Prins Clausplein

In een paginagroot artikel (NRC Handelsblad, 30 november), over de heroïeke rol van Rijkswaterstaat, lees ik met verbazing dat de daar werkzame ingenieurs 'een diepere gedachte hebben' bij het verdubbelen van het aantal rijstroken op de snelwegen in de Randstad.

De labyrintische verknopingen die deze ingenieurs tot op heden tot stand brengen lijken meer te zijn ingegeven door antwoorden op 'vervoersvraagstukken', 'congestievermijding' of 'capaciteitsaanpassingen' dan op de snelweg als landschappelijke ontwerp-opgave. Ik kan me voorstellen dat thema's als de betekenis van Reizen of de verbeelding van Beweging niet meer de leidende rol spelen bij automobiliteitsscenario's, echter een beroep op een gevoel van oriëntatie of herkenning zal bij een snelwegontwerp toch wel aan de orde zijn? Tot op heden laten deze dinosaurussen geen enkel spoor van verleiding in het landschap na. Ze trokken voren van soms zelfs een kwart kilometer breed en onttrekken zich van een fatsoenlijke verankering met het landschap. De argeloze automobilist wordt slingerend, breiend en wevend tot snelheid gemaand. Hier worden de riolen van de 20-ste eeuw gecreëerd! Juist nu, aan het einde van deze eeuw moeten ingenieurs beseffen dat een snelweg behoort bij het repertoir van het stedelijk landschap en zoiets wordt ontworpen en niet 'gepland'!

    • Hans Lucas