Europese munten in vernieuwde automaten

De automatenindustrie staat voor de meest ingrijpende operatie uit haar geschiedenis. Ruim 3 miljoen muntautomaten moeten worden aangepast aan de nieuwe Europese munt. De branche voorziet een kostenpost van 5 miljard gulden.

ROTTERDAM, 12 DEC. Technisch directeur H. Salij van Automatic Holland, producent van voedsel- en drankautomaten, wordt niet echt blij als hij denkt aan de Europese munt. Regelmatig is er contact met de Europese muntmeesters om te horen of er al besluiten gevallen zijn over grootte, dikte, gewicht, diameter en materiaal van de munt. Dan zou hij kunnen beginnen met de ontwikkeling van nieuwe muntsorteerders voor de koffie-, snack- en andersoortige automaten die het bedrijf produceert. Tot nu toe stuit hij telkens op grote zwijgzaamheid. “De muntmeesters zijn voorzichtig. Als ze nu zeggen dat het materiaal A wordt en over drie jaar besluiten ze om de munt toch maar van materiaal B te maken, dan hebben de leveranciers van muntsorteerders een probleem, omdat ze bij de ontwikkeling van nieuwe sorteerders waren uitgegaan van A.”

De Europese automatenindustrie staat voor de meest ingrijpende operatie uit haar geschiedenis. Tussen 1 januari en 1 juli 2002 moeten 3,15 miljoen drank-, snack-, sigaretten-, kranten- en andersoortige muntautomaten (gok- en kaartjesautomaten niet meegerekend) in Europa worden omgebouwd. Nederland heeft daarbij een extra handicap: na Japan en de VS kent Nederland de grootste automatendichtheid ter wereld, 1 automaat per 147 inwoners, in totaal 120.000 stuks. Ook de 130.000 'flappentappen' in Europa moeten worden aangepast. De nieuwe biljetten zullen waarschijnlijk andere afmetingen en een andere lichtdoorlaatbaarheid hebben dan de huidige, nationale bankbiljetten.

De invoering van de Europese munt gaat de branche 5 miljard gulden en drie jaar voorbereidingstijd kosten, zo heeft Salij van Automatic Holland, tevens actief in de technische commissies van de Europese brancheorganisaties VIDA en EVA, berekend. Er moeten nieuwe sorteerders worden ontwikkeld en getest, er zijn testmunten nodig en personeel moet worden getraind. Voor Nederland raamt Salij de kosten op 140 miljoen gulden.

Daar komt bij dat de automatenindustrie overuren zal moeten draaien om automaten van tien jaar en ouder te vervangen. Deze kunnen niet meer worden omgebouwd. “Zolang we echter niet weten hoe die nieuwe munt eruit gaat zien, blijven we achter onszelf aan lopen”, klaagt Salij. “Noodgedwongen moeten we nieuwe automaten blijven voorzien van sorteerders die nog niet zijn aangepast aan de euromunt.” Veel zal de branche niet verdienen aan de vervanging van oude automaten, verwacht Salij. “Veertien procent van alle automaten in Nederland staat 'in operating', dat wil zeggen dat de automaat eigendom is van de leverancier, die hem schoonmaakt en vult, en die een vast bedrag van het gebruikende bedrijf ontvangt.”

De automatenfabrikanten hebben begin dit jaar een eisenlijstje in Brussel gedeponeerd. Zo willen ze een half jaar de tijd krijgen, niet meer en niet minder, om alle automaten om te bouwen, een wens die hoogstwaarschijnlijk in vervulling zal gaan. Zou de overgangsperiode langer dan een half jaar duren, dan worden de kosten van het beheer van een dubbel muntsysteem te hoog, aldus de fabrikanten. Bovendien eisen de producenten dat op 1 januari 2002 alle denominaties van de nieuwe munt voorradig zijn. Salij: “Zoniet, dan betekent dat dat we onze klanten tweemaal moeten bezoeken om de automaten geschikt te maken voor de nieuwe munt.”

Maar de automatenindustrie heeft nog meer eisen op tafel gelegd. De nieuwe munt moet bijvoorbeeld sterk afwijken van alle andere munten ter wereld om het gebruik van 'vals' geld zoveel mogelijk te beperken. De lire, de Belgische frank en de drachme zijn uitgesproken 'probleemgevallen' voor automaten-eigenaren, maar met de komst van de Europese munt moet het afgelopen zijn met 'vals' geld in automaten. De fabrikanten geven de voorkeur aan een Europese munt met twee gelijke zijden in plaats van een Europese en een nationale kant. Salij: “In het eerste geval moeten we alle varianten kennen om sorteerders te kunnen ontwikkelen.”

De opkomst van plastic geld zal voorlopig geen oplossing brengen voor de problemen van de automatenindustrie. Salij: “We denken wel mee, maar kunnen er nog niet veel mee. Plastic geld staat nog in de kinderschoenen.” Voor intern gebruik kunnen wel kaartautomaten worden gemaakt, maar het aantal bedrijven dat met dergelijke oplaadbare betaalkaarten werkt, is nog minimaal aangezien het oplaad-apparaat vele duizenden guldens kost. Bij grote instellingen als ziekenhuizen kan bovendien geen kaartsysteem worden gebruikt, omdat er behalve het personeel ook patiënten en bezoekers gebruik moeten kunnen maken van de automaat. Salij: “Wil je kaartautomaten in openbare gelegenheden, dan zul je eerst een landelijke chipknip moeten invoeren.”

Voor de producenten van geldautomaten, die uitsluitend te maken hebben met papiergeld, is de introductie van het Europese geld een stuk overzichtelijker.

F. Kalfsvel, marketing manager van AT&T Global Information Solutions, Europees marktleider op het gebied van geldautomaten, schat dat de herprogrammering van de 4.200 'flappentappen' die het bedrijf onder meer bij de Rabobank, Postbank/ING, VSB, SNS en GWK heeft geplaatst, circa vijf maanden werk vergt. Dit komt neer op een bedrag van circa 0,5 miljoen gulden, uitgaande van het huidige prijsniveau, dat er in 2002 anders uit zal zien. Daar komt nog een testperiode van een maand of vijf voor de banken bij. In totaal telt Nederland circa 5.500 geldautomaten.

Het opnieuw instellen van een geldautomaat, inclusief het laden van de programmatuur voor de elektronische 'dialoog' met de klant via het beeldschermpje, vergt niet meer dan een uur, denkt Kalfsvel. “Het is wel een aanslag op je technische dienst, maar wellicht kunnen we in bepaalde landen volstaan met een handleiding, zodat de banken zelf hun machines kunnen aanpassen. Of misschien is de herprogrammering te combineren met een onderhoudsbeurt.” De machines moeten worden aangepast aan de afmetingen, dikte, kleurstelling en lichtdoorlaatbaarheid van het Europese biljet. Kalfsvel: “Op termijn wordt het alleen maar makkelijker voor ons. Nu moeten we nog voor elk land verschillende onderdelen fabriceren, afgestemd op het nationale bankbiljet. Straks hoeven we nog maar één type geldautomaat te maken voor heel Europa.”