Oud spook steekt in VS de kop op; 'Whitewater' herinnert in reacties aan 'Watergate'

WASHINGTON, 12 DEC. Een oud spook steekt in Washington weer de kop op. Meer dan twintig jaar nadat het Watergate-schandaal een einde maakte aan het presidentschap van Richard Nixon, maakt het slepende onderzoek naar de zogenoemde Whitewater-affaire, waar president Clinton in verwikkeld is, herinneringen wakker aan het drama dat de Amerikaanse politiek toen op haar grondvesten deed schudden.

Zo dramatisch als de onthullingen over het presidentschap van Nixon waren, zijn de schaarse feiten die met moeite boven water zijn gebracht over de financiële manoeuvres van de Clintons allerminst. Na meer dan twee jaar onderzoek is zelfs nog steeds niet duidelijk of er eigenlijk wel van een werkelijk politiek schandaal gesproken kan worden, en of de president of zijn vrouw ook maar iets onrechtmatigs heeft gedaan - ten tijde van het presidentschap of in de jaren dat Clinton nog gouverneur was van de staat Arkansas.

Dat toch de vergelijking met Watergate zich opdringt ligt meer aan de bokkige reactie van het Witte Huis op het onderzoek, dan aan de feiten waar het allemaal om begonnen is. Naar aanleiding van de recente weigering van de president om bepaalde documenten over te dragen aan de onderzoekscommissie van de Senaat zei de Republikeinse senator Richard Shelby het afgelopen weekeinde dreigend: “Als deze regering niets te verbergen heeft moet ze open kaart spelen. Twintig jaar geleden hadden we een andere regering die zich ook zo opstelde, en we weten wat daarmee gebeurd is. Dit doet afbreuk aan het vertrouwen van het publiek in het presidentschap.”

Ook een aantal termen die gemeengoed zijn geworden door Watergate doen weer opgeld. Het Witte Huis zou justitieel onderzoek dwarsbomen door verdoezeling van feiten, een cover-up. En kringen rondom de president zouden zich uit alle macht verzetten tegen openbaarmaking van bepaalde gebeurtenissen, stonewalling. Gisteren meende senator D'Amato, die het onderzoek leidt, op een smoking gun te zijn gestuit, een onweerlegbaar bewijs van schuld. Een van de jonge juristen die zich indertijd hadden vastgebeten in het onderzoek naar Nixon, speelt ook nu een rol: deze keer echter als Democratisch senator die het opneemt voor de president. Deze heeft zich, net als Nixon indertijd, al beroepen op presidentiële privileges die hem het recht geven bepaalde zaken voor het Congres of de rechterlijke macht geheim te houden, het zogeheten executive privilege.

De vergelijking tussen Whitewater en de Watergate-affaire wordt vooral getrokken door Republikeinen. Ze worden daarbij geholpen door een golf van belangstelling voor die episode uit de Amerikaanse geschiedenis: volgende week gaat de biografische film Nixon van regisseur Oliver Stone in première, zondag was voor het eerst de gedramatiseerde televisiedocumentaire Kissinger and Nixon te zien, en in New York loopt nog enkele weken het toneelstuk Nixon's Nixon.

De Democraten en het Witte Huis willen niets weten van enige parallel, en doen de verschillende onderzoeken die lopen naar presidentiële betrokkenheid bij de Whitewater-affaire af als een heksenjacht die is ingegeven door partijpolitieke motieven. De pers, die zo'n belangrijke rol speelde in de Watergate-affaire, was lange tijd niet overtuigd van het belang van de kwestie, en deed tot voor kort niet veel meer dan braaf de dikwijls slaapverwekkend gedetailleerde zittingen van de onderzoekscommissies volgen. Alleen conservatieve kranten als The Wall Street Journal en The Washington Times bleven hameren op de vele ongerijmdheden die tot nu toe aan het licht zijn gekomen. Langzamerhand lijkt echter ook de rest van de pers wakker te worden.

