J.G. DE HOOP SCHEFFER; Debater in voorste linie

DEN HAAG, 13 DEC. J.G. de Hoop Scheffer was begin jaren tachtig actief in D66 en begin jaren negentig gold hij als kroonprins van de toenmalige fractievoorzitter E. Brinkman, eveneens bekend om zijn liberaal verleden (bij de JOVD). Haagse CDA'ers kunnen smakelijk vertellen hoe in verkiezingstijd De Hoop Scheffer achter een verkiezingskraampje van de Democraten in het Benoordenhout actief was, maar verdween zodra het weer slechter werd.

Zijn D66-verleden en vertrouwelingsrol voor Brinkman vormen een deel van de verklaring waarom het anderhalf jaar geduurd heeft totdat de katholiek De Hoop Scheffer heeft weten door te stoten naar de voorste linies van de fractie. Ook vorige week donderdag, toen fractievoorzitter Heerma even de handdoek in de ring had gegooid naar aanleiding van nieuwe, anoniem geuite kritiek op zijn leiderschap, werd de Hoop Scheffer niet naar voren geschoven als opvolger.

Wel wordt de oud-diplomaat de nieuwe vice-fractievoorzitter, zo bleek gisteren tijdens een vergadering over een nieuwe samenstelling van het fractiebestuur. In tegenstelling tot Heerma geldt de Hoop Scheffer als bekwaam debater die zwaktes in de paarse coalitie weet bloot te leggen. Dit voorjaar dwong hij de staatssecretarissen Patijn en Schmitz hun fouten toe te geven bij de voorbereiding van de grensbewaking van Schiphol op de invoering van het verdrag van Schengen. Tijdens het debat hierover verzorgde hij een mediageniek optreden door met tourniquet-kaartjes te zwaaien die de onvolkomenheid van de bewaking moesten aantonen. Enkele maanden eerder, in december, diende hij de eerste motie van wantrouwen tegen het paarse kabinet in. Dit naar aanleiding van de visumverlening aan de Indonesische mensenrechtenactivist Poncke Princen.

Samen met andere rap van de tong riem gesneden politici als onderwijsspecialist W. van de Camp gaat De Hoop Scheffer nu deel uitmaken van het fractiebestuur. Zij vormen de politieke rapid reaction force die het CDA een succesvol optreden in het parlement moet garanderen. Vorige week liep een interventie van het CDA over de opmerkingen van minister Dijkstal over de vrijheid van onderwijs, waarbij overigens Van de Camp nauw betrokken was, verkeerd af. Al enige tijd scoort het CDA laag in de opiniepeilingen.

Na het aftreden van Brinkman, augustus 1994, was de Hoop Scheffer kandidaat voor het fractievoorzitterschap. Zijn korte verleden in de christen-democratie en gebrekkige kennis op sociaal-economisch terrein golden toen als handicaps voor het fractievoorzitterschap, tevens het politiek leiderschap van het CDA. In zijn nieuwe positie moet De Hoop Scheffer die gebreken alsnog overwinnen.