Jury geeft voorkeur aan vertoners boven vertellers; Zoektocht naar het bekende

AMSTERDAM, 13 DEC. Er zijn twee soorten documentairemakers: de vertellers en de vertoners. En sinds gisteren weten we dat de jury van het International Documentary Filmfestival Amsterdam de tweede soort prefereert. Dat bleek bij de bekendmaking van de drie films die strijden om de Joris Ivens Award, die morgenavond wordt uitgereikt.

Twee van deze drie documentaires heb ik bekeken, Délits flagrants en Labendig. Ze zijn louter gemaakt om iets te vertonen dat nooit eerder is vertoond. De makers, respectievelijk Raymond Depardon en Hannes Schönemann, hebben de werkelijkheid die ze met hun camera vastlegden, destijds even onbevangen ondergaan als de festivalbezoeker deze week. Over Claire Simon, die de derde voorgedragen film maakte, Coûte que coûte, kan ik niet oordelen.

Délits flagrants, vorige week op deze plaats besproken, is nauwelijks meer dan een camera, neergezet in het kantoor van de officier van justitie in Parijs en maar kijken wat er gebeurt. Het resultaat is spectaculair, al was het maar omdat je daar nooit bijzit. Natuurlijk heeft Depardon gekozen, gemonteerd en weggelaten. Maar zijn toch voornamelijk registrerende stijl laat beter zien wat er mis is in het rechtssysteem van een beschaafde democratie, dan wanneer een commentaarstem me ervan had proberen te overtuigen.

Het verschil tussen vertoners en vertellers werd duidelijk tijdens de discussie Behind bars van gisteravond. Vier filmmakers spraken over hun documentaires, die alle vier gevangenissen op een of andere manier tot onderwerp hebben. De Israelische regisseur Amit Goren (6 open, 21 closed) en de Nederlanders Jaap van Hoewijk (Procedure 769 - the witnesses to an execution) en Roel van Dalen (Veroordeeld: getrouwd) zijn vertoners, ontdekkers. De Duitser Uli Kick probeert vooral iets te zéggen met zijn film Todorov - ein Gangsterfilm.

Kick wil, zei hij, met zijn film bewijzen dat de gevangene Todorov in 1971 geen moord heeft gepleegd. Hij schudde verbijsterd het hoofd toen hij Van Hoewijk hoorde verklaren dat zijn film, over getuigen bij de executie van een ter dood veroordeelde, géén boodschap wilde overbrengen. Nee, Van Hoewijk wilde juist een film maken die niet zei of je voor of tegen de doodstraf moet zijn.

Het ging de drie 'vertoners' erom te ontdekken wat ze in de gevangenis of van de executie-getuigen zouden zien en horen. Kick, die geen toestemming had gekregen om in de gevangenis van München te filmen, bouwde in de studio een cel na, waarin hij Todorov na diens vrijlating interviewde. Zo wordt filmen zoeken naar de middelen om te vertellen wat je al weet. Goren vroeg zich af: “Waarom zou je dan nog de moeite nemen een film te maken?”

Ook Labendig (plat-Duits voor 'levendig') is een vertonersfilm. Schönemann filmde in een oud klooster waar psychiatrische pati-enten worden verpleegd. Er komt geen commentaar aan te pas om te zeggen waar we zijn, geen boventitels met namen. Namen hoor je als de mensen elkaar aanspreken. Dat de kliniek Dobbertin heet, vertellen ze als het zo uitkomt en wat ze doen en dromen en denken, daar gaat de hele, schitterende film over.

Tot slot mag niet onvermeld blijven dat Sibylle Schönemann als jurylid kennelijk geen moeite had de film van haar ex-echtgenoot Hannes voor te dragen voor de Joris Ivens Award.