Zinkfabriek Budelco door ertsvondst gered

BUDEL, 12 DEC. In zeshonderd gezinnen in de Brabantse Kempen wordt sinds vorige week vrijdag weer opgelucht ademgehaald, want de zinksmelter Budelco is als door een act of God van een wisse ondergang gered.

“Zo mag je het wel noemen”, zegt directeur drs. Wim de Graaff, die als geoloog exploratie- en mijnbouw ervaring in vier werelddelen heeft opgedaan en Budelco sinds 1986 leidt.

Na tien jaar onzekerheid is er een oplossing gevonden voor het milieuprobleem dat het bedrijf als een molensteen om de nek hing. Vooral omdat in Australië, waar het moederbedrijf Pasminco is gevestigd, een grote nieuwe vondst aan zinkerts is gedaan, met een zeer laag gehalte aan ijzer. Budelco zal vanaf 1998 zijn hele produktie, circa 215.000 ton zinkmetaal per jaar, uit een concentraat van dat erts maken. Dat betekent dat het chemisch afval jarosiet niet meer zal ontstaan. De reststof die vanaf 1998 nog uit het fabricageproces vrijkomt, zal volledig worden verwerkt door een of meer loodsmelters, die belangstelling hebben voor de overblijvende metalen: lood, zilver en een geringe hoeveelheid ijzer.

Op die grond krijgt Budelco, met zijn 600 medewerkers een van de grootste werkgevers in de grensregio, volgens de afspraken met de overheid een aangepaste vergunning. De nieuwe mijn in Noord-Oost Australië, het Century Zinc project, is goed voor 20 jaar produktie.

Behalve de qua omvang en ijzergehalte unieke ertsvondst in Australië zijn er nog een paar voorwaarden voor het voortbestaan van de enige Nederlandse zinksmelter vervuld: afgelopen zomer wist Budelco een langlopend contract voor de elektriciteitsvoorziening rond te krijgen. In december 1993 was al een akkoord bereikt met de staat (ministerie van VROM) en de provincie Noord-Brabant om het jarosiet dat in het verleden was geproduceerd, onder strenge voorwaarden blijvend op te slaan. “Maar tot vorige week zaten we nog in de onzekerheid of de nieuwe mijn tijdig in ontwikkeling gebracht zou worden”, aldus De Graaff. “Toen kregen we de boodschap uit Australië dat ons contract over de levering van het nieuwe erts definitief is, dat wil zeggen: als begin 1996 de kwestie met de Aboriginal-bevolking over hun claims is opgelost. Anders hadden we deze fabriek per 15 maart 1996 moeten sluiten.”

Van 1892 tot 1973 is er op het terrein van Budelco door de Kempensche Zink Maatschappij, de voorganger van Budelco, zink gemaakt in een thermisch proces, waarbij als restprodukt slakken ontstonden die op het fabrieksterrein zijn gestort. In 1973 begon Budelco met een nieuw, nat-chemisch proces, om elektrolytisch zink te produceren, waarbij jarosiet vrijkwam. De slak veroorzaakt door uitloging vervuiling van de ondergrond en het grondwater. De overheid ging steeds scherpere milieu-eisen stellen. In 1992 presenteerde Budelco een plan om al het jarosiet-afval, en de slakken van de Kempensche Zink Maatschappij, in een speciale fabriek te verwerken. Na een jarenlange studie was hiervoor een nieuw proces ontwikkeld.

De toenmalige eigenaren, Shell-dochter Billiton en het Australische Pasminco (elk 50 procent), hadden het bedrijf in Budel ruimte gegund om geld te reserveren voor een milieu-aanpak. Die reserveringen bedragen nu circa 310 miljoen gulden. Maar de afvalverwerking bleek economisch niet haalbaar. Pogingen om afvalstoffen van derden, zoals baggerspecie, slib uit installaties voor waterzuivering en afgewerkte olie te gaan verwerken, mislukten ook. “De waterschappen durfden het niet aan, omdat zij de door ons aangeboden techniek nog niet commercieel bewezen achtten. Nu moeten ze het slib voor veel geld verbranden. Daarvan blijft nog eens 50 procent aan as over, die moet worden gestort. Het is gewoon zonde dat het niet is gelukt, want technisch was een recycling van grote hoeveelheden afvalstoffen mogelijk.”

