'Belgacom heeft een te late start gekend, in vergelijking met KPN'; Belgen krijgen nu binnen vijf dagen telefoonlijn

De Belgische overheid staat op het punt 49,9 procent van het staatstelecombedrijf Belgacom te verkopen. Vorige week sloot de inschrijving op dat belang. Twee consortia hebben uiteindelijk een bod gedaan, waaronder een combinatie van Koninklijke PTT Nederland en Swiss Telecom.

BRUSSEL, 12 DEC. John Goossens hoeft zich over 1995 niet te schamen. De directievoorzitter van Belgacom, die begin dit jaar de Nederlander Bessel Kok opvolgde, kon gisteren in Brussel bekendmaken dat de verbetering van netto winst en omzet over het eerste halfjaar zich “versterkt heeft voortgezet”. Dat betekent dat het Belgische staatstelecombedrijf afstevent op een winst van minimaal 9,9 miljard frank (550 miljoen gulden) en een omzet van 124 miljard frank (6,9 miljard gulden).

Geld verdienen is voor een monopolist echter zelden een probleem. Trotser was Goossens daarom op de resultaten van de campagnes die Belgacom de afgelopen jaren voerde om produktiviteit en klantenbinding te verbeteren. Tot 1992, toen Belgacom meer autonomie kreeg, gold voorganger RTT als een van Europa's slechtst presterende telecommunicatiebedrijven. Klanten kregen het idee dat een telefoonaansluiting eigenlijk een gunst was, klagers over het niveau van dienstverlening werden afgebekt. Kok brak met die traditie, maar sneuvelde eind vorig jaar in een conflict met de sterk 'verpolitiekte' raad van bestuur.

Aan Goossens, voormalig topman van Alcatel Bell (telecommunicatie-apparatuur) in België, de taak het onder Kok ingezette programma voor veranderingen voort te zetten. Gisteren kon hij bekendmaken dat de meeste doelstellingen waren bereikt. Een ervan was minimaal 80 procent van de aanvragen voor een telefoonlijn binnen vijf dagen te hebben afgehandeld. Moest een Belg in 1991 gemiddeld nog 50 dagen wachten op aansluiting, nu krijgt 96 procent van de klanten zijn aansluiting binnen vijf dagen. Vooruitgang werd ook geboekt op het terrein van storingsmeldingen. Was vijf jaar geleden slechts 30 procent van de klachten binnen twee dagen verholpen, nu is dat 88 procent. Wie vorig jaar Belgacoms inlichtingendienst raadpleegde, kreeg in 67 procent van de pogingen verbinding, en na gemiddeld 44 seconden iemand aan de lijn. Dit jaar werd de wachttijd teruggebracht tot tien seconden en verbeterde de toegankelijkheid tot 88 procent.

Goossens kondigde een half jaar geleden een ingrijpend reorganisatieplan aan, Turbo, dat per 1 januari 1996 geëffectueerd zal zijn. Daardoor wordt het aantal hiërarchische niveaus verminderd van negen tot vier. Tegelijk wordt de rigide bedrijfsstructuur gesplitst in eenheden die zich concentreren op activiteiten als mobiele telefonie, telefoongidsen, netwerkbeheer en onderzoek en ontwikkeling, en op klantengroepen (particulieren, midden- en kleinbedrijf en grote ondernemingen).

De 250 hoogste managers werden van hun taak ontheven en mochten opnieuw solliciteren naar een functie binnen Belgacom. Die operatie is nog niet afgerond; de strategische partner die de Belgische regering eind dit jaar kiest voor Belgacom zal bij de nadere invulling van de topfuncties nauw betrokken worden. Want Belgacom kampt nog met de naweeën van zijn verleden, en heeft hulp nodig om in 1998, wanneer de lidstaten van de Europese Unie hun nationale telecom-markten moeten openstellen voor mededingers, daadwerkelijk de concurrentie aan te kunnen.

Hoewel Belgacom volgens Goossens op de goede weg is, volstaan de huidige resultaten niet om de liberalisering op te vangen. “Belgacom heeft een te late start gekend”, erkent de directievoorzitter. “Andere operatoren, zoals British Telecom en KPN, hebben een voorsprong. Er blijft een zekere kloof te overbruggen.”

Met name is dat zichtbaar in een van de belangrijkste graadmeters voor telecommunicatiebedrijven, het aantal lijnen per medewerker. Belgacom heeft 180 aansluitingen per persoon, waar sommige buitenlandse concurrenten tot 300 komen. PTT Telecom ligt hier met zo'n 240 lijnen per employé tussenin. Ook blijkt het matige presteren van Belgacom uit het verlies van aandeel op de internationale markt, die veel sterker groeit dan de binnenlandse. Belgacoms omzet in internationale telefonie daalde vorig jaar met ruim 8 procent tot 20,2 miljard frank.

Analisten vinden dat Belgacom veel te veel 'indirect' personeel in dienst heeft om de vrije concurrentie te kunnen overleven. Wil het bedrijf zich kunnen meten met buitenlandse branchegenoten, dan zal het al gauw zo'n 20 procent van z'n 26.000 medewerkers moeten zien kwijt te raken.

Als zwakste punten van Belgacom noemt Goossens de nog onvoldoende aangepaste organisatie, gebrekkige marketing en het ontbreken van aansluiting bij een internationale telecom-alliantie. De beoogde partner zou hier een belangrijke bijdrage kunen leveren, meent hij. Een voorkeur wil hij niet uitspreken.

De afgelopen maanden meldden zich verschillende kandidaten voor participatie in Belgacom. De Belgische regering wees het Italiaanse Stet af, een consortium van British Telecom en Bell Atlantic trok zich twee maanden geleden terug. In de race zijn nu nog het verbond van KPN en Swiss Telecom en een consortium van het Amerikaanse Ameritech, het Deense TeleDanmark en Singapore Telecom.

Analisten schatten dat het winnende consortium zo'n 3 miljard gulden voor het Belgacom-belang zal moeten neertellen, terwijl bovendien een bijdrage gewenst is om het gat in de pensioenkas (ruim 2 miljard gulden) te vullen.

De betrokken bedrijven hullen zich momenteel in het grootste stilzwijgen over hun kansen, de hoogte van hun bod op Belgacom en de inhoud van de strategische voorstellen die zij hebben ingediend om het bedrijf na 1997 te laten overleven. Minister Elio di Rupo (overheidsbedrijven) neemt voor Kerstmis een beslissing.