Basketballen voor een beter leven

Hoop Dreams. Een film van Steve James, Fred Marx en Peter Gilbert. Met: Arthur Agee en familie, William Gates en familie, Gene Pingatore. In: Amsterdam, Alfa.

In de Verenigde Staten mag gelijkheid een mythe zijn en maatschappelijk onrecht de dagelijkse realiteit - er zijn genoeg mensen die hardnekkig blijven geloven in 'The American Dream'. De sportcommentator Dick Vitale bijvoorbeeld, die halverwege de documentaire Hoop Dreams een peptalk houdt tijdens het prestigieuze Nike Basketball Camp en verbeten uitroept: “Dit is Amerika, hier kun je wat van je leven máken.” Om even later subtiel gecorrigeerd te worden door de volgende spreker, de filmer Spike Lee, die de merendeels arme zwarte jongens zíjn waarheid onder de neus wrijft: “Niemand geeft een moer om jullie, de enige reden dat jullie hier zijn, is dat jullie je team kunnen laten winnen en geld in het laatje brengen.”

Een van de uitverkorenen op deze beurs voor basketballers - “Het is een vleesmarkt,” beaamt een van de coaches, “maar ik probeer professioneel vlees op te dienen” - is de 16-jarige William Gates, een talent uit de projects (achterstandsbuurten) van Chicago. Vanaf zijn veertiende is hij bestempeld tot de man die in de voetsporen zal treden van de legendarische NBA-speler Isiah Thomas; maar nu kampt hij met een terugkerende knieblessure, en richt hij zijn ambities op de universitaire beurs (en daarmee de opleiding) die zijn status als basketbalbelofte hem kan verschaffen. Zoals hij het zelf zegt: 'Basketball is my ticket out of the ghetto.'

Het verhaal van William, die vier jaar lang door de documentairemakers Steve James, Fred Marx en Peter Gilbert werd gevolgd, wordt in Hoop Dreams gecontrasteerd met dat van zijn leeftijdgenoot Arthur Agee. Arthur is ook afkomstig uit de projects (zij het niet, zoals William, uit een gebroken gezin) en wordt net als William na bemiddeling van een talentenjager op 14-jarige leeftijd op de gerenommeerde 'basketbalschool' St. Joseph's geplaatst; alleen moet hij na een jaar de school verlaten, omdat hij te weinig vorderingen maakt en zijn schoolgeld niet meer kan betalen wanneer zijn vader verslaafd raakt en zijn moeder in de bijstand komt.

Om en om worden in Hoop Dreams (de 'hoop' is de basketbalring) momenten uit het leven van William en Arthur vertoond. Het klinkt cynisch, maar de filmmakers hadden geluk: beide jongens maken spectaculaire ups en downs door, zowel sportief als maatschappelijk, en allebei komen ze uiteindelijk op de universiteit terecht - al is dat in het geval van Arthur een eenzaam happy end, aangezien hij op zijn college in Missouri een van de zeven (!) zwarte studenten blijkt te zijn. In de tussentijd hebben ze beiden bloedstollend spannende wedstrijden moeten spelen en is de kijker niet alleen gaan meeleven met de dromen en frustraties van Arthur en William, maar ook met die van hun familie. Vooral de bijstandsmoeder die haar gezin met de moed der wanhoop voor ellende probeert te behoeden maakt een onuitwisbare indruk.

Vernieuwend in de vorm kun je Hoop Dreams, vorig jaar vertoond op het IDFA, misschien niet noemen; het is een rechttoe-rechtaandocumentaire met veel interviews en een minimum aan commentaar. Maar ik ken weinig films die zo genuanceerd en zonder effectbejag een beeld geven van de groezelige praktijk van de Amerikaanse Droom. Dat Hoop Dreams basketbal als uitgangspunt neemt, doet daar niets aan af. Ook een sporthater zal bijna drie uur lang op het puntje van zijn stoel zitten.

    • Pieter Steinz