Rekenkamer: beheer politie is 'zorgwekkend'

DEN HAAG, 12 DEC. De 25 politiekorpsen functioneren slecht. Dit vindt de Algemene Rekenkamer na een onderzoek naar het beheer van de regionale korpsen, die in april 1994 officieel werden opgericht.

De Rekenkamer vindt vooral de problemen met de informatievoorziening bij de politiekorpsen “zorgwekkend”. Daardoor bestaat het gevaar dat de ministers van binnenlandse zaken en justitie hun verantwoordelijkheid op dit gebied “onvoldoende kunnen waarmaken”, aldus de Rekenkamer. De gegevens over de financiële huishouding en de personele sterkte zijn “onvoldoende” van kwaliteit. Gegevens over de taken van politiemensen ontbreken.

Ook verloopt het opsporingswerk niet optimaal. De uitwisseling van gegevens over delicten tussen de regio's is onvoldoende omdat geautomatiseerde recherchesystemen niet altijd met elkaar kunnen communiceren. Verder is er nog onvoldoende beleid voor de beveiliging van informatie.

Volgens de Rekenkamer wordt wel gewerkt aan verbeteringen, maar het is nog onduidelijk hoeveel tijd de politieministers en de korpsen nodig hebben om de reorganisatie van de politie geheel af te ronden. Dat proces begon in 1991.

De Rekenkamer schrijft dat de administratie van de korpsen nog steeds niet op orde is. Om op een verantwoorde manier van start te kunnen gaan had de administratieve organisatie van de politiekorpsen al bij de inwerkingtreding van de Politiewet vast moeten staan. Dat was tijdens het onderzoek van de Rekenkamer, van eind 1994 tot mei 1995, nog altijd niet gebeurd. “Verontrustend”, zo luidt het oordeel.

Ook de kwaliteit van de begrotingen voor 1994 en 1995 laat “sterk te wensen over”. Tweederde van de regio's leverde de stukken voor de financiële verantwoording over 1994 te laat of onvolledig in, aldus de Rekenkamer. De korpsen hebben na de reorganisatie te veel personeel bevorderd, zo is uit een toetsing door minister Dijkstal (binnenlandse zaken) gebleken. Ook zijn te veel mensen op 55-jarige leeftijd vervroegd uitgetreden.

Het emancipatiebeleid is nog niet van de grond gekomen. Er is “te weinig draagvlak bij het management”, aldus de Rekenkamer, en er is onvoldoende controle op de voortgang. De doelstelling van de korpsen om volgend jaar 25 procent vrouwen in dienst te hebben wordt waarschijnlijk niet gehaald. In september vorig jaar was het percentage 12,2.

De ministers Dijkstal en Sorgdrager (justitie) schrijven in hun reactie op de kritiek van de Algemene Rekenkamer dat de reorganisatie van de politie op 1 april 1994 slechts formeel was beëindigd. De reorganisatie betrof een aantal zeer ingrijpende wijzigingen. Die “konden niet in korte tijd worden bewerkstelligd”, aldus Sorgdrager en Dijkstal. “Het zal een meerjarig proces zijn.” Zij zien wel een “beweging die onmiskenbaar in een positieve richting wijst”.

Door de wijziging van politiebestel werden de 148 gemeentelijke politiekorpsen en de rijkspolitie opgeheven om het apparaat efficiënter te laten werken. Er ontstonden 25 nieuwe, regionale korpsen en een korps landelijke politiediensten. De politiewet wordt de komende jaren geëvalueerd. Minister Dijkstal - destijds als Kamerlid tegen de nieuwe structuur - heeft steeds vol gehouden deze kabinetsperiode niet te willen tornen aan de politie. Dat zou slechts extra onrust teweegbrengen, aldus Dijkstal.