Charlton zoekt met succes naar Ierse oma's

ROTTERDAM, 13 DEC. Toen John Aldridge en Ray Houghton op 26 maart 1986 hun debuut maakten voor Ierland, thuis tegen Wales, waren ze voor het eerst van hun leven in Dublin. Het Ierse volkslied, dat zoals gebruikelijk voor de aftrap werd gespeeld, hadden ze nooit eerder gehoord. Aldridge en Houghton waren de eerste Engelse voetballers met Iers bloed die Jack Charlton, een maand daarvoor aangesteld als bondscoach, had opgespoord.

De basis van Charltons succes met het Ierse elftal is niet alleen de uitstekende teamgeest en de agressieve speelstijl, maar zeker ook de speurtocht naar bruikbare spelers. Wie hebben er recht op een Iers paspoort, vroeg de slimme Charlton zich bij zijn intrede af. Dat zijn, zo vernam hij, zij die natuurlijk in het land zelf zijn geboren, maar ook degenen die een Ierse ouder of grootouder hebben.

Met die wetenschap ging Charlton op zoek. Hij had geconstateerd dat het bij de Ierse ploeg vooral slecht gesteld was met goede middenvelders en aanvallers. De coach nam contact op met alle clubs in de twee hoogste divisies in Engeland en vroeg of ze een brief op hun prikbord wilden hangen met de vraag of spelers met Iers bloed zich bij hem wilden melden. Dave Langan, destijds één van de oudere internationals, tipte Charlton dat zijn ploeggenoot bij Oxford United, Aldridge, een oma had die uit Athlone afkomstig was.

Charlton reisde snel naar Oxford om er een wedstrijd te bezoeken en zocht Aldridge na afloop in de kleedkamer op. De spits, geboren in Liverpool, hoopte al een tijd op een uitnodiging voor het Engelse elftal, maar die bleef steeds uit en hij was al 28 jaar. Daarom toonde hij interesse voor Charltons invitatie. Aldridge had nóg een verrassing voor de bondscoach. Hij wist te melden dat de vader van een andere Oxford-speler, Houghton, in Donegal geboren was. Houghton werd er meteen bijgeroepen en ook hij werd die namiddag Iers international.

Voor hun debuut tegen Wales vroegen Aldridge en Houghton of hun clubgenoot Langan, een ras-Dubliner, hen een beetje wilde begeleiden tijdens de trip. Ze waren bang dat ze door hun Engelse accent vijandig zouden worden bejegend in Ierland. Ze hadden van de problemen tussen de Engelsen en de Ieren gehoord, maar beseften blijkbaar niet dat daar alleen in het noorden, in Belfast, sprake van was en niet in het zuiden, in Dublin.

De twee behoren momenteel nog steeds tot de Ierse selectie. Middenvelder Ray Houghton speelde 65 interlands en maakte de enige doelpunten in de glorieuze zeges tegen Engeland bij het EK van 1988 en tegen Italië bij het WK van 1994. John Aldridge staat op 66 interlands en negentien doelpunten en is nog één goal verwijderd van een evenaring van het nationale record van ex-Ajacied Frank Stapleton. Overigens toonde Charlton niet erg veel dankbaarheid jegens tipgever Langan. Toen de coach hem na een lange staat van dienst niet meer nodig had als international moest de verdediger dat uit de krant vernemen. Er is uit bepaalde hoeken altijd kritiek geweest op de selectieprocedure van Jack Charlton. Want kan er wel van een echt Iers elftal worden gesproken als er spelers meedoen die geen enkele band met het land voelen?

Het werd een bekende grap in het Britse voetbal om te melden dat het bezitten van een Ierse setter, een hond, al genoeg was om een plaats in de Charltons elftal te krijgen. Charlton trok zich nooit wat aan van de kritiek en de grappen. “Wie goed genoeg is, selecteer ik”, zei hij steeds. “Ik ben aangesteld om het best mogelijke team op te stellen. Als ik het niet goed doe, vertel het me, dan concentreer ik me alleen nog op de competitie in Ierland en dan winnen we geen wedstrijd meer!”

Eén van Charltons laatste 'veroveringen' is middenvelder Jason McAteer die dit seizoen door Liverpool van Bolton Wanderers werd gekocht. Zijn opa kwam uit Co Down dat in Noord-Ierland ligt. Vier landen dongen naar de hand van McAteer: Engeland, Noord-Ierland, Ierland, terwijl zijn moeder graag wilde dat hij voor haar vaderland, Wales, zou uitkomen. De middenvelder kreeg een uitnodiging voor een B-interland met de Engelsen, maar Charlton wachtte hem na een bekerwedstrijd op en vroeg hem mee te spelen in een wedstrijd met de Ierse A-ploeg tegen Rusland.

Het was een moeilijke keuze voor McAteer, maar hij nam uiteindelijk het aanbod van Charlton aan. Zoals de meeste spelers koos hij voor zekerheid. Voor het Engelse elftal is de concurrentie moordend, terwijl de kans om voor Ierland te spelen vele malen groter is. Dat verkooppraatje hield Charlton ook altijd tegen een kandidaat. Hij had er vaak succes mee. McAteer staat inmiddels alweer op zestien interlands.

Het ging ook weleens mis. Charlton dacht in keeper Mark Beeney van Leeds United een geschikte opvolger voor veteraan Bonner te hebben gevonden. Onderzoek wees echter uit dat slechts zijn over-grootmoeder, een O'Connor, in Ierland was geboren. En dat was één generatie te oud. Ook de talentvolle spits Stan Collymore werd in verband gebracht met het Ierse elftal. Maar de speler meldde dat de enige momenten dat hij iets met Ierland te maken heeft, zijn als hij een glas Guinness drinkt.

En dan was er nog Vinny Jones. De gemeenste speler uit het Britse voetbal beweerde voor het WK '94 dat hij een Ierse oma had. Met een cameraploeg in zijn kielzog toog hij - in de Engelse kranten al O'Jones genoemd - naar het geboorteregister in Dublin. Het was de enige keer dat er echt luid en duidelijk werd geprotesteerd. De Ieren zagen niet graag dat een speler met zo'n bedenkelijke staat van dienst hun nationale groene shirt zou dragen. Charlton beweerde echter dat hij hem wel kon gebruiken.

Uiteindelijk moet Jones zijn eerste interland nog spelen, want hij heeft tot opluchting van vele Ieren nog steeds niet kunnen bewijzen dat zijn oma uit Ierland kwam.