'Strijd om invloedssferen' tussen Frankrijk en de Verenigde Staten; Haïti: stemmen in de schaduw van geweld

Aanstaande zondag kiezen de Haïtitanen een nieuwe president als opvolger van Jean-Bertrand Aristide. René Préval, partijgenoot van Aristide, lijkt bij voorbaat al zeker van de zege.

PORT-AU-PRINCE, 12 DEC. De onlusten van vorige maand in Haïti hebben een duidelijke schaduw geworpen over de presidentsverkiezingen van zondag. “Ik durf de hoofdstad niet uit”, zegt Victor Benoît, kandidaat van het linkse Konakom en, net als de overige twaalf kandidaten die niet tot het regeringskamp behoren, volstrekt kansloos voor de overwinning.

Op 11 november wierpen aanhangers van de Lavalas-beweging van president Jean-Bertrand Aristide in de hoofdstad Port-au-Prince en in het altijd al opstandige Gonaïves barricades op. De aanhangers waren, na een moordaanslag op twee Lavalas-afgevaardigden en een emotionele toespraak van de president, op zoek naar wapens die nog in handen zouden zijn van leden van het voormalige regime. Iedereen die niet tot het regeringskamp behoort, voelde zich vanaf dat moment minder veilig. De rust is inmiddels weergekeerd in de straten van Port-au-Prince, maar het gevoel van onveiligheid is er niet minder op geworden.

Dat de Lavalas-kandidaat René Préval, een voormalige premier onder Aristide die pas vorige maand als compromiskandidaat naar voren is geschoven, de overwinning zal behalen, staat al vrijwel vast. Aristide heeft onlangs, na lang wikken en wegen, laten weten dat hij op 7 februari 1996 het presidentschap zal overdragen aan zijn gekozen opvolger.

Als enige van de kandidaten reisde Préval eind vorige week naar de zuidelijke departementen. Een massabijeenkomst in het stadje Leogâne, op zo'n half uur rijden van Port-au-Prince, was veelzeggend. Prezidan noemde de menigte Préval alvast, maar zijn rapport met 'het volk' is een zwakke afspiegeling van de haast magische band tussen president Aristide en de Haïtianen. De toehoorders waren welwillend maar ook sceptisch.

Toen Préval het retorische strijdmiddel van het vraag-en-antwoordspel inzette, bleek hoe anders de doorsnee-Lavalasien denkt dan de komende topman van de beweging. “Willen jullie werk”, vroeg Préval. Natuurlijk willen de Haïtianen, van wie acht op de tien geen baan heeft, dat. Maar allereerst wil men jistis, gerechtigheid.

De gebeurtenissen van de afgelopen weken hebben nog eens duidelijk aangetoond hoe precair de situatie in Haïti is, veertien maanden na de terugkeer van Aristide uit ballingschap en tweeëneenhalve maand voordat de multinationale vredes- en politiemacht naar verwachting vertrekt. Waarnemers in de hoofdstad zeggen dat de criminaliteitsgolf die Haïti begin dit jaar plaagde, nu aardig onder controle is. “Het aantal misdaden is met zestig procent gedaald”, stelt Eric Falt, woordvoerder van de VN-missie in Haïti. Maar het politieke geweld steekt opnieuw de kop op.

De vraag is: zal Haïti erin slagen zonder verdere hulp van buitenaf het land op orde te brengen - eind februari vertrekken de VN-troepen. “Het is onwaarschijnlijk dat de gloednieuwe politiemacht van vijfduizend manschappen na slechts een paar maanden opleiding in staat zal zijn om de veiligheid te handhaven”, meent woordvoerder Stanley Schrager van de Amerikaanse ambassade in Port-au-Prince.

De Haïtiaanse nationale politiemacht (HNP), die in de plaats komt van het door Aristide afgeschafte leger, geeft er tot nu toe weinig blijk van de situatie onder controle te hebben. Vrijwel dagelijks doen zich (dodelijke) incidenten voor waarbij HNP-functionarissen zijn betrokken. De door de Amerikanen naar voren geschoven (burger-)commandant is vorige week bij presidentieel decreet vervangen door overste Fourel Celestin, één van de weinige Aristide-gezinde officieren uit het voormalige leger.

De Haïtiaanse regering voelt er voorlopig niets voor om de VN (laat staan de Amerikanen) te vragen om hun verblijf te verlengen. Het enige waarover overeenstemming lijkt te bestaan, is de aanwezigheid, na februari volgend jaar, van Amerikaanse genieteams die blijven werken aan infrastructurele projecten. De aanwezigheid van Amerikaanse legeruniformen zou bovendien potentiële onruststokers moeten afschrikken.

Officieel heet het dat Aristide niet over zijn politieke graf heen wil regeren en een beslissing over een verlengd mandaat voor de VN in Haïti wil overlaten aan de op 17 december te kiezen president. Een mogelijk scenario is het vertrek van de Amerikanen, maar een verlengde aanwezigheid op basis van bilaterale afspraken van politie-eenheden uit Canada en Frankrijk. Met deze landen onderhoudt het huidige Haïtiaanse regime warmere banden dan met de VS. Een Europese diplomaat in Port-au-Prince spreekt over “een strijd om invloedssferen” tussen Frankrijk en de VS. Een hoge bron bij de VN in Haïti zegt ronduit: “De Haïtiaanse regering wil ons niet meer, wil de Amerikanen niet meer.”

Intussen zijn de VN al begonnen aan de ontmanteling van hun operatie in Haïti. Het ruim dertig man sterke Surinaamse peloton, onderdeel van de in Jacmel gelegerde Nederlands-Surinaamse compagnie, is op 18 november naar huis vertrokken. De Nederlandse mariniers van Kamp Bon Kote blijven vermoedelijk tot eind januari of eind februari, afhankelijk van de politieke situatie van het moment.