'High tech' poeder kan de grote doos niet verdringen

Unilever-wetenschapper dr.ir. P.W. Appel, die vandaag de Dow Chemical Energieprijs krijgt, werkte jarenlang aan energiebesparing bij de produktie van compacte 'high tech' waspoeders zoals het omstreden Omo Power. Sinds kort werkt Appel aan de verbetering van conventionele 'grote dozen'-wasmiddelen.

VLAARDINGEN, 13 DEC. Geconcentreerd, compact, micro en met meer power waren de beloften waarmee wasmiddelfabrikanten de afgelopen jaren de klant trachten te lokken. Toch staan de tradionele volumerijke wasmiddelen nog lang niet op een zijspoor. Sterker nog, de grote dozen handhaven zich veel beter dan voor mogelijk werd gehouden en de fabrikanten stoppen zelfs veel geld in verbetering van het produkt.

Ook de wetenschappers van Unilever research in Vlaardingen onderzoeken momenteel hoe het energieverbruik bij de produktie van conventionele wasmiddelen zo veel mogelijk kan worden teruggebracht. Volgens Peter Appel, hoofd procesontwikkeling poedervormige produkten van Lever Europe, hebben de marketeers van de grote wasmiddelenfabrikanten hun prognoses over de opmars van compacte wasmiddelen bijgesteld. Sommige Europese consumenten grijpen zelfs terug op de vertrouwde grote dozen, in verwarring gebracht door het rumoer rond allerlei 'witter-dan-wit' compact wasmiddelen zoals Omo Power van Unilever. Het conventionele wasmiddel handhaaft zich beter dan verwacht en wetenschappers als Appel zijn daarom druk bezig met onderzoek naar energie-arme produktie van conventionele wasmiddelen. Het gesleutel aan de samenstelling van de high tech wasmiddelen, waarmee de concurrentie moet worden afgetroefd, gaat ondertussen onverminderd door.

Dat de research van Unilever veel tijd besteedt aan onderzoek naar conventionele wasmiddelen is logisch, omdat daar de meeste besparingen zijn te behalen. Appel wijst erop dat de wasmiddelenindustrie had verwacht dat compacte wasmiddelen anno 1995 in Europa een veel hoger marktaandeel zouden hebben. In Nederland en Duitsland is weliswaar verreweg het grootste deel van de wasmiddelen een geconcentreerd produkt, maar in de rest van Europa ligt de verdeling heel anders. Circa 75 procent van de verkochte wasmiddelen in Europa is een conventioneel produkt en 25 procent valt onder de definitie compact.

De introduktie van Omo Power, in maart 1994, was volgens Unilever-topman Morris Tabaksblat en zijn Britse tegenhanger sir Michael Perry “net zo revolutionair voor de wasmiddelenindustrie als de vervanging van lampen door transistoren in de elektronica-industrie.” Omo Power bevatte een mangaan-component, de 'accelerator', waardoor schoner wassen op lagere tempaturen mogelijk werd. Maar na enkele maanden moest Unilever Omo Power terugtrekken als algemeen wasmiddel en vervangen door een wasmiddel zonder de accelerator. Omo Power bleek extra slijtage te veroorzaken aan wasgoed en reageerde met bepaalde kleurstoffen in wasgoed. Unilever 'parkeerde' Omo Power als een niche-produkt voor hardnekkig vuil, maar bleef achter de technologie staan. Unilever wil niet zeggen of en wanneer de 'power'-wasmiddelen weer als algemeen wasmiddel op de markt komen.

Appel, die ook betrokken was bij het onderzoek naar Omo Power, vindt het erg jammer dat de milieu-aspecten van de nieuwe generatie wasmiddelen door het publicitaire geweld rond de introduktie van Omo Power zijn ondergesneeuwd. Want bij de produktie van de nieuwe generatie wasmiddelen (jaarlijks 200.000 ton door Lever Europa) is veel minder energie nodig dan vroeger. Eind jaren tachtig wierp Unilever-research zich met kracht op de ontwikkeling van compactere wasmiddelen. “We wilden de theoretisch meest compacte wasmiddelen maken, waarbij de lucht tussen en in de de korrels zelf minimaal is.”, zegt Appel. Volgens hem liep Unilever met de marktintroduktie van het compacte produkt enkele jaren vooruit op concurrenten als Henkel en Procter & Gamble. Rivaal Procter & Gamble introduceerde pas begin dit jaar een wasmiddel (Ariel Futur) dat qua compactheid de Unilever-wasmiddelen benadert.

Daarnaast slaagde het team van Appel erin de benodigde energie bij de fabricage van compacte waspoeders met 80 procent te reduceren. Appel ontwikkelde een nieuw produktieprocédé voor wasmiddelen, waarbij de tradionele sproeitoren - waarbij de natte deeltjes werden gedroogd - overbodig werd. Hierdoor kon het energievretende gebruik van de verdamping helemaal wegvallen. Nadat het procédé uitgebreid was getest werden nieuwe fabrieken neergezet in Italië, Duitsland en Engeland. Aanvankelijk werd niet gesleuteld aan de receptuur van het wasmiddel, maar drie jaar geleden werd voor het eerst gebruik gemaakt van de nieuwe techniek om de samenstelling van wasmiddelen te veranderen.

Lever was in staat zeer droge produkten te maken, die bovendien geconcentreerder waren doordat het aantal stoffen gereduceerd werd met 30 procent. Zo werd peroxide, een onderdeel van het bleeksysteem, met de stof carbonaat samengevoegd tot percarbonaat. Zo konden in de nieuwe generatie wasmiddelen, waaronder Omo Power, biologisch afbreekbare stoffen worden gebracht die daarvóór uiteen zouden vallen.

Appel werkt nu aan de energie-arme produktie van conventionele wasmiddelen. Met de verbeterde produktie van compacte wasmiddellen realiseert Lever Europe al een energiebesparing van 100.000 gigajoule per jaar, wat overeenkomt met het elektriciteitsverbruik van 10.000 gezinnen per jaar. “Met de conventionele produkten zouden we dat met een factor vier kunnen verhogen.”