Bosnië willen, moeten wij ook wel. Voor het eerst wordt in een regio out of area (buiten het NAVO-verdragsgebied red.) een Pax Americana opgelegd mede met Europese en dus ook Nederlandse militaire middelen.”

Minister Voorhoeve (defensie) onderstreepte dat de Nederlanders een gevaarvolle missie te wachten staat. Maar het terrein in de buurt rond Vitez is niet gevaarlijker dan de opdracht waar de Amerikanen in het oosten van Bosnië voor staan, de Fransen in Sarajevo en ten zuiden daarvan, en de Britten in het westen van Bosnië. “We moeten met een stevige instelling binnenrijden en sterke posities kiezen.” Voorhoeve opperde dat de Nederlanders niet moeten “terugdeinzen indien aangevallen”. “Als we in het begin met ons laten sollen, dan vallen er later slachtoffers”, aldus Voorhoeve.

Op vragen van Kamerleden of de Nederlandse troepen wel goed genoeg bewapend zijn, antwoordde Voorhoeve dat hij uit gesprekken met zijn militaire adviseurs had begrepen dat dat het geval is. Bovendien is er nu, anders dan in de Bosnische enclave Srebrenica, de mogelijkheid dat het luchtwapen snel wordt ingezet. Generaal Leighton Smith, de bevelhebber van IFOR in Sarajevo, kan daar zelf toe beslissen. Bovendien kunnen de Nederlandse militairen worden bijgestaan door twee bataljons Amerikaanse mariniers die op schepen in de Adriatische zee klaar staan om bij te springen. Voorhoeve verwacht dat de bewapening van de IFOR zelf afschrikt: “Als zij (Kroaten en Serven) de bewapening zien, weten ze dat ze in een confrontatie aan het kortste eind trekken.”

Dienstplichtigen die nu in Bosnië bij het transportbataljon zijn ingedeeld is gevraagd of zij ook voor de IFOR-missie willen aanblijven. Van de 300 militairen hebben 293 gezegd daartoe bereid te zijn. Voorhoeve toonde zich ingenomen met die inzet van dienstplichtigen. Gevraagd werd waarom er maar 40 commando's naar Vitez worden gestuurd. Zij dienen volgens Voorhoeve als de ogen en oren van het bataljon en hun aantal is al boven de sterkte. Voor hun functioneren, het snel optreden bij incidenten en het uitvoeren van verkenningen, is 40 man voldoende, aldus Voorhoeve. Zij opereren met de patrouillerende eenheden langs de scheidslijnen in de buurt van Jajce en Donji Vakuf en in het achtergebied daarvan.

Aan het eind van het debat diende het CDA samen met het GPV een motie in. Daarin staat dat de Nederlandse deelname aan IFOR gekoppeld dient te blijven aan de Amerikaanse en Britse aanwezigheid.