Nederlandse ondernemers op Curaçao kritisch over bedilzucht van Den Haag

WILLEMSTAD, 12 DEC. Nederlandse ondernemers zien legio mogelijkheden voor een positieve sociale en financieel-economische ontwikkeling van Curaçao, het grootste eiland van de Nederlandse Antillen.

Tegelijkertijd wijzen ze echter op de zwakke elementen in het bestuur, zoals een te log en inefficiënt overheidsapparaat en te weinig aandacht voor milieuaspecten in de ontwikkelingsaanpak. Ook waarschuwen ze voor de gevolgen van een te grote bevoogding door Nederland.

Dit blijkt uit een onderzoek dat het Nederlandse bureau Kramer Consult, in samenwerking met het Antillenhuis in Den Haag (het bureau van de Gevolmachtigde minister van de Antillen) heeft ingesteld naar de ervaringen van Nederlandse ondernemers op Curaçao.

Kramer Consult sprak in mei met een twintigtal directieleden van uiteenlopende op dit eiland gevestigde Nederlandse ondernemingen. Unaniem zijn zij vóór behoud van de Koninkrijksbanden, omdat de Nederlandse ontwikkelingshulp en het toezicht een belangrijke schakel zijn voor de economie en de democratie. Ondanks het belang van de financiële steun, waarschuwen zij Nederland echter voor bedilzucht en bevoogding, onder andere via het Kabinet voor Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse Zaken (KABNA). “De Nederlandse omhelzing moet niet te sterk zijn”, zei een van de directeuren. Hoewel zij die bedillerigheid, op de aannemers na, niet allen aan den lijve ervaren, is dat wel het beeld van de houding van veel Nederlandse ambtenaren en politici.

Voorts wordt de 'Antillenroute' van grote waarde geacht voor de economie. Tot nu zijn de offshore sector (financiële dienstverlening voor buitenlandse bedrijven die tegen een lage belasting winsten op Antiliiaanse banken zetten) en de zgn. penshonado-regeling aantrekkelijk voor het eiland. Den Haag onderkent het belang van deze renteniers-wet onvoldoende, aldus het verslag, en de bedrijven verwijten KABNA de regeling op een verkeerde manier te willen herzien. Als dat doorgaat worden de geldstromen simpelweg naar andere belastingparadijzen verlegd.

Eensgezind oordelen de Nederlandse ondernemers positief over de grote economische potentie die Curaçao heeft door zijn gunstige geografische ligging, goede infrastructuur en telecommunicatie en zijn internationale oriëntatie. Het eiland heeft alles in zich om uit te groeien tot het 'Singapore' van het Caraïbisch gebied, mits aan een reeks voorwaarden wordt voldaan.

Kritisch zijn de ondernemers echter over de zwakke elementen die zo'n positieve ontwikkeling in de weg staan. Grote zorg is er over de omvang van de staatsschuld en het ambtenarenapparaat, de op hol geslagen overheidsfinanciën en de inefficiëntie van de twee bestuurslagen (De Antilliaanse regering en het eilandbestuur). De wetgeving wordt over het algemeen als positief beoordeeld, maar het toezicht op naleving van die wetsbepalingen en de sancties bij overtredingen laten veel te wensen over. De meningen lopen uiteen over de vraag of, mede door het inefficiënte ambtelijke apparaat, er sprake is van corruptie. Net als in Nederland wordt de belastingdruk er voor bewoners en het bedrijfsleven te hoog geoordeeld.

Lovend zijn de ondernemers over het leefklimaat op de Antillen, maar minder gunstig gestemd zijn ze over het werkklimaat: een lage arbeidsmoraal, passiviteit en een gebrek aan motivatie, waar trouwens een deel van de vrij hoge werkloosheid aan is toe te schrijven. Verder klagen ze over het feit dat de vereiste vergunningen onnodig lang op zich laten wachten, dat er meer gedaan moet worden aan sociale woningbouw en dat in het onderwijs verkeerde prioriteiten worden gesteld. Ten behoeve van het leefklimaat en het toerisme moeten de criminaliteit en de drugsverslaving aangepakt worden. Overigens ervaren zij het eiland als 'relatief veilig' en zeker niet erger dan de binnensteden van Rotterdam of Amsterdam. De Nederlandse ondernemers vinden dat er in Nederland een overdreven negatief beeld bestaat van Curaçao en dat de lokale autoriteiten wel degelijke hoge prioriteit geven aan de bestrijding ervan.

Gemeenschappelijke kritiek is er op de negatieve beeldvorming in de Nederlandse media over Curaçao. “Natuurlijk gaan hier dingen mis, maar men heeft er echt een overtrokken beeld van gemaakt in Nederland”, aldus diverse geïnterviewden.

Geen goed woord hebben de ondernemers over voor vorige kabinetten, maar ze stellen al hun hoop en vertrouwen in de regeringsploeg van premier Miguel Pourier, “die met een team van nuchtere mensen de vriendjespolitiek wil doorbreken”. Daar zijn “inhaalslagen” voor nodig, zoals sanering van de overheidsfinanciën, afslanking van het ambtenarencorps en versnelling van het vergunningenstelsel.