Europarlement zwicht na zware lobby over Turkije

BRUSSEL, 13 DEC. “Ik kan mijn kantoor niet uitkomen of er komt iemand op me af om te lobbyen voor de douane-unie met Turkije”, riep Pauline Green vorige week uit. De voorzitter van de grootste, socialistische fractie in het Europees Parlement werd de laatste weken overstelpt door vooral voor- maar ook tegenstanders van de handelsovereenkomst tussen Turkije en de Europese Unie. En zij was niet de enige. Aan de stemming over de douane-unie vandaag in het Europarlement is waarschijnlijk de meest intensieve lobbycampagne voorafgegaan die het parlement ooit meemaakte.

“Nooit is er zoveel druk uitgeoefend op het Europees Parlement”, zegt de Duitse 'groene' Europarlementariër Claudia Roth. “Van verschillende kanten: regeringen, politieke partijen, de Europese Commissie, de Amerikaanse ambassadeur bij de EU.” Vooral de Spaanse en Britse socialisten hebben de druk gevoeld van hun partijleiding. De Spaanse premier, Felipe Gonzalez, die de Europese Unie voorzit, ijverde half november tijdens een bezoek aan het parlement voor een 'ja'-stem. De Britse schaduwminister van buitenlandse zaken, Robin Cook, reisde speciaal naar Straatsburg om zijn Britse partijgenoten te overreden in te stemmen met de douane-unie. “Labour heeft een grote rol gespeeld bij de keuze van de socialisten”, meent Roth. “Waarom ze dat deden? Waarschijnlijk omdat de sociaal-democraten ook in Turkije in de regering zitten.” Vanuit Nederland is geen druk uitgeoefend, zegt Europarlementariër Piet Dankert (PvdA). “Ze weten dat het niet werkt bij onze delegatie.”

De douane-unie met Turkije werd in maart, na meer dan dertig jaar onderhandelen, goedgekeurd door de ministers van buitenlandse zaken van de Europese Unie. Vandaag had het Europees Parlement het laatste woord. Interne peilingen bij de socialisten, de christen-democratische EVP en bij de liberale fractie wezen van tevoren uit dat een ruime meerderheid de douane-unie zou steunen. Eerder dit jaar zag het er nog naar uit dat het parlement, dat zich opwerpt als beschermer van de mensenrechten, massaal tegen ging stemmen. Een aantal resoluties werd aangenomen waarin grondige verbetering van de mensenrechten in Turkije werd geëist. Maar de afgelopen maanden hebben de parlementariërs een massale ommezwaai gemaakt.

Roth, die zelf vasthoudt aan haar 'nee'-stem, is ervan overtuigd dat de lobby voor de douane-unie effect heeft gehad. “Uiteraard. Een paar weken geleden werd er nog anders gedacht in het parlement en de verandering kan niet gebaseerd zijn op veranderingen in Turkije, want daar is nauwelijks iets veranderd.” Ze is bezorgd over de “chantage” waaronder haar collega's zijn bezweken. “Er wordt altijd druk uitgeoefend, dat is politiek. Maar het wordt een probleem als de parlementariërs bezwijken. Dat ze zich gedwongen voelen voor een douane-unie te stemmen, terwijl ze tegen zijn.” Ze geeft onmiddellijk toe dat ze zelf gemakkelijk praten heeft. “De 'groenen' zitten niet in de Duitse regering en de Turkse 'groenen' zeggen: stem tegen.”

De Nederlandse christen-democraat en Europarlementariër Peter Pex twijfelde eerder dit jaar nog of hij voor of tegen de douane-unie zou stemmen. Een vierdaags bezoek eind november aan Ankara bracht hem tot een 'ja'. Niet omdat hij zich geen zorgen meer maakt over de mensenrechtensituatie in het land, maar omdat hij overtuigd is dat “de bereidheid in Turkije om verder te gaan met democratische hervormingen en versterking van de mensenrechten” beter is gediend met samenwerking en dialoog dan met isolement. Volgens Pex is het parlement niet onder druk gezet. “Er is wel veel informatie uitgestrooid over het parlement, vooral vanuit het bedrijfsleven.”

