Kamer nog steeds in conflict met Jorritsma over NS

DEN HAAG, 12 DEC. De Tweede Kamer stemt vooralsnog niet in met het contract over de verzelfstandiging van de Nederlandse Spoorwegen. Tijdens een Kamerdebat hierover dat gisteren plaatshad, faalde minister Jorritsma (verkeer en waterstaat) met de Kamer tot overeenstemming te komen.

Voornaamste struikelblok vormden de onrendabele lijnen. De regeringsfracties PvdA, VVD en D66 waren bereid hun bezwaren tegen het verzelfstandigingscontract in te slikken, als de minister zou garanderen dat zij vrijwel alle onrendabele lijnen in stand zou houden. De vorm waarin die garantie zou moeten worden gegeven, lieten zij over aan de minister.

De bewindsvrouw gaf echter geen krimp. Zij zei “niet met het zwaard in de nek” te willen onderhandelen met de NS over de omvang van de zogeheten contractsector, de onrendabele lijnen waarvoor het departement ook na de verzelfstandiging subsidie zal verstrekken. Voor het instandhouden van de onrendabele lijnen heeft Jorritsma op de begroting een bedrag oplopend tot 80 miljoen gereserveerd. De Kamer is ervan overtuigd dat dit onvoldoende is.

Na afloop van het debat, dat volgende week wordt vervolgd, was onduidelijk op welke voet ministerie en NS de komende tijd verder zullen gaan. Het is bijvoorbeeld mogelijk dat de Kamer onder voorbehoud instemt met het verzelfstandigingscontract, en pas definitief 'ja' zegt als er zekerheid is over de toekomst van de onrendabele lijnen. Dat zal naar verwachting nog ongeveer een half jaar vergen.

Net als de NS hecht minister Jorritsma er echter zeer aan dat het contract wel op 1 januari 1996 ingaat. Volgens haar zijn er nog wel uitwegen mogelijk om tegemoet te komen aan de wensen van de Kamer over de onrendabele lijnen, bijvoorbeeld door het contract te laten ingaan met enkele aanvullende voorwaarden. Over de preciese aard en formulering daarvan bestaat nog geen duidelijkheid, laat staan overeenstemming met de Kamer. De coalitiefracties hadden geëist dat voor het behoud van de onrendabele lijnen extra reserveringen in de begroting van verkeer en waterstaat gemaakt zouden worden.

Een derde optie ligt besloten in een brief die de NS vorige week aan de minister heeft gestuurd. Het bedrijf biedt hierin aan om voor een bedrag oplopend tot 150 miljoen gulden in het jaar 2000 op alle onrendabele lijnen spoorvervoer in stand te houden. Tot nu toe hebben de spoorwegen altijd gezegd dat hiervoor vanaf 2000 200 miljoen per jaar nodig is. Van de drie coalitiefracties heeft de PvdA al laten weten dit aanbod als uitgangspunt te willen nemen bij het oplossen van het conflict tussen Kamer en minister.

Naast de onrendabele lijnen zijn er nog enkele andere strijdpunten. Zo wil de Tweede Kamer garanties over de maximale verhoging van de tarieven. Jorritsma zei gisteren dat dit weliswaar contractueel kan worden vastgelegd, maar dat elke beperking van de ondernemingsvrijheid van de NS haar tol eist in de vorm van financiële compensatie. Voorts bestond er in de Kamer twijfel of het juridisch eigendom van de spoorweginfrastructuur niet bij de overheid moet komen, in plaats van bij de NS.