Bundesbank houdt markten in spanning

AMSTERDAM, 13 DEC. Zo sterk als de overtuiging leeft dàt de Bundesbank de officiële tarieven zal verlagen, zo onzeker is het wannéér zij dit zal doen. De Duitse economie is in het derde kwartaal niet meer gegroeid ten opzichte van het kwartaal ervoor. De vooruitzichten voor de groei zijn ongunstig. Verder bedroeg de Westduitse inflatie in november slechts 1,5 procent. Tot slot ligt ook de geldgroei - hoewel stijgende - nog steeds beneden de doelzone.

Om een aantal redenen is echter niet waarschijnlijk dat de Bundesbank reeds morgen de rente zal verlagen. In de eerste plaats heeft zij het repotarief de afgelopen weken maar mondjesmaat verlaagd waardoor er nog steeds flink wat ruimte zit tussen de reporente en het discontotarief. Alhoewel deze ruimte niet volledig hoeft te worden verbruikt, is er nog geen technische noodzaak van een discontoverlaging. Daarnaast vindt in de twee dagen volgend op de Bundesbank-vergadering een top van de Europese Unie plaats. De Buba zal elke schijn willen vermijden dat haar beslissing politiek is ingegeven. Immers, vooral voor Frankrijk zou een Duitse renteverlaging als geroepen komen. Dit zou Frankrijk beter in staat stellen zelf de rente te verlagen - welkom gezien de sombere economische vooruitzichten - zonder dat dit nadelige gevolgen heeft voor de koers van de franc ten opzichte van de D-mark.

Desondanks valt het niet uit te sluiten dat morgen de Duitse officiële tarieven toch verlaagd worden. De bank zou hiermee de financiële markten op het verkeerde been zetten en het door haar gekoesterde imago van onvoorspelbaarheid eens te meer bewijzen. De onzekerheid over een rentestap van de Bundesbank, die DNB gezien de kracht van de gulden zeker zal volgen, heeft financiële marktpartijen de afgelopen week ervan weerhouden verder vooruit te lopen op een renteverlaging. De Nederlandse 3-maands interbancaire rente bleef per saldo onveranderd op 3,73 procent.

De daggeldrente vertoonde eveneens een zeer stabiel verloop. Betalingen van het Rijk verruimden de geldmarkt met 3,2 miljard gulden. Tegenover deze verruiming stelde DNB een 1,25 miljard gulden lagere speciale belening en een 1,8 miljard gulden hogere kasreserve. De voorschotten in rekening courant waren als gevolg hiervan op de verslagdatum praktisch ongewijzigd. Gedurende de verslagweek lagen de voorschotten echter enkele dagen beneden het gemiddeld toelaatbare beroep, waardoor de besparing op het contingent toenam van 1,1 naar 1,7 procent. De komende dagen zal het Rijk voor enkele miljarden guldens betalingen moeten verrichten. Met ongewijzigde kasreserve en speciale beleningen ziet het ernaar uit dat de besparing nog wat verder op kan lopen. Vrijdag zal een nieuwe speciale belening ingaan. DNB houdt daarmee de mogelijkheden open te reageren op mogelijke rentestappen van de Bundesbank en op de modaliteiten op de geldmarkt.

Bron: Economisch Bureau ING Groep