Festivaldebat over ethiek in de film

AMSTERDAM, 12 DEC. De vraag was of de makers van Dood op verzoek, Afscheid en Near Death zelf een filmploeg toestemming zouden geven hun laatste uren te filmen. De twee Nederlanders aarzelden even, besloten toen van wel. Het zou wel van de filmmaker afhangen, zeiden ze. “Of die integer is.” De gelauwerde Amerikaanse documentarist Frederick Wiseman moest er niets van hebben: “Omdat ik precies weet hoe filmmakers zijn.” Integriteit heeft niets met de kwaliteit van een film te maken, volgens de 85-jarige filmer.

De maker van Near Death is zijn laatste uren aanmerkelijk dichter genaderd dan zijn tafelgenoten, maar in het verloop van de discussie over ethiek en de film, gisteren tijdens het International Documentary Filmfestival Amsterdam (IDFA), bleek het verschil van inzicht fundamenteler. De vervangers voor de afwezige Nederlandse filmers Maarten Nederhorst (Dood op verzoek, over euthanasie) en Ton Koole (Afscheid, over het stervensproces) bleven hameren op de bedoelingen van de maker. Daaraan moet je afmeten of een film 'deugt' of 'niet deugt'. De vrouw van Ton Koole vond bijvoorbeeld de sterfscène in Dood op verzoek dubieus, omdat daar eerder gedraaide, serene beelden doorheen waren gemonteerd. Mocht je dat wel doen? IKON-directeur Lejo Schenk verdedigde de film van zijn omroep aldus: “Deze beelden ondersteunen de intentie van de filmmaker.”

Wiseman zette resoluut een streep door de discussie: “Je hoeft helemaal niet integer te zijn.” Dat zegt volgens hem niets over de kwaliteit van de film. “Ik kan mensen toch niet dwingen mijn film ethisch verantwoord te vinden. Ik kan alleen goede scènes maken.” Het effect daarvan is het enige criterium voor een goede film.

De Nederlandse documentaire Daders, die gisteravond op het festival zijn première beleefde, zal ongetwijfeld voor morele opschudding zorgen. Hans Otten interviewde drie mannen die hun (pleeg-)dochter seksueel hebben misbruikt, zijn veroordeeld en inmiddels weer vrij rondlopen. Bij de voorstelling klonken veel ongemakkelijke kuchjes en geschuif. Effectief is de film zeker. De vaders - van wie alleen de licht-vervormde stemmen zijn te horen, tussen soms wel èrg esthetische beelden van lege interieurs en alledaagse taferelen - vertellen bijna een uur lang alle details van hun daden, vermengd met goedpraterij en spijtbetuigingen.

Vooral één stem begin je te haten; die van de vader die zijn dochter anaal 'nam' en die, toen ze was gaan huilen en hij terugtrok, zag dat ze bloedde, haar “netjes schoongemaakt” heeft. De toon van 'niks aan de hand, ik ben een leuke pipa geweest' is dan haast niet meer te harden.

“Alleen de daders zelf komen aan het woord”, zegt Hans Otten in een begeleidend schrijven. Maar dat is niet waar. De film toont kort het verhoor van een van de daders in de rechtszaal. Ze keren enkele malen terug, net als je zou kunnen beginnen te denken dat incest zonder pijn en verdriet valt te plegen - volgens de 'ergste' vader huilde zijn dochter van blijdschap toen hij haar ontmaagde.

Enkel en alleen de “obsessie van de incestdaders” durfde Otten misschien niet aan. Vreesde hij dat zijn goede bedoelingen in twijfel zouden worden getrokken? Hoe dan ook, de korte 'weerwoorden' van de rechter zijn zeer doeltreffend - ze bewijzen scherp dat er wel degelijk pijn en verdriet en ellende is aangericht - en dus terecht in de film opgenomen. “Je manipuleert altijd”, zei Wiseman gisteren. En dat is niets om je voor te schamen.