Tijdens de campagne voor de presidentsverkiezingen in 1992 kwamen Clinton en zijn vrouw Hillary in opspraak door hun financiële deelname, van eind jaren zeventig tot in de jaren tachtig, in een landontwikkelingsproject, Whitewater geheten, voor het bouwen van vakantiehuisjes. Mede-aandeelhouder van dat project was een bevriende eigenaar van een spaarbank, een van de vele spaarbanken die in de jaren tachtig geld staken in risicovolle projecten, omdat de federale overheid toch garant stond voor eventuele verliezen. De spaarbank, die onder toezicht stond van de gouverneur, ofwel Clinton, ging in 1989 failliet, en onderzocht wordt nu of federaal belastinggeld niet alleen aan de bank is uitgekeerd, maar ook illegaal is doorgesluisd naar het Whitewater-project. Een onafhankelijke aanklager leidt dat onderzoek, dat al heeft geleid tot enkele veroordelingen van mensen uit de voormalige vriendenkring van de Clintons wegens financiële onregelmatigheden bij de bank.

Daarnaast hebben ook de Senaat en het Huis van Afgevaardigden commissies op de zaak gezet. Vooral de Senaatscommissie is op het moment actief, niet alleen om te achterhalen bij wat voor financiële transacties de eerste familie van Arkansas in die jaren eventueel betrokken was, en welke belangenconflicten daarbij speelden, maar ook om aanwijzingen na te gaan dat het Witte Huis geprobeerd heeft justitieel onderzoek naar de kwestie te dwarsbomen. Steeds meer wijst erop dat het Witte Huis op zijn minst amateuristisch en krampachtig in de affaire heeft geopereerd, en nog altijd iets te verbergen heeft.

Een belangrijke rol in het onderzoek spelen de papieren van Vincent Foster, de plaatsvervangend juridisch adviseur van het Witte Huis. Deze was belast met persoonlijke financiële zaken van de Clintons, waaronder Whitewater, toen hij op 20 juli 1993 zelfmoord pleegde. Foster was een jeugdvriend van Clinton geweest. En in Little Rock, de hoofdstad van Arkansas, was hij met Hillary Clinton partner van het advocatenkantoor Rose Law Firm, dat zowel optrad voor de spaarbank die failliet ging, als voor de overheidsinstelling die voor de financiële afwikkeling moest zorgen. Foster gold als een vertrouweling van de first lady.

Na de plotselinge dood van Foster hebben functionarissen van het Witte Huis politie en justitie slechts zeer beperkt toegang gegeven tot diens kantoor. Nog altijd is de onderzoekers niet duidelijk wat er precies gebeurde nadat het tragische nieuws bekend werd. Registratie van de telefoonlijn van het huis in Little Rock waar Hillary Clinton op dat moment verbleef, geeft aan dat zij onmiddellijk een aantal keren belde met haar juridische adviseur en haar chefstaf, die vervolgens meteen naar het Witte Huis gingen. Gaf ze hun instructies, bijvoorbeeld om bepaalde stukken uit handen van justitie te houden, zoals de Republikeinen suggereren? Waarom werden er vervolgens documenten overgebracht van Fosters kantoor naar de particuliere vertrekken van de Clintons? En waarom werd een versnipperd zelfmoordbriefje onder in Fosters koffertje pas drie dagen later gevonden? Waarom mochten FBI-agenten alleen op afstand toekijken terwijl Fosters directe baas, Bernard Nussbaum, diens dossiers doornam, en in opdracht van wie gebeurde dat?

Een aantal van de documenten van Foster over Whitewater bleek senator D'Amato gisteren in handen te hebben, waarmee hij meende over de smoking gun te beschikken - volgens de Democraten echter niet meer dan een proppenschieter.

Een aantal medewerkers en voormalige medewerkers van de president en zijn vrouw (die haar eigen staf heeft) zijn door de commissies in openbare zittingen verhoord. Met grote regelmaat antwoordden ze dat hun geheugen hen in de steek laat, zoals ook Hillary Clinton vorige week deed toen haar door de Senaatscommissie gevraagd werd schriftelijk opheldering te verschaffen over een van de telefoontjes op de avond van Fosters dood.

Eind vorige week beriep een juridisch adviseur van de president zich tegenover de Senaatscommissie op de vertrouwelijkheid tussen advocaat en cliënt, om een verslag van bijeenkomst van advocaten van Clinton over Whitewater, in 1993, niet te hoeven vrijgeven. De commissie eiste daarop in een dagvaarding de aantekeningen op, maar president Clinton heeft al gezegd daarvoor niet te zullen zwichten. De commissie kan vervolgens een rechtbank verzoeken de vrijgave af te dwingen, wat kan leiden tot een lange juridische strijd tot in het Hooggerechtshof. Daarmee lijkt gegarandeerd dat de zaak het komende verkiezingsjaar nog in de belangstelling blijft staan.

    • Juurd Eijsvoogel