Groningen houdt deel van zijn landbouwhogeschool

Bijna vier jaar nadat het Van Hall-instituut, de Groningse landbouwhogeschool, fuseerde met het Agrarisch Hoger Onderwijs Friesland, is er een compromis over een afdeling in Groningen. De Groningse medezeggenschapsraad die een verbeten strijd voerde tegen verhuizing, is tevreden. Gedeputeerde Staten in Friesland niet: in een 'herenakkoord' uit 1989 zou volledige overplaatsing van de agrarische opleidingen zijn vastgelegd.

LEEUWARDEN, 12 DEC. Groningen houdt een hogeschool voor landbouw, het Van Hall-instituut. Althans voor een deel. De meeste studenten, ongeveer tweeduizend, zullen hun agrarische opleiding volgen aan de nieuwe agrarische hogeschool in Leeuwarden, een resultaat van een fusie uit 1992 tussen het Groningse Van Hall-instituut en het Agrarisch Hoger Onderwijs Friesland. In Groningen kunnen tweehonderd studenten een voltijdsopleiding milieukunde volgen. Dit zijn het ministerie van landbouw en de medezeggenschapsraad overeengekomen.

Voorzitter W. Simons van het college van bestuur van de gefuseerde agrarische hogeschool noemt het “een goed compromis” en is “erg blij” dat het conflict eindelijk uit de wereld is. “Dat een deel van het docentenkorps zich verzette tegen overplaatsing gaf intern veel spanning.” Een sterke poot in Groningen is voor de instroom aantrekkelijk, vindt Simons.

Gedeputeerde Staten (GS) van Friesland zijn echter woedend over het gesloten compromis, en vinden het in “tegenspraak is met alle gemaakte afspraken die in het herenakkoord in 1989 werden vastgelegd”. Daarin bepaalden de ministers van landbouw, cultuur, onderwijs samen met de commissarissen Vonhoff en Wiegel in een politieke 'deal' dat het agrarisch onderwijs en de lerarenopleiding in de Friese hoofdstad moesten worden geconcentreerd. De culturele afdelingen en het conservatorium zouden naar Groningen verhuizen. GS hebben van meet af aan onverminderd vastgehouden aan een volledige overplaatsing, temeer daar Friesland al geruime tijd aan haar verplichting van de ruil had voldaan: het Frysk Orkest verdween en ging op in het Noord-Nederlands orkest en het Leeuwarder conservatorium was al dicht.

De medezeggenschapsraad van het Groningse Van Hall-instituut voerde jarenlang een verbeten strijd tegen een overplaatsing naar Leeuwarden. Er werden bezettingen gehouden en boze studenten blokkeerden in 1990 de spoorlijn Leeuwarden-Groningen. Gevreesd werd dat een verplaatsing naar Leeuwarden tot forse dalingen van het aantal studenten zou leiden. De medezeggenschapsraad vond dat ze ten onrechte geen instemmingsrecht had gehad over de verhuizing, die volgens haar als “fundamentele wijziging van organisatie” te boek kon staan.

De juridische procedures werden tot voor de Hoge Raad uitgevochten. Die verwees de zaak terug naar het Amsterdamse gerechtshof, dat in maart dit jaar bepaalde dat aan de medezeggenschapsraad toestemming had moeten worden gevraagd voor de verplaatsing. In oktober werd er een hoorzitting gehouden voor de landelijke geschillencommissie openbaar onderwijs. Voorzitter H. Bezuijen van de medezeggenschapsraad wilde het in het belang van het gefuseerde instituut echter niet op een uitspraak laten aankomen. “Ons uitgangspunt was dat de oplossing bij moest dragen aan de versterking van de hogeschool Leeuwarden. De fusie is nu een feit en de nieuwbouw in Leeuwarden is voltooid. Niemand van ons zou er voordeel bij hebben als een deel van de school daar leeg zou blijven staan.”

Ook Simons leek dit geen prettig vooruitzicht. Onderhandelen over een compromis was de enige oplossing. Over het resultaat moet de provincie naar zijn smaak “niet meer eindeloos gaan bakkeleien”. “Het herenakkoord is op de letter is uitgevoerd.” “Alle faculteiten: milieukunde, diermanagement, biotechnologie, levensmiddelentechnologie, agrarische bedrijfskunde en landbouw zijn naar Leeuwarden gekomen.” Het geschil is wat hem betreft ten einde.

Maar voor de provincie Friesland niet. GS zijn woedend en eisen in een gesprek met het college van bestuur opheldering. Van een “juiste invulling van het herenakkoord” is geen sprake, vindt het college, nu ook Groningen een volwaardige opleiding milieukunde houdt. Bovendien zijn GS kwaad dat ze niet deelnamen aan de besprekingen tussen de minister van landbouw en de medezeggenschapsraad.

Bezuijen vindt de opstelling van GS “kleinzielig”. “Nu er iets in Groningen blijft, hoeven zij zich nog niet te kort gedaan te voelen.” Hij wijst erop dat GS zich in februari dit jaar zichzelf buitenspel hebben gezet. Het college van bestuur en Gedeputeerde Staten waren het toen eens over een propedeuse milieukunde in Groningen. Bezuijen: “Dat was al beklonken, maar GS eisten in een brief nog meer aanvullende voorwaarden.” Inmiddels heeft oppositiepartij CDA in de Leeuwarder raad zich opgewonden over de in zijn ogen “afstandelijke” reactie van D66-wethouder P. de Jong over de Groningse nevenvestiging. Het CDA vindt het merkwaardig dat De Jong niet duidelijk uitsprak of dit compromis voor de Friese hoofstad goed of slecht was. Het CDA vindt dat het gemeentebestuur wat dat aangaat een voorbeeld kan nemen aan de felle, afkeurende reactie van het provinciebestuur.