Mestpolitiek

TWEE ONMOGELIJK TE combineren opvattingen waren gisteren in Den Haag bij elkaar in één zaal. Terwijl de Tweede Kamer met de ministers Van Aartsen (landbouw) en De Boer (milieu) sprak over scherpere mestnormen, zaten op de publieke tribune 250 boeren voor wie de maat reeds lang vol is. Twee werelden, twee golflengten. Dat het urenlange samenzijn tot geen enkele toenadering had geleid bleek na afloop, toen een van de boerenleiders buiten demonstratief de brand stak in aanschrijvingen van het ministerie van landbouw.

Het debat in de Tweede Kamer verliep gisteren zoals al van tevoren was te voorzien. Beide bewindslieden kunnen rekenen op voldoende steun van de volksvertegenwoordiging voor hun plannen om het mestoverschot verder tegen te gaan. Het protest van de tractor, dat de laatste weken weer zeer nadrukkelijk aanwezig was, heeft niet geleid tot wezenlijk andere opvattingen bij de Tweede Kamer. Geen van de coalitiepartijen is bezweken voor de druk om met het boerenverzet in de rug nog even snel een gemakkelijk nummer te maken. In dat opzicht heeft een groot deel van de Kamerleden - ook buiten de coalitie om - zich gedragen als verantwoordelijke politici die het als een noodzakelijke taak zagen een stap vóór de 'troepen' uit te zetten.

IETS DAT OVERIGENS niet gezegd kan worden van de bijdrage van het CDA in het debat. Te simpel werd van die kant van de oppositie de ministers verweten dat zij met hun maatregelen het maatschappelijk draagvlak hadden verkwanseld. Een opmerking die het goed deed voor de volgepakte tribune maar voor het overige geen recht deed aan het immense probleem dat moet worden opgelost en evenmin aan het verleden van het CDA zelf als het gaat om de politieke verantwoordelijkheid voor het beleid.

Daarbij komt dat het maatschappelijk draagvlak dat - volgens die opvatting van het CDA - christen-democratische ministers van landbouw in het verleden dan wel gecreëerd hadden, slechts geleid heeft tot uitstel van pijnlijke ingrepen. De cijfers van het Landbouw Economisch Instituut zijn pijnlijk duidelijk. In alle jaren dat er nu gesproken wordt over het probleem van het mestoverschot is de veestapel alleen maar blijven toenemen. Inmiddels houden de Nederlandse bevolking en het aantal varkens elkaar in evenwicht.

Mineralenboekhouding of niet, de kern van het probleem zit in de omvang van de veestapel en dan vooral in het aandeel van de varkens hierin. De spiraal zal ooit toch eens moeten worden doorbroken. Dat vergt een moeilijke boodschap. Boeren zal moeten worden verteld dat zij hun bedrijf moeten inkrimpen en dat er letterlijk geen ruimte meer is voor de gedachte dat elke boerenzoon recht heeft op zijn eigen bedrijf. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat voor een dergelijk verhaal waarschijnlijk nooit een maatschappelijk draagvlak bij de direct betrokkenen zal zijn te verkrijgen. Helemaal doof voor de boeren is Den Haag trouwens ook niet geweest: voor de korte termijn zijn de opgelegde normen vergeleken met twee jaar geleden immers minder stringent.

DIT NEEMT ALLEMAAL niet weg dat minister Van Aartsen nu voor de immense opgave staat weliswaar door de Tweede Kamer aanvaard beleid ook uitgevoerd te krijgen. Hier zit het grote verschil met andere maatregelen die op maatschappelijke weerstand zijn gestuit. De sanering van het sociale-zekerheidsstelsel kan bij wijze van spreken met een pennestreek vanuit Den Haag worden geregeld. Voor het verminderen van het mestoverschot is de medewerking van de betrokken beroepsgroep echter een eerste noodzaak. Die heeft zich echter afgemeld. Hoe moeilijk het ook zal zijn, het mag de politiek er niet van weerhouden op de ingeslagen weg voort te gaan.