Vooral de laatste jaren waren voor de leiding van Budelco moeilijk, mede omdat Shell zijn verliesgevende metalendochter Billiton wilde verkopen. “Dat gaf veel onrust en onzekerheid onder onze mensen”, zegt de directeur. “Het was een periode van puur overleven, met ook nog eens een lage zinkprijs en een lage dollarkoers. Door grote inzet, kwaliteitsverbetering en kostenreducties hebben we het gered. Het personeel hebben we weten te motiveren om vroegere werkmethoden aan te passen. En we hebben nu erkenningen voor de beste kwaliteit van ons produkt en de hoogste veiligheid. Dat is ons visitekaartje.”

Cijfers over de financiële gang van zaken en de kosten per eenheid produkt wil de directeur niet geven; die maken onderdeel uit van het resultaat van Pasminco. “En je moet de concurrent niet wijzer maken dan hij al is.” Al zijn de zinkprijs en de dollarkoers nog steeds laag, De Graaff meent dat de twee nieuwe contracten Budelco een stevige basis zullen geven om de concurrentie vóór te blijven. Zink smelten is op dit moment “zeker geen vetpot”, zegt hij. De metaalindustrie is een cyclische markt. Als de auto-industrie en de bouw verder aantrekken, gaat het ook met de zinkindustrie beter.

De komende jaren staan Budelco forse investeringen te wachten. “We gaan 50 miljoen stoppen in aanpassingen van ons fabricageproces, die nodig zijn omdat we nu één soort zinkconcentraat gaan verwerken. Maar op den duur levert dat ook besparingen op, je maakt het proces efficiënter, want nu komt ons erts nog uit 25 verschillende mijnen”, aldus De Graaff.

Reorganisaties waarbij de werkgelegenheid terugloopt, voorziet De Graaff niet. “Grosso modo hebben we onze 585 mensen die nu in dienst zijn hard nodig. Er komt nog een tiental medewerkers bij omdat wij nu ook de marketing van het zink erbij gaan doen.” Samen met Pasminco onderzoekt het bedrijf ook exportmogelijkheden voor in Nederland gesmolten zink naar het Verre Oosten, waar de “echte groeimarkt” zit: “ongeveer 7 procent per jaar, tegen 1,5 procent hier in Europa”. In Europa is een overcapaciteit aan zink, terwijl in het Verre Oosten een tekort aan zinksmeltings-capaciteit bestaat.

Budelco's milieureserveringen van in totaal 310 miljoen gulden worden de komende acht jaar gebruikt om vier bassins met jarosiet uit het verleden op een verantwoorde manier te conserveren, zodat ze geen milieuvervuiling kunnen veroorzaken. Elk veld wordt afgedekt met een folie en een deklaag met begroeiing, zodat er geen regenwater meer in het afval kan komen. Verdere uitloging wordt daardoor voorkomen. Onder de bassins ligt een drainagesysteem. Het drainagewater wordt in putten verzameld en vervolgens in een zuiveringsinstallatie behandeld met sulfaat-reducerende bacteriën. Om de velden heen ligt sinds 1992 nog een tweede veiligheidssysteem, het zogenoemde geo-hydrologische beheerssysteem. Daarmee wordt eventueel verontreinigd grondwater alsnog ongevangen. Deze - nieuwe - technologie is ontwikkeld door Shell, het milieu-technologisch bedrijf Paques in het Friese Balk, en Budelco. De Graaff: “We werken er hard aan om ons milieuprobleem op een verantwoorde wijze op te lossen en waar nodig te beheersen.”