Pex is een van de ongeveer tachtig Europarlementariërs die de afgelopen maanden naar Ankara zijn gereisd om zich ter plekke te informeren over de mensenrechtensituatie. Zij werden er ontvangen door de Turkse president, ministers, oppositieleiders, activisten, gevangen parlementsleden, zakenlieden en rechtsgeleerden. Pex kreeg in Ankara onverwachts een verzoek van de Israelische ambassadeur om een onderhoud. “Realiseert u zich dat het vredesproces in Israel verslechtert als u nee zegt?” vroeg deze de Europarlementariër. “Turkije en Israel zijn de enige twee geseculariseerde democratieën in de regio.”

Afgelopen weekeinde las de Turkse premier, Tansu Çiller, een 'Open brief aan de volkeren van Europa' voor, waarin ze onderstreepte dat Turkije een jonge democratie is, maar dat haar volk de Westerse waarden en normen deelt. Mocht het Europarlement de douane-unie afwijzen, dan zal dat de antidemocratische krachten in Turkije versterken, waarschuwde Çiller. Ook de ABN-AMRO bank liet zich niet onbetuigd. In een brief aan het parlement probeerde de bank aarzelende parlementariërs te overtuigen met de stelling dat een afwijzing van de douane-unie “juist de krachten die zich tegen democratische hervorming verzetten in de kaart speelt”. Volgens de hoofdsponsor van Ajax is Turkije “niettegenstaande zijn tekortkomingen de enige op Westerse leest geschoeide democratie in een hard en problematisch gebied dat Europa zich niet kan veroorloven te negeren”. Zelfs de Amerikaanse ambassadeur bij de EU, Stuart Eizenstat, mengde zich in de discussie door te wijzen op het grote belang om Turkije binnen de Europese invloedssfeer te houden.

Europees commissaris Hans van den Broek, die Turkije in zijn portefeuille heeft, zegt dat hij geen druk heeft uitgeoefend op het parlement (“Wij beschikken niet over een drukmiddel naar het parlement toe”), maar dat hij “via intensief overleg” heeft willen overtuigen met de kracht van zijn argumenten. Economisch valt het wegvallen van de douane-belemmeringen zeker in de eerste jaren gunstig uit voor de EU, legt hij uit. Maar zwaarwegender is het politieke belang om Turkije, met zijn strategische geografische positie, tot meest oostelijke bondgenoot van de EU te maken. “Dat betekent niet dat we de ogen sluiten voor de tekortkomingen in het Turkse democratische bestel en de wetgeving op het gebied van mensenrechten. Daar zijn we in de dialoog met Turkije ook heel duidelijk over geweest en we zullen daarover blijven praten.”

Volgens Van den Broek is de recente verbetering in de Turkse wetgeving op het gebied van mensenrechten mede tot stand gekomen onder invloed van de gesprekken met de EU. Afgelopen zomer stemde het Turkse parlement in met enkele wijzigingen van de grondwet waardoor vakbonden meer vrijheid krijgen. Bovendien werd het beruchte artikel 8 van de anti-terreurwet enigszins versoepeld. Dat artikel beperkt de vrijheid van meningsuiting en wordt gebruikt in de strijd tegen de Koerden. “Ik zou het gevaarlijk vinden indien het parlement negatief zou stemmen, uitsluitend om zichzelf een flink scherp profiel aan te meten”, zegt Van den Broek aan de vooravond van de beslissende stemming in Straatsburg. De aanpassing van artikel 8 heeft inmiddels geleid tot de vrijlating van 124 politieke gevangenen.

Ook de Turkse regering had de doorgevoerde grondwetswijzigingen liever ruimer gezien, maar daarvoor is op dit moment geen tweederde parlementaire meerderheid te vinden. Premier Çiller heeft evenwel duidelijk aangegeven dat “het ontwikkelingsproces” in Turkije naar meer democratie en en meer respect voor de mensenrechten nog niet ten einde is, somt Van den Broek op. “Nu gaat het er om als Europese partner van Turkije deze dialoog voort te zetten, zonder bevoogdend te willen zijn.”

Maar volgens Europarlementariër Roth gaan de hervormingen lang niet ver genoeg om de koerswijziging van de meerderheid van het Europarlement te rechtvaardigen en tast de massale ommezwaai de “geloofwaardigheid” van het parlement aan. “Net als bij de stemming over Commissievoorzitter Santer, bij de hoorzittingen over de nieuwe Europese Commissie en bij de Franse kernproeven, laat het parlement zich eerst negatief uit om vervolgens toch te buigen. Dit is de ineenstorting van het parlement.”