PvdA-leider Kok schudt ideologie van zich af

AMSTERDAM, 12 DEC. “De sociaal-democratie moét wel een brug slaan naar het midden, kán niet anders, maar zou ook niet anders moeten willen. De PvdA als brede volksbeweging is - qua ambitie - nog nooit zo actueel geweest.” Minister-president Kok gaf gisteravond met deze woorden aan waar volgens hem zijn partij, de PvdA, zich in het politieke spectrum dient te begeven: in het midden. Onder de titel 'We laten niemand los' sprak Kok in Amsterdam de jaarlijkse Den Uyl lezing uit. Daarin gaf hij aan waar de toekomst van de PvdA ligt. Kok: “Het definitieve afscheid van de opvatting dat er één - in afzonderlijke maatschappelijke groeperingen herkenbare - tweedeling tussen arbeid en kapitaal zou bestaan, heeft het volle zicht gegeven op het feit dat het maatschappelijke midden het hart van de samenleving vertegenwoordigt.” Hij wees erop dat de “brede, volkse oriëntatie” van de PvdA “per definitie gematigdheid en een verlies aan leerstelligheid betekent”. Het “zuivere standpunt” heeft volgens Kok de PvdA door de jaren heen altijd parten gespeeld en ertoe geleid dat de sociaal-democratie als politieke beweging zich ideologisch te bescheiden heeft opgesteld.

Als prettig gevolg van de val van het communisme noemde Kok dat afstand is gedaan van “alomvattende maakbaarheidspretenties”, een “bevrijdende verworvenheid”, ook voor de PvdA. “Het afschudden van ideologische veren is voor een politieke partij als de onze niet alleen een probleem, het is in bepaalde opzichten ook een bevrijdende ervaring.” Met instemming citeerde Kok dan ook PvdA-ideoloog P. Kalma die al in 1987 schreef dat een werkelijke vernieuwing van de PvdA begint met het definitieve afscheid van de socialistische ideologie.

Maar Kok nam gisteren tevens nadrukkelijk afstand van de gedachte dat 'het einde der ideologieën' betekende dat de maatschappij niet of nauwelijks voor betekenisvolle beïnvloeding vatbaar is. De verzorgingsstaat “met al zijn mankementen en verstarringen” noemde hij “de mooiste prestatie van menselijke en georganiseerde wilsvorming”. Er zal volgens Kok ook in de toekomst “in de beste ordenende traditie van ons land” een groot beroep worden gedaan op de publieke sector om gedurfde oplossingen aan te reiken. “Zonder een doortastend optreden van de overheid die het beste weet los te maken bij mensen zal het niet lukken ons land bewoonbaar en modern te houden. Er is - voor wie de chaos niet over zich wil afroepen - geen ander gezaghebbend orgaan dan de politiek die hier de leiding dient te houden of te nemen”, aldus Kok.

Pagina 13: 'Onorthodoxe zoektocht'

Voor de komende tien jaar voorspelde Kok twee visies die om voorrang zullen strijden: de liberale, die de betrokkenheid van de overheid zal willen minimaliseren, en de sociaal-democratische, die zich zal inzetten voor een actieve publieke sector die zich “al naar gelang de omstandigheden op vele terreinen mag bewegen”.

Kok erkende dat in de praktijk van het leven de verschillen van de twee visies niet zo groot zijn of lijken, maar, zo voegde hij er onmiddellijk aan toe: “Hier kunnen ogenschijnlijk smalle marges grote gevolgen hebben.” Voor Kok is het van het grootste belang dat zij die het publieke belang zelfbewust en stevig verdedigen ook vooroplopen in de noodzakelijke vernieuwing. Hij had het in dit verband over een “onorthodoxe zoektocht naar omvang en organisatie van de publieke sector”.