Een weekje monetaire politiek

Londen, Frankfurt en Washington: op drie fronten wordt de komende week centrale bankiers verzocht de politiek te hulp te schieten. Twee van die bankiers, Hans Tietmeyer van de Bundesbank en Alan Greenspan van de Amerikaanse Federal Reserve en de VS zullen het aan hun eigen oordeel overlaten al dan niet in te gaan om de roep om een renteverlaging. De derde, gouverneur Eddie George van de Bank of England zal zich wel kunnen verzetten, maar moet als enige centrale banker in de industrielanden de beslissing laten aan zijn minister van financiën Kenneth Clarke.

George en Clarke zijn het eerst aan de beurt. Vandaag vindt hun maandelijkse overleg plaats, met als inzet de vraag of de Britse basisrente, nu 6,75 procent al dan niet moet worden teruggebracht. Op de financiële markten wordt verwacht van wel, maar niet alleen om financieel-economische redenen. De begroting die Clarke twee weken terug presenteerde voor het boekjaar 1996/1997 bevat niet de douceurtjes die nodig zijn om de conservatieve regering betere kansen te geven voor de verkiezingen begin 1997. De begroting voor het jaar daarop - de laatste die Clarke daartoe ter beschikking heeft - zal dat mogelijk wel doen.

Een dag na de Bank of England vergadert de Bundesbank morgen over het rentebeleid, en ook in Frankfurt neemt de politieke druk toe. De angst grijpt om zich heen dat de huidige vertraging van de Duitse economische groei, die gepaard gaat met een stijgende werkloosheid (9,5 procent), meer is dan de correctie die normaal is in deze fase van de conjunctuur. Zowel de Duitse regeringspartij CDU als de oppositiepartij SPD drongen er bij gisteren bij de Bundesbank op aan het disconto donderdag te verlagen vanaf het huidige peil van 3,5 procent.

De Bundesbank lijkt niet overtuigd van een ramp-scenario voor de Duitse economie. President Hans Tietmeyer zei afgelopen maandag te verwachten dat de economische groei in de tweede helft van 1996 weer aantrekt. Omdat het effect van renteverlagingen zich op zijn vroegst ongeveer op die termijn laat gelden, zou zo'n maatregel pas doorwerken als het niet meer nodig is. Dan maar beter gewacht op verder bewijs van de door de buitenwacht veronderstelde stagnatie.

Maar de druk van buiten blijft. Frankrijk, dat kampt met een nog sterkere economische terugval en hogere werkloosheid, maar door de koppeling tussen de mark en de franc gedwongen is de Duitse rentetarieven te volgen, zou er bijzonder bij gebaat zijn. Een gebaar van goede wil uit Frankfurt zou ook een steun in de rug zijn voor de Europese topconferentie vrijdag en zaterdag in Madrid, waar de Europese Unie knopen moet doorhakken over de voorbereidingen voor de muntunie in 1999. Juist de huidige economische terugval maakt de bezuinigingen die nodig zijn om de begrotingstekorten op tijd onder de maximaal toegestane drie procent te krijgen moeilijker.

Ook aan de vooravond van de valutacrises van zowel 1992 als 1993 oefende de buitenwereld grote druk op de Bundesbank uit om met een renteverlaging de toenmalige onrust op de valutamarkt tegen te gaan. Aan die smeekbedes liet de bank zich toen niets gelegen liggen. Toch wordt op de financiële markten op zijn minst gehoopt op een signaal voor monetaire versoepeling, dat vanmorgen uitbleef toen de Bundesbank de geldmarktrente onveranderd liet op 3,98 procent. Een hoger streefdoel voor de groei van de geldhoeveelheid, de monetaire variabele waaraan het beleid is gekoppeld, zou zo'n signaal kunnen zijn. Dat streefdoel is nu tussen 4 en 6 procent.

Na donderdag verlegt de druk zich naar Washington, waar het open-marktcomité van de Amerikaanse centrale banken aanstaande dinsdag vergadert over het rentebeleid. De 'fed' heeft met een nog onbekend mengsel van geluk en wijsheid een 'zachte landing' van de Amerikaanse economie voor elkaar gekregen, met een verwachte groei van 2,5 procent en een inflatie van 2,9 procent over 1995, maar dreigt nu ook verantwoordelijk te worden gehouden voor de naar verwachting licht teruglopende economie in 1996, het jaar van de presidentsverkiezingen. Bovendien is de consensus in politieke kringen dat een mogelijke overeenkomst tussen het Witte Huis en het door Republikijnen gedomineerde parlement over het wegwerken van het begrotingstekort per 2002, waarvoor vrijdag een nieuw ultimatum afloopt, best beloond mag worden met een renteverlaging vanaf de huidige 5,75 procent.

De jongste cijfers over de Amerikaanse economie zaaien echter twijfels over een rentestap volgende week. Een stijgende loondruk, het aantrekken van de arbeidsmarkt afgelopen vrijdag en oplopende producentenprijzen kunnen fed-chef Alan Greenspan er toe nopen af te wachten en zich, evenals zijn confrère in Duitsland voorlopig ongevoelig te tonen voor de waan van de dag.